
Niet één project, maar de hele wijk als vertrekpunt
In Heusden is de warmtetransitie geen losstaand project meer. De gemeente werkt toe naar een gebiedsgerichte aanpak, waarbij niet één opgave centraal staat, maar wordt gekeken naar de totale samenhang in een wijk. “We zijn veel meer gaan kijken naar welke opgaven er spelen en hoe je die slim aan elkaar kunt koppelen,” zegt Ans van de Griendt, Ondersteuner Duurzame Ontwikkeling. “Dat heeft ons denken integraler gemaakt.”
Die omslag werd in haar ogen versterkt tijdens de Future Search rond collectieve energiesystemen. Vooral het slot van die bijeenkomst gaf Van de Griendt energie. “Er kwam een moment waarop mensen opstonden en zeiden: ‘we moeten stoppen met praten over hoe het zou moeten en gewoon beginnen’,” vertelt ze. “Niet 101 wijken tegelijk, maar eerst tien wijken waar al energie zit, waar al met bewoners wordt gewerkt. Dat voelde als: ja, dit kan wél.”
Buurtaanpak
Voor Tomas Mathijsen, Regisseur Duurzame Ontwikkeling, begon de verandering al iets eerder, via de zogeheten buurtaanpak van netbeheerder Enexis. “Enexis heeft een landelijke opgave en een eigen routekaart voor netverzwaring,” vertelt hij. “Wij hebben die routekaart als leidraad voor onze gebiedsgerichte aanpak gebruikt. We zijn daarover in gesprek met Enexis om te komen tot een gezamenlijk plan.”
Dat vroeg om huiswerk. Heusden bracht eerst zelf alle opgaven in beeld: wat speelt er per wijk op het gebied van energie, ondergrond, openbare ruimte, groen, vastgoed en nieuwbouw? “Door dat inzichtelijk te maken, konden we een eigen routekaart ontwikkelen,” vertelt Mathijsen. “Mooi om te ontdekken hoe we niet naast elkaar maar juist met elkaar werken aan de grote opgaven.” Het leidt volgens hem tot een bredere blik op zogenoemde koppelkansen. Niet alleen binnen de warmtetransitie, maar ook daarbuiten. “We zien kansen in nieuwbouw, bij bedrijventerreinen, bij gemeentelijk vastgoed en zelfs bij sportverenigingen die willen verduurzamen,” zegt Mathijsen. “Als je dat allemaal samen bekijkt, ontstaan er ineens gebieden in plaats van losse projecten.”
Kansen
In Heusden wordt scherp onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten koppelkansen. Enerzijds het combineren van opgaven: riolering, vergroening, netverzwaring, warmte. Anderzijds het verbinden van kansen: waar kunnen bronnen, afnemers en infrastructuur elkaar versterken? “En soms kom je tot de conclusie dat iets níét te combineren is,” zegt Mathijsen. “Dat is ook waardevol. Dan weet je waar je keuzes moet maken.”
Het zit volgens het tweetal in de timing. “We zagen dat Enexis in sommige wijken al bezig was met het plaatsen van transformatorhuisjes,” zegt Van de Griendt. “Als we tijdig met elkaar aan tafel hadden gezeten hadden we wellicht slimmere keuzes kunnen maken zoals bijvoorbeeld een ZLT-oplossing, waardoor er mogelijk ook minder trafo’s nodig waren in een wijk.” Mathijsen knikt: “Je leert dat te laat zijn óók een keuze is. En dat helpt om het volgende keer eerder samen te doen.”
Integraal werken
Wat Heusden vooral leerde: integraal werken ontstaat niet vanzelf. “We zeggen allemaal dat we integraal willen werken,” zegt Mathijsen, “maar dat daadwerkelijk dóén is complex. Het vraagt om een heel bewust ingericht proces.” Zo kreeg dat proces in Heusden letterlijk aan de tekentafel vorm. “We hebben meerdere middagen met collega’s uit verschillende clusters gezeten,” vertelt Van de Griendt. “Met stickers, plakkertjes, koffie en veel gesprekken. Dan ga je samen echt doorleven waar ieders opgave zit.”
Dat bleek nodig, want verkokering zit diep. “Niet alleen in mensen, maar ook in begrotingen, mandaten en verantwoordelijkheden,” benadrukt Van de Griendt. “Iedereen heeft zijn eigen doelen en deadlines. Door samen te tekenen en te praten, ontstaat begrip. Dan zie je: jij zit net als ik met een uitdaging en hoe kunnen we elkaar helpen?”
Gesprek
Die gezamenlijke basis maakt ook het gesprek met Enexis anders. In plaats van reageren op plannen, gaat Heusden het gesprek aan. “We dagen elkaar uit,” zegt Mathijsen. “Zij hebben hun afwegingskader, wij het onze. Door die naast elkaar te leggen, ontstaat ruimte.” Dat leidt niet altijd tot het eigen gewenste resultaat, maar wel tot beweging. “Enexis neemt in overweging om voor een deel van de wijken te schuiven in hun planning. Niet alles kan, maar er ontstaat een middenweg. En dat is winst.”
Belangrijk daarbij is ook bestuurlijke rugdekking. “We hebben betrokken wethouders die bereid zijn om, als het nodig is, bestuurlijk het gesprek te voeren,” zegt Van de Griendt. “Dat geeft vertrouwen en snelheid.”
Les
De belangrijkste les die zij willen meegeven aan andere gemeenten is verrassend eenvoudig: begin bij het proces. “Je kunt dit niet in één overleg regelen,” zegt Mathijsen. “Je moet elkaar leren kennen en begrijpen dat iedereen met schaarste werkt zoals tijd, ruimte en capaciteit. Daar moet je samen keuzes in maken.” Daarnaast is het belangrijk om het maken van keuzes niet te vermijden. “Soms blijkt iets niet te combineren,” zegt Mathijsen. “Dat is geen falen, dat is helderheid. En helderheid helpt bestuurders om richting te geven.”
Beweging
In Heusden ligt nu een gezamenlijke beweging richting een collectieve oplossing, waarin woningcorporatie, inwoners en gemeente samen optrekken. “We zijn nog niet aan het eind,” zegt Van de Griendt. “Maar we hebben wel een gedeeld vertrekpunt.” Mathijsen vat het nuchter samen: “De energietransitie is een grote opgave. Die los je niet in één keer op. Maar als je de wijk als geheel durft te zien en stap voor stap keuzes maakt, wordt hij wel behapbaar.” Of, zoals Van de Griendt het fijntjes zegt: “Een olifant eet je ook stukje voor stukje.”