Circulaire (Her)ontwikkeling

Circulariteit als vanzelfsprekendheid

Aanleiding

Circulariteit is hot topic. De ambities zijn hoog: over acht jaar moet Nederland de helft minder primaire grondstoffen gebruiken. De helft minder mineralen, metalen en fossiel. Om het gebruik van virgin materialen te verminderen, moeten we onze economie anders inrichten.

Het produceren van materialen voor de bouw stoot veel CO2 uit. Wereldwijd is dit zo’n 11 procent van alle emissies. Maar het kan ook anders: met biobased materialen en door zaken te hergebruiken – van gebouwen en installaties tot wanden en wastafels. Op die manier kunnen we de bouw verduurzamen.

Doel

Hergebruik van gebouwen, producten en materialen moet de norm worden. Opdrachtgevers moeten hun gebouwen volledig circulair renoveren. Hiervoor hebben we een goed functionerende circulaire infrastructuur: met centrale opslagloodsen voor gebruikte spullen en een online marktplaats waar het aanbod goed te vinden is.

Aanpak

Het afgelopen jaar heeft De Bouwcampus met verschillende partijen in de schakel gesproken: kleine en grote bouwers, adviseurs, ingenieurs, brancheverenigingen en Insert, een online marktplaats voor tweedehands bouwproducten. Hieruit zijn verschillende kansen en obstakels voor circulaire herontwikkeling naar voren gekomen.

Een van de punten die hieruit naar voren komt, is de afstemming tussen opdrachtgevers en leveranciers. De uitvraag naar circulariteit kan nog worden verbeterd. Om tot een goede circulaire uitvraag te komen, zullen wij deze partijen samenbrengen in een bijeenkomst.

Hierop voortbouwend beginnen we in de herfst met een coalitie, die samen aan de slag gaat met het circulair herontwikkelen van een gebouw of gebied.

Geïnteresseerde young professionals worden van harte uitgenodigd om mee te denken. Op 29 juni organiseert De Bouwcampus een bustour, in samenwerking met het RVB en Defensie.


De mensen

Michiel Damoiseaux

Transitiemanager

Silke Spierings

Transitiemedewerker


Documenten


Nieuws

  • 15/03/2022
    Yvette Watson: 'Als alle 500.000 medewerkers in de bouwsector hierover gaan meedenken, wordt het een feestje.'

    Yvette Watson: 'Als alle 500.000 medewerkers in de bouwsector hierover gaan meedenken, wordt het een feestje.'

    Over acht jaar moet Nederland de helft minder primaire grondstoffen gebruiken. De helft minder mineralen, metalen en fossiel. Je zou er wanhopig van kunnen worden, maar dat zit niet in de aard van Yvette Watson, winnaar van de ABN Amro Duurzame 50. Een uur lang vertelt ze met onafgebroken enthousiasme over circulariteit en haar bedrijven PHI Factory en The 2B Collective. ‘Toen ik hoorde over cradle-to-cradle, had ik nog maar één doel: het facilitaire werkveld omvormen naar een circulaire economie.’

    Waar begon jouw interesse in circulariteit?

    ‘Mijn hart voor duurzaamheid gaat ver terug. Vroeger maakte ik spandoeken voor Greenpeace en stond ik met allerlei opa’s en oma’s voor het stadhuis van Leiden. Tijdens de middelbare school werd het wat minder, toen was ik met andere dingen bezig. Ik ben vrij random Facility Management gaan studeren. Tijdens die studie ging ik opnieuw nadenken over wat ik belangrijk vond. Ik wilde graag economie en marktwerking, waar ik wel in geloof, samenbrengen met het maatschappelijk belang. In 2001 haalde Annemarie Rakhorst het cradle-to-cradle-gedachtegoed naar Nederland, dat vond ik helemaal geweldig. Ik heb er mijn scriptie over geschreven en had sindsdien nog maar één doel: het facilitaire werkveld omvormen naar een circulaire economie. Bij Facility Management komen al je grondstoffen binnen - catering, schoonmaak, onderhoud, materialen, gas, water en licht - en gaan ze weg via je afvalcontract. Daar zit het hem in: hoe ga je om met die grondstoffen, eigenaarschap en levensduren?

    ‘In mijn werk ben ik daar mee gaan experimenteren. Kunnen we het net als William McDonough (schrijver van cradle-to-cradle, red.) op z’n kop gooien en zorgen dat het z’n waarde behoudt? Zonder budget en zonder mandaat ging ik aan de slag. Dat leidde tot grote fuck ups maar ook tot grote resultaten.’

    Als facilitair manager introduceerde Watson het circulaire denken bij verschillende organisaties, zoals Procore, Bureau Jeugdzorg en de Koninklijke Bibliotheek. Zes jaar geleden richtte ze samen met compagnon Geerke Versteeg het adviesbureau PHI Factory op. Het doel is om circulariteit handen en voeten te geven in facilitair management en gebouwbeheer van bedrijven. Zo rolde Watson steeds meer naar de vastgoedkant, het terrein waarop De Bouwcampus zich begeeft.

    Waar is de grootste impact te maken in de circulaire (her)ontwikkeling van gebouwen?

