• Start
  • Nieuws
  • Verslag slotbijeenkomst mengen wonen en werken in 2030

Verslag slotbijeenkomst mengen wonen en werken in 2030

Verslag slotbijeenkomst mengen wonen en werken in 2030

Samen met De Bouwcampus heeft de Verstedelijkingsalliantie afgelopen maanden de mogelijkheden verkend van het mengen van wonen en werken bij stedelijke transformatie. In de zuidelijke Randstad moet tot 2040 circa 240.000 woningen worden gerealiseerd, waarvan zeker 170.000 in bestaand, stedelijk gebied. Er is stil gestaan bij vragen als: Moeten bepaalde bedrijven wijken voor huizen? Kun je wonen in de buurt van industrie zonder overlast? Hoe behoud je werkgelegenheid? Tegelijkertijd is in opdracht van de Provincie Zuid-Holland voor de 'Regio van de Toekomst' ontwerpend onderzoek uitgevoerd om invulling te geven aan de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Op dinsdag 19 februari 2019 zijn in Lijm & Cultuur (Delft) de uitkomsten van beide trajecten met elkaar verknoopt. 

Opgedane inzichten, kansen en mogelijke doorbraken uit eerdere sessies zijn vertaald naar de praktijk, we hebben gebouwd aan de veranderende samenwerking tussen markt en overheid in dit vraagstuk en we hebben meer geleerd over de impact van de circulaire economie op verstedelijking. We hebben een eerste stap gezet in het samen pionieren om de beelden van de toekomst waar te maken. Nu zullen we door middel van ‘doorbraaktafels’ concrete verdere stappen zetten.

Lees hieronder het verslag van 19 februari 2019 en bekijk hieronder de video. 

Geplaatst: 26 maart 2019

Deel deze pagina

Verschillende stakeholders over herontwikkeling

06 opening JoostSchijnen

Dagvoorzitter Joost Schrijnen introduceerde het vraagstuk en nodigde enkele stakeholders op het podium uit om met elkaar in gesprek te gaan over de vraag: Hoe komen we tot een wezenlijk andere invulling van de gemengde gebieden en wat is het proces dat daar toe leidt? Uitkopen is niet langer de enige oplossing omdat de centrales ook nodig zijn om de stedelijke ontwikkeling op gang te helpen.

  • Gido ten Dolle, Directeur Verstedelijkingsalliantie / Directeur Ruimte en Economie - Gemeente Delft

“Gezien de complexiteit van het vraagstuk, zou eigenlijk een 12 jaar lang wethouderschap nodig zijn om tot besluiten voor dergelijke ontwikkelingen te kunnen komen. Helaas is dit niet het geval, toch dient dit college de aankomende 2 jaar besluiten te nemen over het bestemmingsplan. Doordat we in de Verstedelijkingsalliantie de nationale, provinciale en gemeentelijke overheidslagen hebben gecombineerd zijn verticale, beleidsmatig doorbraken snel te organiseren.” 

  • Jeroen van Schaick, Senior beleidsmedewerker Provincie Zuid-Holland

“Zowel de opgaven voor de klimaatadaptatie als de energietransitie komen bovenop de opeenstapeling van ambities om van voormalige werkgebieden goede gemengde woonwerkomgevingen te maken. Tegelijkertijd gaat het nu ook over een tekort aan human capital in de bouw om het groot aantal woningen te realiseren. De problemen waar we nu voor staan zijn heel anders dan de ‘ouderwetse’ problemen van voor de crises. Deze multi-vraagstukken vragen ook om geheel andere oplossingen.”

  • Yuri Kiontke, Bedrijfsleider Haagse Asfaltcentrale, voorzitter bestuur jong Bouwend Nederland

“Beton en asfalt-centrales zijn eigenlijk steeds meer afvalverwerkingsbedrijven aan het worden, met de ontwikkeling naar een circulaire grondstoffenstroom. Daarvoor is ook extra opslagruimte nodig. De bedrijventerreinen zijn al aan het veranderen. De winkels kunnen weg van locaties aan het water en die ruimte kunnen we dan benutten om de industrie een schaalsprong te laten maken.

07 vraaggesprekMaar ook de planning van wegwerkzaamheden voor de diverse gemeentes, provincie en rijk zouden bijvoorbeeld meer op ons afgestemd kunnen worden, waardoor er minder overcapaciteit nodig is en gemeentes, provincie en rijk meer kunnen stimuleren om de transities mogelijk te maken vanuit hun rol als launching customer. Dit zou ook een rol voor de Verstedelijkingsalliantie kunnen zijn.

Bedrijven krijgen meerdere claims tegelijkertijd op het gebied van energie en dergelijke. Het ruimtelijke beleid is daarop nog te weinig ingericht.

