V&R-enquête legt pijnpunten in infrastructuuropgave bloot
Een groot deel van de gemeenten weet niet wat de staat is van bruggen, viaducten en andere civiele kunstwerken. Sterker nog: bij meer dan de helft is het areaal niet volledig of niet actueel in kaart gebracht, en worden risico’s op uitval of falen onvoldoende gemonitord. Dat is misschien wel de meest opzienbarende eerste uitkomst van de landelijke Vervanging & Renovatie-enquête van De Bouwcampus. Een uitkomst die raakt aan de kern van de opgave waar Nederland voor staat: hoe houden we onze verouderende infrastructuur veilig, bereikbaar en betaalbaar?
“Als je niet goed weet wat je hebt, wordt het ook heel lastig om goed te sturen op vervanging, onderhoud en risico’s,” trapt transitiemedewerker Laura Lohuis Linde het gesprek af over de eerste uitkomsten van de doorlopende V&R enquête. “En dat is precies wat hier zichtbaar wordt.”
Met de enquête wil De Bouwcampus inzicht krijgen in hoe decentrale overheden omgaan met de groeiende V&R-opgave. Niet vanuit rapporten of modellen, maar vanuit de dagelijkse praktijk. “We zien veel analyses over de omvang van de opgave,” zegt Sander Lasschuijt, eveneens transitiemedewerker bij De Bouwcampus. “Maar we wilden weten: hoe organiseren gemeenten, provincies en waterschappen dit nu echt? Waar lopen ze tegenaan? En waar zien ze zelf kansen om het anders te doen?”
Tot nu toe hebben 39 overheden de enquête ingevuld: 26 gemeenten, 12 provincies en één waterschap de enquête ingevuld. Dat is uiteraard nog geen representatieve doorsnede van Nederland, benadrukken de twee transitiemedewerkers. Maar het beeld dat nu ontstaat is volgens het tweetal wel degelijk betekenisvol. “Dit zijn geen randverschijnselen,” zegt Lasschuijt. “De patronen die we zien, herkennen we ook uit gesprekken en andere onderzoeken.”
Assetmanagement
Een van die patronen is de beperkte verbinding tussen assetmanagement en beleidsvorming, met name bij gemeenten. Bijna 80 procent van de gemeentelijke respondenten geeft aan dat assetmanagement niet of slechts beperkt in toekomstig beleid is geïntegreerd. “Dat betekent dat de kennis over de staat van assets lang niet altijd landt op het niveau waar keuzes worden gemaakt over investeringen en prioriteiten,” benadrukt Lohuis Linde. “Bij provincies zien we dat die koppeling vaker wel aanwezig is, maar bij gemeenten blijft dat zichtbaar achter.” Volgens Lasschuijt is dat een belangrijk signaal. “Je kunt technisch heel goed weten hoe een brug ervoor staat, maar als die informatie niet wordt meegenomen in beleids- en begrotingskeuzes, ontstaat er een gat. En dat gat zien we hier terug.”
Data
De vragen over data geven een vergelijkbaar beeld. Slechts iets meer dan 40 procent van de gemeenten geeft aan dat het areaal volledig en actueel in kaart is gebracht. Ook het monitoren van risico’s op uitval of falen gebeurt lang niet overal structureel. “Dat zette bij mij echt uitroeptekens,” zegt Lohuis Linde. “Als we niet goed weten waar de grootste risico’s zitten, hoe kunnen we dan sturen op veiligheid en continuïteit? Dat raakt direct aan maatschappelijke waarden.”
De uitkomsten sluiten aan bij eerdere signalen uit onder meer het TNO-prognoserapport, waarin wordt gewezen op het ontbreken van cruciale data over levensduur en belasting van infrastructuur. “Dit bevestigt dat beeld,” aldus Lasschuijt. Als gevraagd wordt naar de grootste uitdagingen in de V&R-opgave, springt één thema er met kop en schouders bovenuit: capaciteit. Gebrek aan mensen, kennis en tijd wordt door vrijwel alle respondenten genoemd als grootste zorg. “Dit komt echt overal terug,” zegt Lasschuijt. “Niet alleen bij gemeenten, maar ook bij provincies. En die druk neemt alleen maar toe, door vergrijzing en doordat veel ervaren mensen de komende tien jaar uitstromen.” Daar komt nog bij dat waardevolle kennis vaak nog onvoldoende structureel wordt vastgelegd of overgedragen. Meer dan de helft van de gemeenten geeft aan dat kennis over assetmanagement niet goed wordt geborgd binnen de organisatie. “Dat is risicovol,” zegt Lohuis Linde. “Juist nu de opgave groter en complexer wordt.”
Urgentie
Opvallend is dat de urgentie van de V&R-opgave bij professionals zelf groot is. Meer dan 90 procent van de respondenten zegt bekend te zijn met de opgave en zich ongemakkelijk te voelen bij het idee dat er niets gebeurt. “Het leeft echt,” benadrukt Lasschuijt. “Mensen zien wat er op hen afkomt en voelen dat ‘business as usual’ niet genoeg is.” Tegelijkertijd geeft een aanzienlijk deel aan dat die urgentie op bestuurlijk-politiek niveau onvoldoende wordt gevoeld. “Dat spanningsveld zien we vaker,” zegt Lohuis Linde. “Professionals voelen de druk, maar het lukt niet altijd om die door te vertalen naar bestuurlijke keuzes.”
Ook als het gaat om samenwerking geeft de enquête een duidelijk signaal. Zo is bijvoorbeeld de bereidheid om met andere opdrachtgevers kennis te delen groot. Ook standaardisatie, uniformering van eisen en seriematige uitvoering worden breed gezien als kansrijke oplossingsrichtingen. “Dat vind ik een van de meest hoopvolle uitkomsten,” zegt Lasschuijt. “De wil om samen te werken is er absoluut.”
Onderwijs
In de open antwoorden komt nog een opvallend thema naar voren: onderwijs. Respondenten noemen onderwijs, instroom en het imago van het vak verrassend vaak als onderdeel van de oplossing. “Dat laat zien dat mensen verder kijken dan hun eigen organisatie,” zegt Lasschuijt. “Ze zien dat dit een structureel probleem is dat je niet alleen met projectmaatregelen oplost.”
Voorlopig blijft de V&R-enquête nog open. De Bouwcampus wil het beeld verder verdiepen, onder andere door meer kleinere gemeenten, waterschappen en bestuurders te bereiken. “Hoe breder de input, hoe scherper de inzichten,” zegt Lohuis Linde. “En hoe beter we samen kunnen bepalen waar we moeten versnellen.”
Vul de enquête in
Dus werk je bij een gemeente, provincie of waterschap aan infrastructuur en heb je de enquête nog niet ingevuld? Dat kan nog steeds. Ga naar de Grote V&R-enquete. Deelnemers ontvangen een terugkoppeling van de resultaten en worden betrokken bij vervolgbijeenkomsten waarin de uitkomsten worden verdiept en vertaald naar handelingsperspectief.