Want wonen gaat niet alleen over aantallen. Het gaat ook over kwaliteit. Over leefbare buurten, goede openbare ruimte en gebouwen die generaties meegaan. Over plekken waar mensen niet alleen een dak boven hun hoofd hebben, maar ook prettig kunnen wonen. De woningen die we nu bouwen, bepalen immers de kwaliteit van onze leefomgeving voor de lange termijn.
Industrialisatie kan daar absoluut een rol in spelen. Sterker nog: slim industrialiseren kan helpen om sneller te bouwen, consistenter te werken en zelfs betere kwaliteit te leveren. Maar industrialisatie is een middel, geen doel op zichzelf. Wanneer we het alleen zien als dé manier om zo snel mogelijk zoveel mogelijk woningen te produceren, slaan we de plank mis.
De vraag die we ons telkens moeten stellen is simpel: dragen de oplossingen die we kiezen ook bij aan een goede woonomgeving? Bouwen we woningen die flexibel zijn, die mee kunnen veranderen met de tijd en die niet over twintig jaar alweer op de nominatie staan om gesloopt te worden? Bovendien ligt een groot deel van de oplossing niet alleen in nieuwbouw. In Nederland staat al een enorme voorraad woningen en gebouwen. Daar zit een enorme potentie: door beter gebruik, transformatie, optoppen of renovatie kunnen we veel meer woonplekken creëren dan vaak wordt aangenomen.
Juist daar speelt industrialisatie ook een rol. Door onderdelen slimmer en schaalbaar te produceren: gevels, badkamers, installaties. Componenten die zowel in nieuwbouw als in bestaande gebouwen kunnen worden toegepast. Dus als we echt vooruit willen komen, moeten we breder kijken. Niet alleen naar het aantal woningen dat we bouwen, maar vooral naar de kwaliteit van wat we toevoegen én naar hoe we beter omgaan met wat er al is. Want uiteindelijk draait de opgave niet om bouwen. Het draait om wonen.
Nynke Sijtsma,
Directeur De Bouwcampus