We moeten samen op zoek naar de 1+1 =3 oplossing.”   

  • Patrick Joosen, Ontwikkelaar BPD

“Om ontwikkelingen mogelijk te maken is het belangrijk dat er consistentie is in de koers van gemeentes. Dit geldt ook voor de provincies en het rijk. Wonen bij industriële locaties is niet iets wat de markt doet of het is niet vanzelfsprekend waar mensen nu al willen wonen. Als Bouwfonds hebben we in 2013-2014 een flinke koerswijziging doorgevoerd, we bouwen nu voor 50% binnenstedelijk, maar nog steeds niet hoogstedelijk.”


Vijf  ontwerppresentaties

In november en december 2018 organiseerde De Bouwcampus een aantal co-creatiesessies om samen met bedrijven met een hoge milieucategorie (HMC-bedrijven) te onderzoeken hoe de asfalt- en betonsector zich kan gaan ontwikkelen. Deze forecasting scenario’s voor zowel de stad in 2050 en van daaruit terug geredeneerd naar de industriescenario’s voor 2030 gaven een goed beeld van de verschillende transitiescenario’s voor de beton- en de asfaltsector. Klik hier voor de resultaten.

Vervolgens zijn drie ontwerp/architectenbureaus aan de slag gegaan om de vertaling te maken naar lokale en regionale oplossingen en strategieën; mengen wonen en werken. De betrokken bureaus waren; Must, Studio Marco Vermeulen en DOOR Architecten/Smartland.  Daarnaast hebben twee ontwerpbureaus in het kader van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) een visie en plan uitgewerkt in opdracht van de Provincie Zuid-Holland: Defacto en Studio Marco Vermeulen.

Lees hieronder de samenvatting van de ideeën en bekijk de presentaties die zijn gegeven.

Defacto – Anne Loes Nillesen

Defacto – Anne Loes Nillesen

‘Vintage Verstedelijking, maximale meerwaarde met hergebruik bestaande materialen’

 

Defacto heeft drie gebieden langs de Schie onderzocht - het Zeeheldenkwartier, de Schieoevers en de Spaanse Polder - die elk op hun eigen schaal en wijze laten zien wat de mogelijkheden zijn voor een kick-start van het re-use en recycleproces.

Zeeheldenkwartier: ambachtelijke circulariteit op wijkniveau

In deze karakteristieke Haagse wijk worden veel panden van binnen gemoderniseerd en van buiten verduurzaamd. Hier geldt het 1000 x 1-principe: het zijn kleine op zichzelf staande verbouwingen die alles bij elkaar wel grote materiaalstromen op gang brengen, omdat gewone huis-tuin-en-keukenproducten zoals verwarming en keukenblokken in de wijk worden ge-upcycled. Zo ontstaat een constante behapbare materiaalstroom met echte parels: de vintage paneel- en ‘en suite’-deuren zijn gewild en kunnen vaak in dezelfde buurt worden opgeslagen en hergebruikt. De buurtwinkel in historische bouwmaterialen maakt meteen ook even de deur voor je op maat en zet het glas-in-lood-raam in dubbel glas. Alleen al het hergebruik van de oude dakpannen die ondanks (of dankzij?) de hoge leeftijd een hoge kwaliteit hebben, scheelt enorm veel materiaal. De lokale, kleinschalige, ambachtelijke en circulaire economie - eventueel in de vorm van ruilhandel - die zo ontstaat, draagt bij aan de sociale cohesie. Ontstaan er overschotten, dan gaan ze (net als het puinafval) via een lokale verzamelplaats aan het water per schip naar de ‘hub’ in de Spaanse Polder waar ze (inter)nationaal kunnen worden verspreid. De typologie van het Zeeheldenkwartier is representatief voor veel woonwijken waar veel panden worden opgeknapt als gevolg van ‘gentrification’ en verduurzaming, zoals het Oude Westen en Noord in Rotterdam en vele wijken elders in Nederland.

Schieoevers: circulaire maakindustrie in gebiedsontwikkeling 3.1

Op de Schieoevers, waar nu nog bedrijven in de bouw, groothandel en transport gevestigd zijn, is een groot deel van de bouwopgave van Delft gepland (15.000 woningen en werkruimte voor 10.000 werknemers). De ambitie is nu de vrijkomende ‘signature’ materialen gelijk in te zetten als grondstof op de locatie zelf, waardoor mobiliteit tot een minimum wordt beperkt. Het welslagen hiervan is vooral afhankelijk van de mogelijkheden slim te slopen en de materialen tussentijds in de restruimte op te slaan. Daarom is het van belang ruimte te reserveren voor de nieuwe circulaire maakindustrie die dit mogelijk moet maken (zoals een cargo hub). In dit ‘mega field lab’, waar voldoende experimenteerruimte, innovatie en creativiteit onontbeerlijk zijn, koppelen we de ‘om de hoek’ gelegen TU en De Bouwcampus aan het lokale bedrijfsleven. Deze opzet is mogelijk ook toepasbaar op in ontwikkeling zijnde terreinen zoals de Binckhorst en de Plaspoelpolder.

