Skip to main content

Martin Wijnen: ‘We moeten focus houden’

Als Martin Wijnen, directeur-generaal Rijkswaterstaat, naar De Bouwcampus kijkt ziet hij vooral een organisatie die bruist van de energie. Hij is alweer bijna anderhalf jaar voorzitter van het stichtingsbestuur. Een gesprek in de recente editie van ‘De Bouwcampus in Beeld’ over de kracht van De Bouwcampus, verbinding en het belang om focus te houden.  “Want uiteindelijk geldt: als je alles doet, doe je niks.” 

Wie Wijnen vraagt terug te blikken op het afgelopen jaar, hoort geen opsomming van projecten of bijeenkomsten. Hij kijkt liever naar de beweging erachter. “Wat ik dan zie is een organisatie die bruist van energie. Initiatieven hebben soms de neiging langzaam uit te doven, maar bij De Bouwcampus is dat absoluut niet het geval. Integendeel: het platform groeit, trekt nieuwe partners en wordt inhoudelijk sterker.”

Volgens hem zit de kracht van De Bouwcampus in de combinatie van inhoud en verbinding. Niet alleen partijen samenbrengen, maar dat doen rond een gedeeld verhaal over de toekomst van Nederland. “En dan heb ik het over klimaat, leefbaarheid, infrastructuur en woningbouw. Als de inhoud klopt, willen mensen zich verbinden. Dat zag je het afgelopen jaar heel duidelijk.”

Dat vertrouwen vertaalt zich ook in een nieuwe rol. Met de komst van het Innovatie- en Opschalingsprogramma (IOP) en daardoor een groeiend team, ziet Wijnen De Bouwcampus verder volwassen worden. “De Bouwcampus wordt gezien als een trusted partner. Dat schept vertrouwen, maar ook verplichtingen. Nu moeten we laten zien dat we die rol waarmaken.”

Zichtbaar
In zijn eerste interview als voorzitter introduceerde Wijnen drie kernwoorden: leveren, vereenvoudigen en verbinden. Terugkijkend ziet hij dat die lijn zichtbaar is geworden maar nog niet voltooid. “Als sector moeten we simpelweg meer uit onze handen krijgen. Dat lukt alleen door te vereenvoudigen en te standaardiseren. En dat kan alleen in verbinding: opdrachtgevers, markt, kennisinstellingen en overheid. We moeten het met elkaar doen.”

De beweging richting seriematig werken, portfoliobenadering en standaardisatie ziet hij zowel in infrastructuur als in woningbouw sterker worden. Maar praten over verandering is volgens hem iets anders dan daadwerkelijk resultaat boeken. “We weten inmiddels dat we minder mensen hebben. Dan is de vraag niet meer óf, maar hoe we met minder mensen méér gedaan krijgen.”

Volgens Wijnen ligt daar, ook voor De Bouwcampus, een duidelijke opdracht. Niet alleen nieuwe ideeën ontwikkelen, maar vooral zorgen dat goede ideeën sneller worden toegepast. “We voeren soms nog de discussie van gisteren, terwijl de antwoorden van vandaag al bekend zijn. De echte vraag is: hoe implementeren we sneller? Dat vraagt ook dat organisaties die met innovatie bezig zijn elkaar beter weten te vinden en scherper afstemmen wie wat doet. Alleen zo voorkomen we versnippering en kunnen we slimmer innoveren.”

Vertrouwen
Een belangrijke ontwikkeling van het afgelopen jaar ziet Wijnen in het herstel van vertrouwen binnen de sector. Dat vertrouwen is volgens hem cruciaal, maar niet vanzelfsprekend. “Het gezegde is niet voor niets, ‘vertrouwen komt te voet en gaat te paard’. Het trauma van de bouwfraude ligt al 25 jaar achter ons, maar het werkt nog steeds door. Iemand die tegen mij in de eerste tien minuten van een kennismakingsgesprek zegt: ‘die bouwfraude is lang geleden en niet meer aan de orde’, dan weet je; ‘dit trauma is helemaal nog niet over.’ Daarom moeten we blijven investeren in openheid en samenwerking. Eén misstap en we beginnen weer van voren af aan.”

Juist daar ligt volgens hem ook de waarde van De Bouwcampus als platform waar partijen buiten contracten om het echte gesprek kunnen voeren. “En die open gesprekken gaan over risico’s, systemen en toekomstbestendige oplossingen van de sector als geheel en nooit over specifieke projecten tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers. Zo’n plek is cruciaal om structureel vooruitgang te boeken.”

Focus houden
Met de groei van activiteiten komt in zijn ogen voor De Bouwcampus ook een nieuwe uitdaging en dat is focus houden. Volgens Wijnen is schaarste in ruimte, mensen, materialen, budget en draagvlak, dé motor achter innovatie. “Maar juist in een tijd waarin alles schaars is moeten we scherp blijven op onze missie. Schaarste dwingt tot focus en innovatie. Het is verleidelijk om veel op te pakken, want overal liggen relevante vraagstukken. Toch moeten we onszelf telkens de vraag stellen: draagt dit echt bij aan waar we voor zijn opgericht? Groei is mooi, activiteiten zijn waardevol, maar ze moeten wel in dienst staan van onze kernopgave. Want uiteindelijk geldt: als je alles doet, doe je niks.” Het is aldus Wijnen, dan ook de taak voor het bestuur en directie om scherp te blijven op waar De Bouwcampus werkelijk het verschil maakt. “En dat is systeemverandering versnellen.”

Doorbraken
Over een antwoord op de vraag wat Wijnen over een jaar wil kunnen zeggen dat nu nog niet kan, moet hij even nadenken. Dan zegt hij na een korte stilte: “Ik hoop dat we dit jaar kunnen wijzen op een aantal echte doorbraken concrete resultaten waarbij de productiviteit van de sector aantoonbaar is gestegen. Dat we met minder mensen meer uit onze handen krijgen. Niet alleen mooie bijeenkomsten of nieuwe verbindingen, maar tastbare vooruitgang.”

Die ambitie geldt voor infrastructuur, woningbouw én utiliteitsbouw. Volgens Wijnen staat Nederland daarin niet alleen. “Wereldwijd worstelen ontwikkelde landen met dezelfde opgave. Juist daarom ziet hij kansen voor internationale samenwerking en kennisuitwisseling. Hoe mooi zou het zijn als ideeën uit De Bouwcampus ook internationaal verschil maken?”

Twee ogen
Tot slot vat Wijnen zijn boodschap samen in een beeld dat hij zelf graag gebruikt: “We hebben twee ogen. Eén oog op de toekomst, de grote opgaven waar Nederland voor staat. En één oog op de bal, concrete resultaten boeken. Als we die twee in balans houden, zetten we echt stappen en bereiken we echt resultaten.”

Lees hier de nieuwe editie van De Bouwcampus in Beeld



25 maart 2026