Doorpaksessie Circulair Herinrichten Utiliteitsgebouwen laat kansen én knelpunten zien
Tijdens de eerste doorpaksessie Circulair Herinrichten van dit jaar stond één vraag centraal: wat is er nodig om circulair herinrichten van utiliteitsgebouwen echt op te schalen? De bijeenkomst bracht architecten, adviseurs, leveranciers, opdrachtgevers en bouwers samen. In een combinatie van praktijkvoorbeelden en reflectie werd duidelijk dat de transitie niet draait om techniek, want de oplossingen zijn er, maar juist om samenwerking en durf.
De sessie vond plaats in het recent vernieuwde kantoor van bbn in Houten, dat direct als tastbaar voorbeeld diende. Het pand werd gestript tot het betonnen casco, dat behouden bleef, en vervolgens circulair en grotendeels energieneutraal heropgebouwd met aanvullend een nieuwbouw tussen de gebouwen van hout Daarbij is gekozen voor minimaal gebruik van installaties en maximaal hergebruik van materialen.
Opvallend is de toepassing van zogeheten PCM-plafonds, waarbij faseovergangsmaterialen warmte opnemen en afgeven. In combinatie met vloerverwarming en ventilatie ontstaat er zo een stabiel binnenklimaat met lager energieverbruik. Klassieke oplossingen, zoals uitgebreide koelinstallaties of verlaagde plafonds, zijn vermeden. Het resultaat is een gebouw dat volgens gebruikers zelfs in de zomer soms eerder te koel dan te warm aanvoelt.
Ook op materiaalniveau is gezocht naar circulariteit: van akoestische panelen van koffiejute tot leemstuc en veel groen in het interieur. Overigens bleken niet alle ambities haalbaar. Zo strandde bijvoorbeeld een poging om geoogste tussenwanden her te gebruiken op kwaliteitsverlies door tijdelijke opslag buiten. Iets wat volgens aanwezigen illustratief is voor de praktijk en vraagt om het breder delen voor vervolg projecten.
Inspiratie
De rondleiding inspireerde de deelnemers en maakte indruk. “Zo’n project zou ik ook graag nog een keer doen binnen mijn organisatie,” zei een enthousiaste deelnemer. Meerdere aanwezigen benadrukten dat circulair bouwen om creativiteit en flexibiliteit vraagt. “Traditionele projecten sturen op voorspelbaarheid, waar circulariteit vraagt om omgaan met onzekerheden en aanpasbaarheid bijvoorbeeld in materiaalbeschikbaarheid of ontwerpuitkomsten.”
Tegelijkertijd blijft het ‘kostenvraagstuk’ een belangrijk struikelblok. Hoewel duurzaamheidsambities breed worden gedragen, blijkt het businessmodel nog eenzijdig te zijn ingericht op ‘kosten’ en niet op behaald milieu-impact en dat maakt de businesscase vaak nog lastig. Volgens deelnemers ligt daar een duidelijke opgave: “We moeten inzichtelijk maken welke waarde circulaire oplossingen opleveren, ook buiten puur financiële parameters, zoals gezondheid, werkplezier (minder verzuim) en lagere milieubelasting.”
Leerfase
De sessie maakte duidelijk dat de sector nog in een leerfase zit. Hergebruik brengt onzekerheden met zich mee die niet altijd binnen bestaande contractvormen passen. Risico’s worden daardoor soms vermeden, wat vernieuwing afremt. De conclusie is dan ook eensgezind: experimenteren is noodzakelijk om erachter te komen wat er nodig is om op te schalen. Dat vraagt om ruimte in budgetten én om open gesprekken in een vroeger stadium met partijen die normaal gesproken nog niet aan tafel zitten, zodat risico’s gezamenlijk kunnen worden afgewogen.
Wat de bijeenkomst verder vooral liet zien, is dat de uitdaging van circulair herinrichten niet alleen technisch is, maar vooral zit in organisatie, samenwerking en het herdefiniëren van waarde. Zoals één van de deelnemers het samenvatte: “Papier is geduldig, je kan alles wel dichttimmeren in een contract, maar de praktijk vraagt nu om andere keuzes.”
De oproep die blijft hangen: ga het gesprek aan en durf stappen te zetten, ook als nog niet alles zeker is.
Vanuit De Bouwcampus wordt gewerkt aan een gezamenlijke aanpak door middel van vijf actielijnen. Eerder werden vier actielijnen gedefinieerd: Een circulaire marktplaats, een afwegingsmodel (flowchart), een uniforme maatstaf (HNN) en multifunctionele ontwerpprincipes. Daar is een vijfde lijn aan toegevoegd: de circulaire uitvraag.
De eerste actielijn, de marktplaats, verschuift de focus van aanbod naar vraag. Functionaliteiten zoals het invoeren van een volledige zoekvraag of bestek, gelijktijdig zoeken naar meerdere producten en het actief matchen van vraag en aanbod staan centraal. Ook wordt gewerkt aan koppelingen met de Nationale Milieudatabase voor inzicht in milieu-impact en CO₂-besparing. Daarnaast wordt gekeken naar inzet van AI om toepassingen van materialen te suggereren en het ontwerpproces te ondersteunen.
Actielijn twee, het afwegingsmodel, gaat een verdiepingsslag in met focus op klimaatinstallaties. Architecten en aannemers worden geïnterviewd om praktijkkennis te verwerken.
Binnen de derde actielijn wordt toegewerkt naar een uniforme maatstaf. In maart en april wordt een conceptversie Het Nieuwe Normaal – i (0.1) opgesteld met concrete indicatoren voor circulaire inbouw, gevolgd door aanscherping in juni. Doel is een gedeelde ‘taal’ en rekenmethodiek.
De vierde actielijn, multifunctionele ontwerpprincipes, krijgt vorm via casussen zoals die van de politie. De nadruk ligt op vertaling van ambities naar beleid en uitvoering, met aandacht voor routekaarten, draagvlak en meetmethoden, binnen bestaande budgetten.
De vijfde actielijn, de circulaire uitvraag, richt zich op het anders formuleren van opdrachten richting de markt, waarbij naast prijs ook circulariteit en lange termijn waarde expliciet worden meegenomen.
Doe mee
De ontwikkeling van de 5 actielijnen is een open proces. Partijen uit de hele keten worden uitgenodigd om mee te denken en bij te dragen. Of het nu gaat om het aanscherpen van de flowchart, het voeden van de marktplaats of het ontwikkelen van een maatstaf: input uit de praktijk is essentieel. Sluit aan, deel je ervaringen en help mee om circulair herinrichten van utiliteitsgebouwen van uitzondering naar standaard te brengen.