Skip to main content

‘Certificering is middel, bewoners zijn het doel’

De belofte klinkt aantrekkelijk: woningconcepten die vooraf zijn gecertificeerd, een vergunningprocedure die grotendeels kan worden overgeslagen en woningen die sneller uit de grond schieten. Maar werkt het ook zo? Tijdens de workshop ‘Sneller bouwen met gecertificeerde woningen?’, die De Bouwcampus samen met Kiwa organiseerde op de WoCoDa in Utrecht, werd die vraag niet gladgestreken, maar juist open op tafel gelegd. “De versnelling zit in meer zekerheid. Wanneer kunnen bewoners erin? Dat is waar het uiteindelijk om draait.”

Patrick Barské, directeur-bestuurder woningcorporatie Area, Carl Dolmans, directeur Hendriks Bouw en Jeroen Bunschoten van Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) bogen zich onder leiding van Jaap Kolk, transitiemanager bij De Campus over de voordelen van type- en systeemgoedkeuring. Drie perspectieven, één gedeelde urgentie: versnellen móét, maar niet tegen elke prijs.

De gedachte achter gecertificeerde woningbouw is helder. Als een woningconcept vooraf aantoonbaar voldoet aan vooraf gestelde technische eisen van het Bouwbesluit, waarom zou elke gemeente dat dan opnieuw moeten toetsen? Binnen het Innovatie- en Opschalingsprogramma Woningbouw (IOP) geldt type- en systeemgoedkeuring dan ook als een van de belangrijke versnellers. Het streven is ambitieus: een reductie van de voorbereidingstijd met minimaal 25 procent en een capaciteitsbesparing van 60 zestig bij de gemeentelijke toetsing van minimaal zes pilotprojecten in de Groene Metropoolregio en Rotterdam. En dit uiterlijk medio 2027.

Het hoofddoel van de Versneller is het opleveren van een werkend en aantoonbaar effectief FastLane-proces dat het vergunningstraject voor woningbouwprojecten significant versnelt. Dit wordt bereikt door de toepassing van typegoedkeuringen en de Erkende Kwaliteitsverklaring (EKV).

Volgens Jeroen Bunschoten zit daar juridisch ook echt ruimte. “Een erkende kwaliteitsverklaring is geen mening, maar een wettelijk erkend bewijs,” legde hij uit. “Dat betekent dat gemeenten en kwaliteitsborgers dat technische deel niet opnieuw hoeven te beoordelen. Sterker nog: ze mogen het niet nog een keer overdoen.” Maar daarmee is de uiteindelijke bouwvergunning nog niet automatisch binnen. “Het ruimtelijke spoor blijft bestaan,” nuanceerde Bunschoten. “Zaken als welstand, de ruimtelijke inpassing en parkeren, dat los je niet op met certificering alleen.”

Voorspelbaarheid
Voor bouwers zit de grootste winst in voorspelbaarheid. Carl Dolmans was daar uitgesproken over. “Wij lopen als sector leeg niet alleen qua ervaring maar ook qua menskracht. Mensen gaan met pensioen en die kennis komt niet één-op-één terug. Industriële productie kan met minder mensen maar dan moet je wel zorgen dat je producten en de afname daarvan voorspelbaar worden. Dat kan alleen door vooraf afspraken te maken en je daaraan te houden.”

Volgens Dolmans dwingt certificering tot discipline. “Het helpt ons om niet telkens opnieuw het wiel uit te vinden. Minder ‘nieuwe aansluitingen’, meer werken vanuit een gezamenlijke basis. Dat scheelt tijd, geld en faalkosten.” Ook voor opdrachtgevers ligt daar een duidelijke meerwaarde. Patrick Barské: “Voor ons als woningcorporatie zit versnelling niet alleen in weken of maanden korter toetsen, maar vooral in zekerheid. Wanneer kunnen bewoners erin? Dat is waar het uiteindelijk om draait.”

Realisme
Tegelijkertijd klonk er ook realisme. Wat als de tijdwinst alsnog verdwijnt? Dolmans: “Mijn grootste zorg is dat we denken dat we sneller zijn, terwijl de vertraging zich gewoon verplaatst. Dan win je technisch tijd, maar verlies je die weer bij welstand of lokale eisen.” Daarnaast is ketenafhankelijkheid cruciaal. “Een Fast Lane werkt alleen als iedereen meedoet en zich aan de afspraken houdt,” stelde hij. “Van opdrachtgever tot leverancier. Het huidige systeem is diffuus, en dat maakt het kwetsbaar.”

Overleg
Wat gedurende de workshop steeds terugkwam, was de noodzaak van vroegtijdig overleg. Kolk: “Versnellen begint niet bij de vergunning, maar ver daarvoor. Als je pas bij de aanvraag het gesprek voert, ben je eigenlijk al te laat. We moeten naar mijn idee ook af van het idee dat certificering een soort snelweg is waar je automatisch overheen mag rijden. Het gaat niet alleen om het papier, maar om het vertrouwen dat je met elkaar organiseert. En dat begint met het eerlijke gesprek.”  Barské herkende dat. “Wij praten soms zeven jaar over grond, programmering en ambities. Als dat eenmaal staat, kunnen we relatief snel ontwerpen en bouwen. De echte winst zit vóór de tekentafel.”

De conclusie na afloop van de paneldiscussie was dan ook geen simpele ja of nee. Gecertificeerde woningbouw biedt serieuze kansen, maar vraagt om een andere manier van samenwerken. Meer delen, meer standaardiseren zonder dat alles eenheidsworst wordt. Dolmans vatte het praktisch samen: “We zijn in de bouw heel goed in uitleggen waarom iets níet kan. Misschien is het tijd dat we wat vaker laten zien waarom het wél kan.” En Bunschoten sloot af met een oproep: “Het stelsel biedt al veel meer ruimte dan vaak wordt gedacht. Laten we die ruimte ook daadwerkelijk gaan benutten.”



10 februari 2026