Skip to main content

Negen busremises als één opgave: sneller, slimmer en aantrekkelijker voor de markt

Voor 1 oktober 2028 moeten in Friesland negen busremises klaar zijn. Alleen dan kan de provincie vanaf 2030 emissievrij busvervoer aanbieden. De tijd is krap en de opgave groot. Provincie Fryslân koos daarom voor een andere aanpak: de remises niet als negen losse projecten aanbesteden, maar samenbrengen in één opgave. Maar wat vraagt zo’n aanpak van opdrachtgever en markt?

Deze vraag stond dan ook centraal in een gesprek met Hans van Breeden (Provincie Fryslân), Pieter van Wijk (BAM) en Henberto Remmerts (TAUW) over de keuzes, de samenwerking en de lessen voor andere opdrachtgevers. Van Breeden trapt af door te zeggen dat de deadline een traditionele aanpak met afzonderlijke aanbestedingen onhaalbaar maakte. “We moeten voor 1 oktober 2028 negen busremises opleveren. Als wij dat in negen verschillende contracten wegzetten, dan halen wij die datum nooit.”

Ook de aantrekkelijkheid van de opdracht voor marktpartijen woog mee. Een bundel van negen locaties biedt immers meer perspectief dan een reeks kleine, losse projecten. De provincie betrok de markt daarom al vroeg met marktconsultaties. “Wij kunnen wel iets bedenken, maar we hebben wel een partij nodig die het wil doen” legt Van Breeden uit. De gesprekken met marktpartijen hielpen de provincie bij het toetsen of de gekozen aanpak uitvoerbaar en aantrekkelijk was. Die vroege uitwisseling gaf vertrouwen om de opgave gebundeld in de markt te zetten.

Leren 

De bundeling van negen busremises in één raamcontract moet niet alleen tijdwinst opleveren. De betrokkenen zien ook kansen om tijdens het werk te leren. Zo kunnen vervolgens de ervaringen op de eerste locatie naar de volgende remises worden meegenomen. En zo kan het proces dus gaandeweg verbeteren en versnellen. “Als je leert op de eerste, dan hoop je dat je die ervaring kunt gebruiken om de tweede en derde sneller te realiseren”, zegt Henberto Remmerts.

Voor BAM als bouwende partij zit de aantrekkelijkheid vooral in de combinatie van een generiek ontwerp en herhaling. “Die schaal”, zo legt Van Wijk uit, “maakt de businesscase haalbaarder en biedt ruimte om onderdelen van het werk te standaardiseren. Ook gezamenlijke afspraken over de energie-infrastructuur van de locaties kunnen voordeel opleveren.”

Niet alleen de omvang van de opdracht is bijzonder. Ook de contractvorm wijkt af van traditionele aanbestedingen. Zo koos de provincie voor een bouwteam-raamovereenkomst. Daarvoor waren verschillende redenen. De scope van de opgave was nog niet volledig uitgewerkt, de provincie wilde optimaal gebruikmaken van kennis uit de markt én zij wil nadrukkelijk toe naar samenwerkingsvormen die gebaseerd zijn op vertrouwen. Volgens Remmerts werd die ambitie al vroeg expliciet uitgesproken. De opdracht was niet alleen om een contract op te stellen, maar ook om samenwerking en vertrouwen een centrale plek te geven binnen de aanbesteding. Voor BAM vormt dat vertrouwen de basis van het bouwteam. “Als je een bouwteam niet met vertrouwen begint, dan komt het sowieso niet goed” zegt Van Wijk hierover.

Open communiceren

Wanneer het gesprek gaat over samenwerking, wordt het belang van openheid en transparantie benadrukt. De provincie verwacht van de opdrachtnemer eerlijkheid over wat nodig is om de opgave te realiseren. Tegelijkertijd moet de opdrachtgever open zijn over beschikbare budgetten, risico’s en randvoorwaarden. Van Wijk ziet juist daarin de grote meerwaarde van deze aanpak. “Samen nieuwe dingen ontdekken en daarover communiceren zonder dat je kaarten voor de borst hoeft te houden. Dat is heerlijk.”

Maar ook het erkennen van elkaars belangen speelt daarbij een belangrijke rol. Remmerts wijst erop dat een uitvoerende partij niet alleen kosten maakt voor ontwerp en uitvoering, maar ook voor de coördinatie van een complexe meerlocatie-opgave. “We moeten ons realiseren dat de uitvoerende partij niet alleen kosten maakt op de projecten zelf, maar ook op de coördinatie van alles. Daar mag ook een stukje budget tegenover staan,” aldus Remmerts

Opstartfase

Tijdens het gesprek gaat het ook over het belang van een goede opstartfase. In plaats van direct aan de slag te gaan met de inhoud, is bewust tijd ingeruimd om elkaar te leren kennen, beschikbare informatie te delen en afspraken te maken over de samenwerking. Remmerts noemt dit: “Versnellen door te vertragen.”

Hoewel het soms voelt alsof er in die fase weinig gebeurt, zorgt de investering aan het begin volgens hem juist voor meer snelheid later in het traject. Van Wijk herkent dat beeld. “In het begin heb je voor je gevoel misschien niet heel veel gedaan, maar ondertussen heb je wel heel veel geregeld.” Juist de combinatie van inhoudelijke voorbereiding en het opbouwen van onderling vertrouwen legt volgens de betrokkenen de basis voor een succesvolle samenwerking.

Tweede grote opgave

Voor Provincie Fryslân is dit inmiddels de tweede grote opgave die volgens deze principes wordt georganiseerd. Als de aanpak succesvol blijkt, verwacht Van Breeden dat meer projecten zullen volgen. Dat is volgens hem ook noodzakelijk. “We zullen misschien ook wel moeten. Er ligt in Nederland een gigantische opgave en we weten dat het aantal mensen dat eraan moet werken steeds kleiner wordt. Dus wij moeten wel naar contracten toe die aantrekkelijk zijn voor de markt,” zegt Van Breeden.

Welke lessen nemen de drie gesprekspartners mee voor andere opdrachtgevers? Hun advies is om de markt vroeg te betrekken en de uitvraag samen met marktpartijen te toetsen. Neem daarnaast voldoende tijd voor de contractkeuze en voorbereiding, en informeer en enthousiasmeer de markt tijdig over de opgave.

Conclusie

De gezamenlijke conclusie is duidelijk: maatschappelijke opgaven vragen om nieuwe manieren van samenwerken. Door projecten te bundelen, de markt vroeg te betrekken en te bouwen op vertrouwen ontstaat ruimte voor innovatie, efficiëntie en snelheid. Precies de ingrediënten die nodig zijn om grote transities, zoals emissievrij openbaar vervoer, succesvol te realiseren.

Foto: Romy Dam

 

29 oktober 2026