    ‘We moeten anders leren denken. Nu doen we circulariteit in een paar projecten, maar we moeten het inbedden in elk stukje van het bedrijf. Iedereen – de installateur, architect, bouwplaatscoördinator, monteur en metselaar - is een schakel in de keten en heeft invloed vanuit zijn/haar expertise om echte duurzame ontwikkeling te bereiken. Dat gaat verder dan circulariteit en energieneutraliteit. We moeten de bouw in balans brengen met het ecosysteem, daarbij hoort nadenken over biodiversiteit en klimaatadaptatie, maar ook bouwen aan het sociale fundament: gezondheid, welzijn en gelijkheid. Dat is complex, dat klopt, maar die complexiteit moeten we omarmen. Alles ouderwets in silo’s oplossen werkt gewoon niet. ‘Momenteel hebben we bijvoorbeeld te veel focus op het energieneutraal maken van gebouwen. Daarmee verminder je de operationele energie, maar we vergeten de CO2-uitstoot van de materialen die worden gebruikt om een gebouw te bouwen. Als je die ook meeneemt in je berekening, hebben we met de huidige manier van bouwen nog maar 7 jaar voor we anderhalve graad klimaatopwarming halen.’

    Onze mindset moet dus anders. Hoe speel je daarop in met jouw andere bedrijf The 2 Collective?

    ‘Het is een gamified learning platform, waarbij deelnemers met spellen en uitdagingen leren hoe ze kunnen verduurzamen. Ik geloof heel sterk dat de meeste mensen deugen, zoals Rutger Bregman in zijn boek schrijft. De meeste mensen willen best verduurzamen, maar ze weten niet hoe. Dat betekent dat er tot nu toe een verkeerde strategie is nagestreefd, van beboeten en subsidiëren. Wij geloven dat je mensen in staat moet stellen en dat doen we met het platform. Zo maken we een platform voor alle werknemers van de Radboud Universiteit, voor alle advocatenkantoren en voor de werknemers van Rijkswaterstaat. Met Gideon zet ik een platform neer voor de 500.000 mensen in de bouw. Het gaat steeds om de vraag: hoe maak ik de belangrijkste transities (energie, materiaal en sociaal) onderdeel van mijn werk, voor iedere functie?

    Je werkt met veel verschillende organisaties aan circulariteit. Wat zijn de grootste vraagstukken, die je telkens tegenkomt?

    ‘In bedrijfsstructuren maak je boekhoudkundig een onderscheid tussen CAPEX (investeringskosten) en OPEX (operationele kosten). Meubilair wordt bijvoorbeeld afgeschreven in 10 jaar tijd, en daarna is het in je boekhouding niets meer waard. Dat is onhandig, omdat je niet investeert in iets dat niets meer waard is. Ik zou willen dat we anders mogen omgaan met het na-einde-gebruik van ons vastgoed en onze assets. De International Financial Reporting Standards Foundation (IFRS) zou daar een rol in kunnen spelen.‘Daarnaast is onze manier van bouwen een lineair proces. Bij het ontwerp en bouwen van een gebouw is niet nagedacht over het onderhoud. Ik zou dat omvormen naar een gebruiksgerichte aanpak, waarin iedere stap van de keten rondom de eindgebruiker wordt geformuleerd.

    ‘Meestal richten we ons op de nodige technische innovatie. En ja, natuurlijk hebben we technologie nodig in wat misschien wel de grootste uitdaging van onze tijd is. Maar ik heb vertrouwen in de mensheid om de ideeën en innovatie voor een duurzame oplossing te creëren. We kunnen gaten graven op Mars. We kunnen opereren via onze aderen. We hebben veel technologie tot onze beschikking. En toch blijft echte transformatie uit.

    Wat we nodig hebben, is sociale innovatie. We moeten erkennen dat we met elke keuze die we maken, kunnen kiezen voor een duurzame wereld. In ons dagelijks leven, maar vooral ook in ons werk.

    Neem koffiebekertjes als voorbeeld. Er zijn nu 260 soorten duurzame koffiebekertjes, maar die kunnen na gebruik niet goed worden verwerkt, omdat de verschillende ketenstappen los van elkaar staan. De papierfabrikant weet niet wat voor coating eroverheen gaat en of dat matcht, en die  fabrikanten hebben ook geen contact met de afvalverwerker. Daardoor kun je die bekertjes niet goed recyclen. Deze situatie heeft dus geen product innovatie nodig (nóg een duurzamer bekertje), maar een systeemoplossing, een sociale innovatie. Het is belangrijk dat iedereen in de keten met elkaar in verband komt te staan.’

    Wat is in jouw ogen belangrijk voor De Bouwcampus om aan te werken?

    'We moeten ons realiseren dat we met drie transities tegelijkertijd te maken hebben. Naast de energietransitie moet je ook aan de materialentransitie en de sociale transitie werken. Daarbij is het van belang dat iedereen in de bouwsector, als expert van zijn eigen werk, gaat meedenken en bijdragen. Dat moeten we goed over de bühne krijgen. Als alle 500.000 mensen in de bouw meedenken, dan heb je een feestje. Dan hoef je niet meer te trekken, maar kun je informatie geven, faciliteren en begeleiden. Dan ga je die brei aan energie voeden.’


Opgave

Verduurzaming Gebouwen & Omgeving

Doorbraken realiseren om de transitie naar een toekomst­bestendige en CO2-neutrale gebouwen­voorraad te versnellen. Voor utiliteits- en woningbouw, zowel nieuwe als bestaande gebouwen.

Over deze opgave

Verduurzaming Gebouwen & Omgeving

Doorbraken realiseren om de transitie naar een toekomst­bestendige en CO2-neutrale gebouwen­voorraad te versnellen. Voor utiliteits- en woningbouw, zowel nieuwe als bestaande gebouwen.

Over deze opgave