Skip to main content

Circulariteit in kantoorgebouwen: van afval naar hergebruik als standaard

Tijdens de tweede doorpaksessie over circulair herinrichten van utiliteitsgebouwen, op 24 juni 2026, werd opnieuw zichtbaar waar de centrale spanning ligt: circulaire oplossingen zijn in veel gevallen beschikbaar, maar het systeem waarin ze moeten landen is daar nog niet op ingericht. De sessie werd voorafgegaan door een rondleiding bij Studio Wae, waar de relatie tussen fysieke werkomgeving, organisatievorm en materiaalkeuzes direct ervaarbaar werd gemaakt.

De rondleiding bij Studio Wae functioneerde niet alleen als introductie op de sessie, maar maakte ook zichtbaar hoe ontwerpvrijheid en organisatiekeuzes in elkaar grijpen. In de ruimte werd gewerkt binnen een bewuste keuze voor een niet-traditionele kantooromgeving, waarin conventies zijn losgelaten en experiment en uitvoering naast elkaar bestaan.

In de dialoog daarna kwam naar voren dat circulaire keuzes niet zozeer stranden op het ontbreken van oplossingen, maar op aansturing in de tijd van het proces. Wanneer projecten vroeg worden voorbereid, ontstaat ruimte om inkoop en ontwerp anders te organiseren (flow van besluitvorming en ambitie) en circulaire mogelijkheden (eisen en wensen) daadwerkelijk te verankeren in uitvraag, selectie en gunning. Daarbij werd verwezen naar het gebruik van Environmental Product Declarations (EPD’s) bij materialen zoals tapijt en tussenwanden, als middel om milieuprestaties te duiden en eerder in besluitvorming te betrekken.

Tegen die achtergrond kreeg het motto van Studio Wae “Verleng de levensduur van afval” extra lading. Het gebruik van het woord “afval” dient uit het vakjargon te verdwijnen volgens de deelnemers.

Bestaande systemen vs circulaire ambities

Binnen de publieke sector werd de spanning tussen bestaande systemen en circulaire ambities nadrukkelijk voelbaar. Organisaties zijn grotendeels ingericht op uniformiteit, voorspelbaarheid en schaalbaarheid. Juist dat maakt het lastig om ruimte te geven aan circulaire mogelijkheden die vaker context specifiek of niet-standaard zijn.

Tegelijkertijd werd geconstateerd dat de druk om duurzame alternatieven toe te passen toeneemt. De praktijk beweegt daarmee wel, maar gefragmenteerd: experimenten ontstaan naast bestaande systemen, zonder die al te vervangen. Het collectief oppakken van de circulaire oplossingen en keten die hier al volledig voor zijn ingericht gaan het mogelijk maken om van ‘pilot’ naar ‘business as usual’ te gaan komen.

De kernspanning werd daarbij niet zozeer gezien als technologisch, maar als institutioneel vraagstuk rond governance, inkoopkaders en risicobeoordeling. Alle voorbeelden laten echter al zien dat papier en praktijk elkaar dienen te gaan zien als elkaar versterkende bewegingen. Het kan namelijk al met tal van materiaalstromen.

Toekomstbeeld

In een toekomstverkenning waarin deelnemers werd gevraagd een denkbeeldig Cobouw-artikel uit 2040 te schetsen, ontstond een beeld waarin gebouwen niet langer statische objecten zijn. De uitspraak “Van alle scholen gebouwd in 2026 zijn er al tien verplaatst” verbeeldde een systeem waarin flexibiliteit en verplaatsbaarheid onderdeel zijn van het basisontwerp.

In dat perspectief verschuift de rol van de sector van het realiseren van vaste assets naar het ontwikkelen van adaptieve systemen. Modulaire bouwprincipes worden daarbij niet langer gezien als uitzondering, maar als ontwerpbasis. Producenten dienen dan ook samen met totaaloplossingen te komen op ontwerp, losmaakbaarheid en hergebruikpotentieel. Voor scholen is dit inmiddels vertaald naar een restwaardebepaling van minimaal tien procent, die doorwerkt in de voorkant van een projectopgave en leidt tot 10% extra beschikbare middelen.

Wet- en regelgeving werden genoemd als belangrijke versneller, omdat die partijen dwingt keuzes te maken en afwachtgedrag doorbreekt. Tegelijkertijd werd benadrukt dat vertrouwen in de praktijk alleen ontstaat door concrete voorbeelden die laten zien dat het werkt. En die zijn er dus.

Wat de sessie uiteindelijk zichtbaar maakte, is dat de circulaire opgave in de utiliteitsbouw minder draait om het ontwikkelen van nieuwe oplossingen, en meer om het herinrichten van bestaande onlogica. Zolang planning, inkoop en waardering nog uitgaan van lineaire aannames, blijven circulaire toepassingen afhankelijk van uitzonderingen in plaats van standaardpraktijk. De verschuiving waar de sector voor staat, zit daarmee niet alleen in het gebouw, maar vooral in de manier waarop erover wordt besloten.

