Industrialisatie woningbouw

Versnelling en opschaling van geïndustrialiseerde nieuwe woningen

In de zuidelijke Randstad moeten tot 2040 circa 240.000 woningen worden gerealiseerd, waarvan zeker 170.000 in bestaand, stedelijk gebied. Een tekort aan bouwcapaciteit is een bedreiging voor het realiseren van de woningbouwdoelen. Uit diverse verkennende bijeenkomsten van De Bouwcampus is naar voren gekomen dat één van de oplossingen voor het tekort aan bouwcapaciteit een industrialisatie van de woningbouw is; de woning wordt als compleet seriematig product gezien in plaats van traditioneel projectgebonden op de bouwplaats samengesteld bouwwerk. Bijkomende voordelen van industrialisatie: minder (stikstof)uitstoot op de bouwlocatie, reductie van arbeidsinzet per woning, efficiënter gebruik van materialen, circulair bouwen, verlaging van faalkosten (waardoor reductie van de kostprijs), kwaliteitsverbetering door procesbeheersing en verlaging van overlast op de bouwplaats.

Er zijn meerdere aanbieders van geïndustrialiseerde woningbouwsystemen, maar in Nederland wordt woningbouw nog beperkt via deze weg gerealiseerd. Verdergaande industrialisatie vraagt om regie in aantallen, systeembegrenzingen en tijd. De Provincie Zuid-Holland heeft De Bouwcampus gevraagd om in co-creatie met gemeenten, aannemers, ontwerpers, ontwikkelaars, toeleveranciers en kennisinstellingen oplossingen te ontwikkelen voor het vraagstuk: Hoe kan een structurele versnelling en opschaling van industriële woningbouw worden bereikt? De Verstedelijkingsalliantie is hierbij een van de belangrijke betrokkenen.

Doe mee aan het transitietraject en zorg mede voor schaalvergroting van geïndustrialiseerde woningbouw!

Infographic Industrialisatiewoningbouw

Aanleiding

Vanwege tekorten in de bouwcapaciteit stijgen de kosten voor bouwprojecten. Dit zet de haalbaarheid, kwaliteit en betaalbaarheid van binnenstedelijke projecten onder druk. Uit een eerder co-creatietraject is een belangrijke doorbraak geformuleerd voor het snel realiseren van woningen: het opschalen van de industriële woningbouw. Dit wordt onderschreven door het Ministerie van Binnenlandse Zaken (Motie van de leden Dik-Faber en Van Eijs over proeftuinen voor innovatie en een impuls voor prefab) en provincies (Coalitieakkoord Provincie Zuid-Holland). Ook in de Woondeal wordt industriële woningbouw genoemd om voor de noodzakelijke versnelling te zorgen.

Alle partijen in de bouwkolom hebben belang bij een continue bouwstroom. Flexibele, hoogwaardige en industrieel vervaardigde woningbouwconcepten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de continue bouwstroom omdat deze minder afhankelijk zijn van het personeelstekort. Bovendien hebben industrieel vervaardigde woningen een kortere productietijd en een stabielere marktprijs. Door voor een langere periode het gewenste productievolume en de -typologie vast te leggen kan de aanbodzijde investeren in innovatie en opschaling van het productievolume.

Op technisch vlak is er veel onderzocht en ontwikkeld, maar toch komt industrialisatie niet van de grond. Integraal werken en ontwikkelen binnen de huidige wetgeving, bestaande bureaucratie en marktwerking is enorm complex. Door de huidige maatschappelijke druk en bestuurlijke bereidheid en regie is nu de tijd om het daadwerkelijk te gaan doen!

Doel

Dit transitietraject heeft als doel om snellere en bredere inzet van de industriële productiecapaciteit van innovatieve en efficiënte bouwvormen, zoals flexibele en/of conceptbouw (beton-, houtbouw), in de zuidelijke Randstad te bereiken. De ambitie van de Provincie Zuid-Holland is om van 10% naar 50% geïndustrialiseerde woningen van het totaal aantal te realiseren woningen te komen. Om dit voor elkaar te krijgen dienen er gebied overstijgende afspraken tot stand te komen aan zowel de vraag- als aanbodzijde. De volgende doorbraken worden beoogd:

  • Heldere formulering van industrialisatie woningbouw
  • Inzicht in belemmeringen en hoe versnelling van woningbouw door industrialisatie gerealiseerd kan worden
  • Het opschalingsperspectief toetsen in actuele bouwlocaties van diverse partijen (bijvoorbeeld plot 7 in Delft)
  • Het opschalingsperspectief mogelijk maken
  • Een handelingskader voor o.a. overheden, projectontwikkelaars, bouwers, brancheverenigingen en industriële fabrieken

Aanpak

We nodigen gemeenten, aannemers, ontwerpers, ontwikkelaars, toeleveranciers en kennisinstellingen uit om gezamenlijk oplossingen voor het vraagstuk te ontwikkelen. Hiervoor organiseert De Bouwcampus in samenwerking met de Provincie Zuid-Holland en de Verstedelijkingsalliantie co-creatiesessies. 

