Het zette mij aan het denken. Immers, we hebben de afgelopen jaren enorme stappen gezet in het verduurzamen van gebouwen. We isoleren beter, gebruiken minder energie en ontwikkelen steeds slimmere installaties. Daar mogen we trots op zijn. Maar soms vraag ik me af of we niet vooral heel goed zijn geworden in het oplossen van de problemen van gisteren.
Want een woning die in januari nauwelijks warmte verliest, is niet automatisch een woning die in juli prettig leefbaar blijft. En als de oplossing vervolgens is dat honderdduizenden huishoudens massaal een airco aanschaffen, dan hebben we misschien een nieuw probleem gecreëerd terwijl we het oude dachten te hebben opgelost.
Gelukkig zie je ook dat het anders kan. Door slimmer te ontwerpen. Met schaduw, groen, doordachte oriëntatie, materialen die warmte minder snel doorlaten en systemen die niet alleen verwarmen, maar ook goed koelen. Niet als losse maatregelen, maar als onderdeel van één integraal ontwerp. Dat vraagt misschien iets meer denkwerk aan de voorkant, maar levert uiteindelijk veel meer comfort én minder energieverbruik op.
Dat is misschien wel de belangrijkste les van deze warme zomer. Duurzaamheid is zelden een optelsom van losse maatregelen. Vrijwel iedere keuze heeft invloed op iets anders. Minder energieverbruik, klimaatadaptatie, gezondheid, biodiversiteit, betaalbaarheid, comfort: het hangt allemaal met elkaar samen. Juist daarom bestaat er zelden een eenvoudige oplossing.
Het is dus de kunst om niet steeds één knop harder in te drukken, maar het hele systeem te blijven bekijken. Want uiteindelijk bouwen we geen woningen voor een energielabel. We bouwen plekken waar mensen, óók op een snikhete zomerdag, prettig moeten kunnen wonen, werken en leven.
Nynke Sijtsma, directeur De Bouwcampus
Deze column verscheen op maandag 20 juli in Cobouw