Want het gaat niet alleen om deze ene brug. Een groeiend deel van de bruggen, viaducten en sluizen van centrale en decentrale overheden nadert het einde van de verwachte levensduur of is daar al overheen. Het mag dus geen verrassing zijn dat er na inspectie steeds vaker bruggen of sluizen voor een deel van het verkeer gesloten moeten worden.
Daarnaast verschuiven de (geo)politieke prioriteiten wat effect heeft op de beschikbare budgetten. Ook klimaatverandering, droogte en extremer weer maken bestaande planningen van onderhoud steeds sneller achterhaald. De vraag is niet alleen wat er technisch moet gebeuren en of we dat kunnen betalen, maar ook of de markt straks voldoende capaciteit heeft om al het werk uit te voeren?
Daarom moeten we anders organiseren. Niet wachten tot een afzonderlijke brug problemen geeft, maar langjarig samenwerken met vaste marktpartijen. Onze werkwijze zou daarbij ingericht moeten zijn op het flexibel kunnen inzetten van gecontracteerde marktpartijen en ze toch continuïteit bieden. Bijvoorbeeld via contracten voor tien jaar, gericht op een soort objecten. Dan zijn kennis en capaciteit beschikbaar wanneer dat nodig is en leidt een calamiteit niet direct tot paniek.
Maar bovenal moeten we op systeemniveau keuzes maken. Elke euro kan maar één keer worden uitgegeven. Als lokale wensen een infraproject honderden miljoenen duurder maken, moet ook zichtbaar zijn welke andere noodzakelijke renovaties daardoor niet kunnen plaatsvinden. Bereikbaarheid draait niet om één brug, tunnel of sluis, maar om het functioneren van het hele netwerk. De Merwedebrug is daarom geen incident. Het is een waarschuwing dat ons huidige systeem zijn houdbaarheidsdatum nadert. Laten we niet wachten op de volgende afsluiting voordat we daarnaar handelen.
Nynke Sijtsma, Directeur De Bouwcampus
Deze column verscheen op 18 augustus in Cobouw