#Zetdewoningbouwaan

Als gemeenten, provincies, ontwikkelaars en woningcorporaties hun woningvragen bundelen, dan levert dat meer continuïteit en zekerheid op voor aanbieders. Zij krijgen het vertrouwen en financiële mogelijkheden om hun productieproces winstgevend te maken.

De provincie Zuid-Holland is overtuigd dat woningen sneller, goedkoper, circulair én modulair gebouwd kunnen gaan worden door middel van vergaande industrialisatie. Snel, smaakvol en steengoed dus. Graag overtuigen wij jou ook. Ontdek het onbenutte vermogen, sluit je met jouw vraag aan en #zetdewoningbouwaan! Ga naar www.zetdewoningbouwaan.nl

Coalitiepartners

De coalitiepartners zijn Provincie Zuid-Holland en de Verstedelijkingsalliantie. Andere aangesloten partijen het Netwerk Conceptueel Bouwen (NCB)AedesNEPROM en De Innovatieversneller.


De mensen

Atto Harsta

Transitiemanager

Arthur Lippus

Transitiemanager

Jacco van der Vegte

Transitiemanager

Alice Vogel

Transitiemedewerker

Max van Lambalgen

Transitiemedewerker


Documenten


Nieuws

  • 06/12/2021
    Industrialisatie heeft de toekomst | #zijzettendewoningbouwaan

    Industrialisatie heeft de toekomst | #zijzettendewoningbouwaan

    In gesprek met Jeroen Roijers, ontwikkelingsmanager bij Van Wijnen

    Het versnellen van de woningbouw verloopt nog niet zonder slag of stoot. In #zijzettendewoningbouwaan deelt De Bouwcampus de verhalen waar het al wél lukt om woningbouw toekomstbestendig te versnellen. Dit keer: herontwikkeling ‘In de Buurttuin’ in Schiedam, waar Van Wijnen 238 eengezinswoningen en appartementen bouwt.

    Het gehele traject is redelijk snel verlopen. Begin 2020 won Van Wijnen de Europese aanbesteding waarna de sloop van de oude woningen plaatsvond. Een jaar later is de bouw van de eerste fases gestart waardoor in 2022 de eerste 171 woningen worden opgeleverd. Het gehele project is in 2024 afgerond.

    Jeroen Roijers is als ontwikkelingsmanager bij Van Wijnen betrokken bij ‘In de Buurttuin’. Transitiemaker bij De Bouwcampus, Alice Vogel, ging met hem in gesprek.

    Ha Jeroen, om te beginnen ben ik benieuwd naar jouw kijk op industriële woningbouw.

    “Er ligt een maatschappelijke opgave waar we mee aan de slag moeten. Het gaat niet alleen om het realiseren van woningen voor een bepaalde doelgroep en prijssegment, maar bijvoorbeeld ook om duurzaamheid, mobiliteit en de sociale component. Industriële woningbouw is een middel bij het invullen van die opgaven. Fijn Wonen (het industriële woonproduct van Van Wijnen, red.) is gericht op betaalbaarheid, snelheid en toekomstbestendigheid. De woningen zijn circulair, zorgen voor minder (bouw)afval en lagere stikstofuitstoot doordat het grootste deel van de werkzaamheden in de fabriek plaatsvindt. Daarnaast kan de bouwproductie eenvoudiger worden vergroot door het opschalen van de productiefaciliteit. Hiermee leveren wij een bijdrage aan de benodigde woningbouwproductie.

    Nemen de keuzemogelijkheden bij industriële woningbouw toe?

