Onlangs stond dit onderwerp centraal tijdens het Partnerevent van De Bouwcampus. De beelden van acrobatische humanoids spreken tot de verbeelding, maar de echte vragen gaan niet over hoe menselijk zo’n robot al kan bewegen. Ze gaan over wat robots voor onze sector kunnen betekenen. Kan een humanoid het werk bijvoorbeeld veiliger en minder zwaar maken? Kan hij extra productiecapaciteit toevoegen in een sector die nu al mensen tekortkomt? Wordt hij het hulpje van de vakman, zijn collega of uiteindelijk zelfs zijn vervanger?
Die laatste vraag krijgt vaak de meeste aandacht. Begrijpelijk, maar daardoor dreigen we een belangrijker vraagstuk te missen. In landen als China en de Verenigde Staten worden miljarden geïnvesteerd in robotica en kunstmatige intelligentie. Daar dalen de prijzen, stijgt de productie en wordt in hoog tempo ervaring opgedaan. In Nederland bekijken we de ontwikkeling nog vaak van een afstand.
Dat is riskant. Niet omdat we bang moeten zijn dat robots morgen de bouwplaats overnemen, maar simpelweg omdat anderen straks bepalen welke technologie wij gebruiken, volgens welke standaarden en onder welke voorwaarden. Daarom moeten we humanoids serieus nemen. Niet ieder bedrijf hoeft zelf het wiel uit te vinden. Organisaties die experimenteren, lopen vaak tegen dezelfde vragen aan rond veiligheid, regelgeving, normen, aansprakelijkheid en acceptatie. Juist op die onderwerpen kunnen we samenwerken zonder bedrijfsgevoelige kennis prijs te geven.
De Bouwcampus geeft daarom een vervolg aan het Partnerevent. Zo brengen we volgend jaar in februari koplopers uit de hele bouwketen bij elkaar om ervaringen te delen en te onderzoeken welke belemmeringen we tegenkomen en gezamenlijk zouden kunnen wegnemen. En natuurlijk, de humanoid is NU nog lang niet overal geschikt voor. Maar laten we vooral kijken wat er al wel kan op bouwplaatsen, werkplaatsen en fabrieken om het werk veiliger, aantrekkelijker en productiever te maken.
Nynke Sijtsma,
Directeur De Bouwcampus
Deze column verscheen op 17 september in Cobouw