Industriële bouwstroom in beweging
De stap van praten naar doen is gezet. Tijdens de WoCoDa in Utrecht is de Afsprakenbrief Opschalen Industriële Bouwstroom ondertekend door provincies, gemeenten, ontwikkelaars en woningcorporaties. Geen vrijblijvende intenties, maar afspraken die nu al goed zijn voor circa 6.000 woningen in Noord-Holland en Flevoland met ruimte om de komende jaren fors uit te breiden.
Volgens Richard Derksen, programmamanager IOP, zit de kracht van de afspraken in de gezamenlijke stap naar uitvoering. “Dat provincies, gemeenten en ontwikkelaars nu concreet aan de slag gaan, betekent een flinke stap voor het opschalen van industriële woningbouw. Het leidt tot betere kwaliteit en duurzamere woningen, maar voor bouwers vooral tot meer continuïteit en voorspelbaarheid.”
De afsprakenbrief is ondertekend door de provincies Noord-Holland en Flevoland, het ministerie van VRO, De Nieuw Hollandse Bouwstroom, de gemeenten Purmerend, Uithoorn, Schagen en Landsmeer, woningcorporaties Eigen Haard en Wooncompagnie, en ontwikkelaar BPD | Bouwfonds Gebiedsontwikkeling. Juist die mix van publieke en private partijen is volgens de betrokkenen cruciaal om industriële woningbouw echt schaalbaar te maken.
Dat niet alleen grote steden meedoen, noemt Ferry Hoekstra, wethouder in Uithoorn, een groot voordeel. “Het is fijn dat we als kleinere gemeenten mee kunnen draaien en een rol spelen om uiteindelijk sneller, beter en betaalbare woningen te realiseren. En”, voegt hij er fijntjes aan toe, “met tien keer minder mensen.” Immers, industrieel bouwen maakt het mogelijk om ook met beperkte capaciteit tempo te maken, mits gemeenten hun ruimtelijke en planologische kaders hierop inrichten.
Locaties
De eerste groep ondertekenaars brengt direct locaties in waar industrieel bouwen het vertrekpunt is. Het gaat onder meer om de Purmerendse Oostflank (5.000–5.800 woningen), Muggenburg in Schagen (circa 750 woningen) en kleinere maar betekenisvolle locaties in Uithoorn, Amstelveen en Landsmeer. Daarmee ontstaat een eerste samenhangende bouwstroom, waarin projecten niet los van elkaar worden ontwikkeld maar als onderdeel van een continu en voorspelbaar programma.
Ontwikkelaars verbinden zich nadrukkelijk voor meerdere jaren. Peter van Oeveren (BPD) brengt diverse locaties in en geeft aan “blij te zijn met de lange termijn afspraken. Ze zorgen ervoor dat investeren in industriële concepten, fabriekscapaciteit en samenwerking daadwerkelijk loont.”
Mentale omslag
Volgens Niels Bovenkamp, wethouder van Landsmeer markeert de afsprakenbrief ook een mentale omslag. “Ik hoop dat we hiermee niet meer hoeven te praten over de kwaliteit van industriële woningen, maar over kwaliteit. De twijfel die hier en daar nog zit, moet eruit.” Door industriële bouw vanaf de start te koppelen aan ontwerp, vergunningverlening en ontwikkeling, verschuift het gesprek van uitzondering naar nieuwe norm.
De afspraken lopen tot 2036 en worden jaarlijks geëvalueerd, met een eerste formele evaluatie in het najaar van 2026. Nieuwe gemeenten en locaties kunnen tussentijds aansluiten. Met ondersteuning van onder meer De Bouwcampus en het Programma Innovatie en Opschaling Woningbouw (IOP) moeten de koploperlocaties uitgroeien tot voorbeelden die opschaling elders versnellen. Uiteindelijk dragen de afspraken ook bij aan de ambitie om richting 2030 circa 50 procent van de nieuwbouw industrieel te realiseren.
Kern van de afsprakenbrief
Met de Afsprakenbrief Opschalen Industriële Bouwstroom spreken provincies, gemeenten, woningcorporaties en marktpartijen af om industriële woningbouw structureel op te schalen en toe te werken naar 50 procent industrieel bouwen in 2030. Dat doen zij door industriële bouwconcepten vroegtijdig te koppelen aan concrete woningbouwlocaties, te werken met continue en voorspelbare bouwstromen, ruimtelijke en planologische kaders hierop aan te passen en gezamenlijk te investeren in kennisdeling, standaardisatie en versnelling van vergunningverlening. De eerste koploperlocaties in Noord-Holland en Flevoland zijn samen goed voor circa 30.000 tot 50.000 industrieel gebouwde woningen tot 2030, waarbij de focus ligt op kwaliteit, duurzaamheid, kostenreductie en uitvoerbaarheid, ondersteund door het Programma Innovatie en Opschaling Woningbouw en De Bouwcampus.