Spaanse Polder: de (boven)regionale hub van de circulaire economie

De Spaanse polder wordt dè motor voor het circulaire bouwen in de regio Rotterdam-Den Haag. In een Material/Circulair Hub, die kan worden gevestigd in de vrijkomende havenclusters als gevolg van recente ontwikkelingen (energietransitie en digitalisering), worden per schip de materialen verzameld, opgeslagen en weer (inter)nationaal gedistribueerd. We sluiten daarmee aan op de sterke maakindustrie in de Spaanse Polder: producten uit de regio die kunnen worden hergebruikt, worden op maat gemaakt. Aan andere restproducten wordt waarde toegevoegd, zoals designlampen van gerecycled materiaal en meubels van sloophout. We zoeken nadrukkelijk de relaties met ontwikkelingen die al gaande zijn op het terrein en in de omgeving. Zo is er al een Food Hub op de Spaanse Polder in ontwikkeling. Bovendien kunnen werknemers worden betrokken uit de nabijgelegen wijk Spangen, wat bijdraagt aan de sociale ontwikkeling hier. Verder is van belang dat de materialen direct om de hoek kunnen worden ingezet bij de realisering van Schieveste, het hoogstedelijke woningbouw-project rondom station Schiedam. De hub geeft zo niet alleen een nieuwe positieve identiteit aan het bedrijventerrein zelf, maar fungeert ook als vliegwiel voor ontwikkeling van het gebied eromheen.

Aanbevelingen voor de NOVI

Dit regionale perspectief levert de volgende interessante aanbevelingen op voor de NOVI:

  1. Ga met lokale en regionale overheden na op welke schaal ruimtereserveringen nodig zijn. Onderzoek of deze extra zijn of in de plaats komen van huidige onderdelen van de bouwlogistiek. Identificeer daartoe experimenteerlocaties op verschillende schaalniveaus.
  2. Organiseer de lokale, regionale en nationale markt voor hoogwaardig hergebruik. Zet in op betere monitoring en data (informatie) en het slim verbinden van stromen en opgaven (door sociale media, lokale productie, et cetera).
  3. Stimuleer innovatie in de keten: welke bouwmaterialen en inrichtingswijzen zijn verantwoord?
  4. Onderzoek de mogelijkheden om het instrumentarium van de Omgevingswet zodanig in te zetten dat circulair bouwen en het mengen van maakindustrie en woningbouw makkelijker in het stedelijk weefsel kan worden ingepast.
  5. Benader circulariteit integraal en niet als los thema: zowel op nationaal niveau (aansluiting thema’s economie, energietafel en mobiliteit) als lokaal: niet sectoraal beschouwen van wonen of werken maar het maken van slimme combinaties.

Bekijk hier de presentatie van Anne Loes.

Studio Marco Vermeulen – Marco Vermeulen

Studio Marco Vermeulen – Marco Vermeulen

‘Zuid-Houtland naar een biobased bouweconomie’

 

Zuid-Houtland toont de bijdrage die de Zuid-Hollandse en nationale woningbouwopgave kan leveren aan de klimaatdoelstellingen door conventionele bouwmaterialen (zoals beton, staal en metselwerk) te vervangen door biobased materialen zoals hout.

Biobased bouwen

De bouwsector is verantwoordelijk voor 40% van de wereldwijde CO2-uitstoot. De mondiale druk op grondstoffen is hoog: 40% wordt verbruikt in de bouw. In Nederland komt dat neer op 250 miljoen ton ruwe grondstoffen per jaar voor infrastructuur, woning- en utiliteitsbouw. Door minerale bouwmaterialen te vervangen door biobased bouwmaterialen wordt de uitstoot van CO2 geminimaliseerd. Sterker nog: in biobased (=hernieuwbare) materialen kan CO2 voor lange tijd worden opgeslagen. Daardoor wordt CO2 onttrokken aan de atmosfeer. Studio Marco Vermeulen heeft becijferd dat de bouw van 1 miljoen woningen op conventionele wijze gepaard gaat met 55 Mton CO2 uitstoot. Met de keuze van biobased materialen kan die hoeveelheid CO2 vermeden worden en tegelijkertijd wordt er 45 Mton CO2 opgeslagen. Een verschil van 100 Mton CO2! In tegenstelling tot kostbare CO2-opslag onder land of de Noordzee wordt met deze vorm van natuurlijke CO2-opslag juist extra waarde gecreëerd in de vorm van woningen. Zo kan de bouw een actieve rol vervullen in de strijd tegen klimaatverandering.

