Skip to main content

Van unieke ontwerpen naar herhaalbare systemen: John Kerkhoff (Janson Bridging) over de toekomst van bruggenbouw

Wie aan bruggen denkt, ziet al snel iconische ontwerpen, complexe berekeningen en constructies die decennialang op dezelfde plek blijven liggen. Maar er bestaat ook een andere benadering: die van standaardisatie, herhaalbaarheid en hergebruik. Precies daar onderscheidt Janson Bridging zich. John Kerkhoff werkt al ruim twintig jaar bij het bedrijf en is spreker tijdens onze Transitiemotor op 20 mei, het maandelijkse webinar over seriematig werken, deze keer met focus op standaardisatie en hergebruik.

Met een achtergrond in de civiele techniek begon Kerkhoff bij grote aannemers, maar al snel maakte hij de overstap naar modulaire bruggen. “Wat mij altijd heeft aangesproken, is het bedenken van oplossingen,” zegt hij. “Je vertaalt een vraag van een klant naar iets wat werkt. En vervolgens zie je het ook echt gebouwd worden. Dat vind ik mooi.”

Standaardcomponenten

Waar traditionele bruggenbouw projectgedreven is, werkt Janson Bridging met een set standaardcomponenten. Die liggen op voorraad, worden tijdelijk ingezet bij een brug en keren daarna terug voor een volgende toepassing. Een aannemer die een tijdelijke overbrugging nodig heeft, hoeft dus geen nieuwe brug te laten ontwerpen: er wordt een bestaand systeem geplaatst dat na afloop weer verdwijnt.

Die aanpak vraagt om een andere manier van denken. “Je moet altijd vooruitkijken,” zegt Kerkhoff. “Niet alleen naar hoe je een brug monteert, maar ook naar hoe je hem weer kunt demonteren.” De vergelijking met een bouwpakket is snel gemaakt. “We doen niet aan maatwerk op locatie, maar werken met standaard componenten, een soort grote Legoblokken die je in elkaar zet.”

De onderdelen hebben vaste maten en verbindingen, zijn ontworpen om eenvoudig te transporteren en worden met bouten en moeren gekoppeld. Daardoor is demontage net zo vanzelfsprekend als montage.

Voorspelbaarheid

Standaardisatie levert vooral voorspelbaarheid op. Engineering wordt eenvoudiger, omdat berekeningen steeds worden gemaakt op basis van standaard componenten. Al heeft elke berekening zijn eigen uitdaging. Op de bouwplaats is minder personeel nodig en de uitvoeringstijd is kort. “Waar een traditionele bouwplaats al snel tientallen mensen telt, plaatsen wij een brug vaak binnen een dag met een klein team.”

De winst zit ook in het terugdringen van faalkosten. Door herhaald gebruik van dezelfde onderdelen verdwijnen onzekerheden uit het proces. Wat bij een eerste toepassing nog een risico is, wordt na tientallen herhalingen routine. Dat heeft ook impact op de omgeving: tijdelijke bruggen houden verkeer in beweging, wat economische schade en maatschappelijke frustratie beperkt.

Toch is er weerstand. “Je betaalt voor een dienst in plaats van een bezit,” zegt Kerkhoff. “En daar is niet altijd budget voor. Dan wordt er eerder gekozen voor afsluiten en omrijden, omdat dat op korte termijn goedkoper lijkt.”

Cultuur

Ondanks de voordelen van standaardisatie in de bruggenbouw (IFD) blijft grootschalige toepassing in Nederland beperkt. Volgens Kerkhoff speelt cultuur een grote rol. “De sector is gewend om projecten als uniek te benaderen, met bijbehorende maatwerkoplossingen.” Ook regelgeving sluit nog onvoldoende aan. “Normen zijn geschreven voor nieuwbouw en permanente situaties, niet voor hergebruik of tijdelijke inzet.”

In landen waar infrastructuur ontbreekt, komt de aanpak met standaardoplossingen juist volledig tot zijn recht. In Sri Lanka, waar Janson Bridging ook actief is, worden bruggen in grote aantallen gebouwd met dezelfde basisonderdelen. De componenten worden elders geproduceerd, in containers vervoerd en ter plekke geassembleerd. Zware kranen zijn niet altijd beschikbaar of op locatie te krijgen, maar het systeem is daarop ingericht. “We werken dan bijvoorbeeld met lichter materieel.”

De parallel met militaire bruggenbouw is duidelijk. “We spreken dezelfde taal,” zegt Kerkhoff. “Het idee dat infrastructuur meebeweegt met de behoefte die er op dat moment is.”

Die aanpak kent overigens ook grenzen. Grote overspanningen of uitgesproken ontwerpen passen minder goed binnen een gestandaardiseerd systeem; daar blijft maatwerk noodzakelijk. Daarnaast brengt standaardisatie keuzes met zich mee die gevoelig kunnen liggen. Een benodigde bruglengte van dertien meter wordt bijvoorbeeld opgelost met een standaardligger van veertien meter. “De vraag wie die extra meter dan betaalt, maakt het direct ook een financieel vraagstuk.”

Een andere blik op infrastructuur

De werkwijze van Janson Bridging laat vooral zien dat infrastructuur niet per definitie projectgedreven hoeft te zijn. Door te denken in systemen, componenten en hergebruik ontstaat een model dat dichter bij industriële productie ligt dan bij traditionele bouw.

Volgens Kerkhoff ligt daar dan ook de sleutel voor de toekomst. “We moeten accepteren dat niet alles uniek hoeft te zijn,” zegt hij. “En dat hergebruik geen concessie is, maar juist een kwaliteit. Als we dat weten te accepteren zijn modulaire bruggen ook een prima oplossing voor permanente bruggen.” De grootste uitdaging zit volgens hem dan ook niet in de techniek, maar in de mindset. “Het gaat uiteindelijk om verbinding,” besluit hij. “Niet alleen tussen oevers, maar ook in de manier waarop de sector samenwerkt en vooruitkijkt.”

Meedoen

Ben je enthousiast geworden? Schrijf je dan in voor de Transitiemotor. Deze vindt plaats op woensdag 20 mei tussen 12:00 en 13:00. John Kerkhoff vertelt ons deze middag nog veel meer over industrialisatie en standaardisatie in de infrastructuur. Meld je aan via dit formulier.

28 april 2026