    “Ja, in rap tempo. Vergelijk het met de iPhone: het aantal opties en de technische mogelijkheden groeit snel, en blijven we door ontwikkelen. Zo bieden we naast eengezinswoningen nu ook appartementen en toegenomen variatie in woonplattegronden. Inmiddels kunnen we in onze fabriek met robots verschillende dikten met metselwerk maken, waardoor je reliëf in gevels aanbrengt en elke woning er anders uit kan zien. Onze andere woonoplossingen – Wij Wonen en Vrij Wonen – bieden nu nog meer keuzevrijheid, maar dat zie je wel terug in de snelheid (trager) en betaalbaarheid (prijziger).

    Zowel het ontwikkelproces als het bouwproces gaat sneller bij een industriële oplossing. Traditioneel moet je in elke fase opnieuw tekenen en rekenen met onder meer de architect, constructeur, bouwfysicus, installateur en bouwbedrijf. Doordat alles bij industriële woningen gedigitaliseerd, doorgerekend en uitermate goed getest is op kwaliteit, kun je dat proces meer dan halveren. Met daarbij de garantie op goede kwaliteit, omdat je geconditioneerd bouwt en geen last hebt van regen, wind en vorst. Productcertificering zou een logische volgende stap zijn om qua procedures verder te versnellen.”

    Toch duurt het ontwikkelproces in de praktijk vaak nog lang, omdat het op traditionele wijze wordt doorlopen. Zou productcertificering dat proces kunnen verkorten?

    “Ja, dan kun je stappen overslaan. Het ging er 10 jaar geleden al over, maar is helaas nog niet gerealiseerd.”

    Wat maakt dat het traject van In de Buurttuin snel is gegaan?

    “Daar zijn meerdere factoren aan te wijzen. Allereerst hebben gemeente en corporatie duidelijke kaders gesteld bij de uitvraag  van de tender, over bijvoorbeeld de aantallen, bandbreedtes en parkeren. Dat helpt, omdat het plan dat je maakt dan gelijk goed aansluit bij de randvoorwaarden en je door kunt. Vervolgens konden wij snel schakelen naar invulling op woningniveau, door de digitale toolbox voor industriële woningen. Tot slot was de welstandscommissie ook overtuigd van ons plan en is daar geen discussie over geweest, mede doordat we in de dialoogfase duidelijk hebben uitgelegd wat Fijn Wonen voor kwaliteit, snelheid en duurzaamheid betekent.”

    Helderheid en pro-activiteit in het proces dus. Hebben jullie ook met participatie te maken gehad, aangezien het om herontwikkeling ging?

    “Participatie met de buurt vond voornamelijk op gebiedsniveau plaats, ook al kunnen we dat tegenwoordig ook op woningniveau doen. Bewoners mochten actief meedenken over de inrichting van de buitenruimte. Wat wel helpt bij industriële woningen, is dat je door de toolbox makkelijk laat zien hoe het kan worden én daarmee kunt spelen. Plus dat wat je laat zien, ook gelijk realistisch is qua cijfers. Bij traditionele ontwerpen moet je soms later (deels) opnieuw beginnen, omdat het ontwerp qua kosten toch niet uit komt.”

    Als de voordelen zo duidelijk zijn, waarom wordt daar dan niet meer over gecommuniceerd?

    “We moeten meer communiceren over wát we oplossen en niet over industrialisatie als doel op zich. In sommige situaties is een andere woonoplossing misschien beter, zoals bij een grote twee-onder-één-kap of vrijstaande woning die mensen volledig zelf willen ontwerpen.”

    Tot slot, wat is jouw droom voor woningbouw? Waar staan we idealiter over tien jaar?

    “Ik zou het mooi vinden als je op je iPad je eigen huis kunt ontwerpen, bestellen en dan na drie maanden laat afleveren. Ik geloof echt in die industrialisatie, dat heeft de toekomst. Door de druk op de woningmarkt is de urgentie om na te denken over slimme oplossingen extra belangrijk. Er is schaarste aan materiaal en een tekort aan arbeidskrachten. We willen circulair, betaalbaar en op korte termijn bouwen. De aanleiding om industriële woningbouw te versnellen, is er dus. We moeten omgaan met grote maatschappelijke problemen, waaraan industrieel bouwen in positieve zin kan bijdragen.”

  • 07/10/2021
    Persbericht: Woningbouw 2.0 = SLIMMER, SNELLER en DUURZAMER

    Persbericht: Woningbouw 2.0 = SLIMMER, SNELLER en DUURZAMER

    Zet de woningbouw aan door industrieel ontwikkelen, bouwen en beheren

    De vijfde Verstedelijkingsconferentie, die op 30 september jl. in Hangaar2 in Katwijk werd georganiseerd, stond in het teken van oplossingen. Oplossingen voor het woningtekort met als uitgangspunt: hoe kunnen we industriële woningbouw morgen in de praktijk toepassen om de woningbouw slimmer, sneller en duurzamer aan te jagen.