Updates actielijnen

Vanuit De Bouwcampus wordt gewerkt aan een gezamenlijke aanpak via vijf actielijnen die circulair herinrichten van utiliteitsgebouwen verder moeten brengen:

  1. De circulaire marktplaats
  2. Een afwegingsmodel (flowchart) om circulariteit te borgen in je project
  3. De uniforme maatstaf (Het Nieuwe Normaal) HNN-Inbouw
  4. Multifunctionele ontwerpprincipes
  5. De circulaire uitvraag.

Beter benutten

De eerste actielijn, de circulaire marktplaats, richt zich op het verschuiven van de focus van externe inkoop naar het beter benutten van wat al beschikbaar is. “Het is van mij en het blijft van mij” was een veelgehoord statement. In de sessie werd benadrukt dat veel waarde binnen organisaties al aanwezig is, maar nog onvoldoende zichtbaar of toegankelijk wordt gemaakt. Het idee van interne hergebruikstructuren kwam daarbij expliciet terug, waarin projecten eerst binnen de eigen organisatie worden gematcht voordat extern wordt ingekocht of op marktplaatsen worden ‘gedumpt’. Functionaliteiten als een interne ‘marktplaats’ en behoud van waarden en bruikbaarheid vormen daarbij het nieuwe uitgangspunt.

Ga het gesprek aan in de keten

De tweede actielijn, het afwegingsmodel, ondersteunt besluitvorming over behoud, hergebruik en vervanging van gebouwen en materialen. In de praktijk blijkt dit instrument nog beperkt ingebed, terwijl juist in de vroege projectfase ruimte bestaat om alternatieven expliciet mee te nemen in afwegingen. De nadruk ligt op het versterken van toepassing in concrete projecten en het beter verankeren van het model in bestaande werkprocessen. Met het aangaan van het ‘ketengesprek’ wordt al snel duidelijk dat je niet de enige bent die hier werk van wil maken.

Het Nieuwe Normaal (HNN) 0.5 is een feit

Binnen de derde actielijn wordt gewerkt aan een uniforme maatstaf via Het Nieuwe Normaal. Doel is het ontwikkelen van een gedeelde taal en rekenmethodiek voor circulaire prestaties, zodat projecten beter vergelijkbaar en stuurbaar worden. De verdere uitwerking richt zich op het aanscherpen van indicatoren en het vergroten van toepasbaarheid in de praktijk. De Bouwcampus heeft hier samen met Cirkelstad (Het Nieuwe Normaal) en tien organisaties werk van gemaakt en de Leidraad HNN-inbouw is 29 juni gelanceerd.

De vierde actielijn, multifunctionele ontwerpprincipes, richt zich op de vertaling van circulaire ambities naar ontwerp en uitvoering. In de sessie kwam naar voren dat ontwerpkeuzes direct bepalend zijn voor de mogelijkheden tot het verlagen van milieu-impact (materiaal gebonden CO2-uitstaat en -opslag), waardebehoud (losmaakbaarheid) en materiaal gebruik (o.a. herkomst- gezonde materialen en omgang vrijkomende materialen)

Hoe gaan we de 4-actielijnen samen brengen?

De laatste actielijn: de circulaire uitvraag, richt zich op het anders formuleren van opdrachten richting de markt. Naast prijs en planning worden daarbij ook de HNN-inbouw circulaire prestaties meegenomen en meegewogen om milieu-impact, materiaalgebruik en waardebehoud, kwantitatief of kwalitatief mee te nemen in de uitvraag en dus bij de start van een project waar ambities en doelstellingen benoemd worden.

Doe mee

De ontwikkeling van de vijfde actielijnen blijft een open proces. Praktijkervaringen uit projecten en organisaties zijn NU essentieel om de instrumenten verder te verbeteren en beter toepasbaar te maken. Door projecten vanaf DO te gaan evalueren kunnen samen de haalbare ondergrens gaan bepalen en kennis delen hoe dat is bereikt met de maatregelen toolbox om samen te werken aan concrete uitvoerbare- en haalbare toepassingen. Zo wordt gewerkt aan de verschuiving naar het circulair herinrichten van utiliteitsgebouwen van uitzondering naar standaard.

Sluit daarom aan, deel je ervaringen. Meld je circulaire materiaal alternatief aan, laat je project evalueren met Het HNN-Inbouw, of krijg hulp bij het stellen van een andere uitvraag. Help mee om circulair herinrichten van kantoor/ werkomgeving van uitzondering naar standaard te brengen.

Voor vragen en handreikingen neem contact op met Wytze Kuijper (+31 6 22968568/ wytze.kuijper@debouwcampus.nl) of Maaike Helleman (maaike.helleman@debouwcampus.nl))