    De Bouwcampus verzorgde, samen met Bouwend Nederland, een werksessie om drie concrete punten op te halen bij bestuurders, corporaties, producenten en bouwers die overhandigd worden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en de Provincie Zuid-Holland. Punten waar écht verandering op nodig is om huidige (procedurele) hindernissen te overbruggen en het woningtekort op te lossen. Want, zo is de overtuiging bij - gelukkig steeds meer - partijen: #hetkanwel

    De drie concrete punten die naar voren kwamen:

    1. meer en sneller beschikbare locaties;
    2. snellere en herhaalbare procedures;
    3. voldoende mensen die slimmer worden ingezet.

    Voor alle drie geldt vanuit het deelnemersveld de overtuiging dat we niet vrijblijvend leren en kennis delen, maar vooral slim successen repeteren. Beweging is innoveren door te herhalen wat werkt. Met gevarieerde, comfortabele, duurzame en betaalbare woningen als resultaat.

     verstedelijkingsconferentie presentatie atto harsta zetdewoningbouwaan 700px

    ‘Van woorden naar daden voor een thuis voor iedereen’
    Zo luidde de doelstelling van de 5e Verstedelijkingsconferentie. De Bouwcampus werkt in die lijn de drie genoemde actiepunten verder uit en zal die met haar partners aanbieden aan het bevoegde gezag om procedurele versnelling voor woonproducten mogelijk te maken. De grootste tijdswinst zit in het voortraject ofwel de ontwikkelingsfase; door een meer productgerichte inkoopstrategie - in plaats van het huidige projectgebonden ontwikkelen - kan een aantal stappen worden overgeslagen of sterk in tijd gereduceerd. Daar waren alle aanwezigen het over eens. De Bouwcampus meent dat de doorlooptijd van het voortraject zelfs minstens gehalveerd kan worden.

    Urgentie-actie #Zetdewoningbouwaan
    Het aanwezige (bestuurlijke) netwerk was essentieel voor het draagvlak om de belemmeringen te doorbreken op onder meer het gebied van procedures en het vrijgeven van locaties waarop gebouwd kan worden. Maar, de stem van de woningzoeker ontbreekt op dit soort events. Daarom organiseerde De Bouwcampus een ludieke ‘urgentie-actie’ tijdens de netwerkborrel: met demonstratieborden gaf zij daarmee óók de eindgebruiker een stem. Niet om te shockeren, wel om de ernst te duiden. Stukjes hout, in de vorm van bakstenen, met concrete vragen erop werden uitgedeeld aan de aanwezigen; ‘Hoe zet jij de woningbouw aan?’. Vervolgens hebben de deelnemers hun antwoorden erop gezet en zijn deze verzameld op de Bouw Mee! Speeddate Box, waarin eveneens de gesprekken op gang kwamen tussen bestuurders en aanbieders.

    De Bouwcampus jaagt de woningbouw aan; sneller, slimmer en duurzamer
    Flexibele, hoogwaardige en industrieel vervaardigde woningbouwproducten kunnen een aantal urgente woningbouwproblemen in één keer oplossen. Slimmer, sneller en duurzamer. Hiervoor moet wél een aantal nieuwe spelregels worden afgesproken. Alle partijen in de bouwkolom hebben belang bij een continue en meer industrieel ingerichte bouwstroom; een belangrijke randvoorwaarde om met minder mensen sneller meer woonproducten te kunnen produceren voor een stabielere marktprijs. Door voor een langere periode het gewenste productievolume en de -typologie met meer uniforme prestaties vast te leggen kunnen producenten en bouwbedrijven investeren in innovatie en opschaling van het productievolume.

    verstedelijkingsconferentie houten bakstenen zetdewoningbouwaan 700px

    Kom bij de coalitie!
    De Bouwcampus, Provincie Zuid-Holland en de Verstedelijkingsalliantie zijn ervan overtuigd dat woningen sneller, goedkoper, circulair én modulair gebouwd kunnen worden met vergaande industrialisatie; om dat standpunt breed uit te dragen hebben zij de campagne #zetdewoningbouwaan opgezet. Ook werkt De Bouwcampus intensief samen met het Ministerie van Binnenlandse Zaken in de City Deal Circulair & Conceptueel Bouwen en met de Provincie Noord-Holland in de GreenDeal Houtbouw, ten behoeve van het aanjagen van de woningbouw.

    Heb je zelf ook kansrijke oplossingen, een interessante casus of wil je eens sparren over ontwikkelingen en mogelijkheden, sluit je aan via www.zetdewoningbouwaan.nl.

  • 02/06/2021
    'Fabriekswoningen'​ zijn óók geschikt voor binnenstedelijke bouw en bovendien circulair en stikstofarm

    'Fabriekswoningen'​ zijn óók geschikt voor binnenstedelijke bouw en bovendien circulair en stikstofarm

    In het artikel 'Nieuwbouw van de lopende band' in de Volkskrant van 1 juni wordt op een positief-kritische manier gekeken naar 'fabriekswoningen', of wat ook wel industriële woningbouw wordt genoemd. Wel hebben de experts die aan het woord komen een enigszins achterhaald perspectief ten aanzien van de industriële mogelijkheden. Met name als het gaat over waar die woningen moeten komen te staan, maar ook ten aanzien van de duurzame mogelijkheden.

    Geschikt voor bestaande locaties

    In het artikel wordt een lopende-band-beeld geschetst van eindeloos dezelfde woninkjes die enkel in grote series in een weiland kunnen worden geplaatst. Industriële woningen en woningonderdelen zijn echter heel geschikt voor inbreien, optoppen, aanleunen, transformeren van bestaande locaties. Dat komt goed uit, want het huidige overheidsbeleid is primair gericht op het bouwen in de bestaande steden oftewel binnenstedelijk verdichten en transformeren. De angst voor weilanden vol eenvormige woningen is daarom niet terecht. 

    Steeds meer variatiemogelijkheden

    Bovendien heeft de bouw de digitalisering en het parametrisch ontwikkelen en produceren inmiddels ook opgepakt. Steeds meer woningbouwproducenten beschikken over deze hulpmiddelen om kleinschalig (tot series van 1) woningen en woningcomponenten industrieel te vervaardigen. En die ontwikkeling zal tot steeds meer variatiemogelijkheden leiden in maat, materiaal, kleur, duurzaamheidsmaatregelen en uitvoering. Het valt op dat de betrokkenen die in het artikel aan het woord komen dit niet op het netvlies lijken te hebben. De noodzakelijke investeringen in dit soort industriële productieprocessen zijn hoog en vragen vooral om continuïteit.

    Woningen als product

    Om te zorgen dat er jaarlijks een constant maar wel gevarieerd volume door de fabriek heen gaat, moeten we met alle betrokkenen het systeem herinrichten. Dat betekent dat we woningen als een goed vormgegeven en duurzaam product kunnen gaan benaderen. Een woonproduct dat je naar eigen smaak en inhoud inkoopt bij de leverancier van jouw keuze. Gemaakt van nieuwe duurzame materialen waaronder hout en andere biobased materialen die heel geschikt zijn om industrieel te bewerken.

    Circulair en stikstofarm

    Dus ook daar ligt een onderbelichte kans van de industriële woonproducten. Ze gaan ons niet alleen helpen om binnenstedelijk, sneller geschikte en gevarieerde woningen toe te voegen (ook in het sociale en middensegment), maar zijn ook nog eens circulair en stikstofarm te produceren. Win-Win dus als we met elkaar meer regie en continuïteit kunnen gaan organiseren.

    Laten we daar morgen mee starten en jaarlijks minimaal 25.000 houten industriële (semi)permanente woonproducten gaan plaatsen. Daarvoor is vandaag al voldoende capaciteit. Nu op naar een omslag in het denken en handelen. 

    Atto Harsta, transitiemanager De Bouwcampus, Traject Industriële Woningbouw


Opgave

Verduurzaming Gebouwen & Omgeving

Doorbraken realiseren om de transitie naar een toekomst­bestendige en CO2-neutrale gebouwen­voorraad te versnellen. Voor utiliteits- en woningbouw, zowel nieuwe als bestaande gebouwen.

Over deze opgave

Verduurzaming Gebouwen & Omgeving

Doorbraken realiseren om de transitie naar een toekomst­bestendige en CO2-neutrale gebouwen­voorraad te versnellen. Voor utiliteits- en woningbouw, zowel nieuwe als bestaande gebouwen.

Over deze opgave