Massief houtbouw

Voor vrijwel alle gebouwdelen bestaan wel biobased alternatieven zoals hout/vlaswol voor isolatie, hennepvezel in biocomposieten en zetmeel kunststoffen. Het gebruik van massief hout als materiaal voor het casco; de wanden, vloeren, trappen en daken, biedt door de vergaande industrialisatie, beschikbaarheid, brede toepasbaarheid en hoge CO2 opslagcapaciteit grote kansen. Het benodigde hout om 500.000 woningen, de helft van de totale opgave, in massiefhout te realiseren kan grotendeels op duurzame wijze in onze eigen Nederlandse bossen gewonnen worden. Om 500.000 woningen van Nederlands hout te kunnen maken is er aanvullend circa 25.000 hectare nieuw bos nodig. Dat zou een impuls kunnen beteken voor delen van Nederland die kampen met een slechte bodemkwaliteit, een minder gewaardeerd landschap en/of een tanende agrarische economie.

Hoogstedelijke houtbouw en wonen in het bos

Gebaseerd op de routekaart verstedelijking van de Provincie Zuid-Holland zal het merendeel van de woningbouwopgave, ongeveer 80%, in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd worden. Door het lage gewicht is hout bij uitstek geschikt om extra verdiepingen toe te voegen aan bestaande gebouwen. Als onderdeel van de duurzame verstedelijking gebruiken we dan ook letterlijk en figuurlijk de bestaande bedrijven als fundament. Hier ontstaan nieuwe stedelijke woon-werk-gebieden nabij binnensteden en dichtbij bestaande of nieuwe stations. Naast stedelijk wonen is er ook vraag naar landschappelijk wonen dichtbij het groen, niet op een sub-urbane wijze maar echte kleinschalige woonbuurten omringd door het landschap. De overige 20% van de woningbouwopgave zal daarom worden gecombineerd met de nieuwe bossen. Met de bosbouw ontstaan aantrekkelijke en gewaardeerde woonlandschappen die momenteel schaars zijn in Zuid-Holland. Wonen in het bos is een verdere verrijking van de kwaliteiten die de regio biedt, vergelijkbaar met het binnenduinrand-milieu.

Circulaire woningbouwstrategie

De totstandkoming van deze circulaire woningbouwstrategie en de daarmee gepaarde positieve veranderingen van het landschap en de leefomgeving vergt tijd en inzet. Voor het bereiken van de klimaatdoelstellingen en de circulaire ambitie van de provincie Zuid-Holland is een resolute en integrale aanpak cruciaal. Belangrijk voor het slagen van deze strategie is dat deze als een keten benaderd wordt. De beschikbaarheid van de grondstoffen, de aanplant van nieuwe bossen, de verwerking van stamhout tot prefab CLT-elementen, de assemblage op de bouwplaats en het cascaderen van reststromen dienen in samenhang georganiseerd te worden om een circulaire bouwstrategie te realiseren. Op deze wijze zijn hoogwaardige, gezonde en industriële woningen te maken die voldoen aan de eisen van binnenstedelijke locatie en gebruikers. De betonbehoefte wordt hiermee enorm verlaagd wat het reorganiseren van deze sector noodzakelijk maakt.

Bekijk hier de presentatie van Marco.

MUST – Sebastian van Berkel

MUST – Sebastian van Berkel

Beton als buurman

 

Het is onwaarschijnlijk dat in de toekomst nog nieuwe HMC gebieden bij komen, eerder dat ze door de gebiedstransformaties zullen afnemen en de hindercontouren kleiner worden.  Nadenken over de betoncentrale als buurman is een urgente en acute vraag waar antwoord op gegeven moet worden.

HOE x WIE = 4x een andere toekomst

De toekomst is onvoorspelbaar. Om grip te krijgen op de bandbreedte aan keuzes die onderweg gemaakt kunnen worden, hebben wij vier scenario’s of handelingsperspectieven onderzocht. Enerzijds de bandbreedte tussen een stapsgewijze transitie of eentje met een sprong voorwaarts (hoe-vraag) en anderzijds de bandbreedte tussen een transitie die wordt opgepakt door de sector zelf of juist met de omgevingspartners (wat-vraag). Dit levert de volgende vier scenario’s of handelingsperspectieven op:

  1. Business as usual (kleine stappen + samen)

Bij business as usual worden de bestaande centrales stapsgewijs ingepakt. Hierdoor is er de komende jaren beperkte plancapaciteit beschikbaar. Dit biedt de mogelijkheid voor tijdelijk en informeel gebruik binnen de hinderzons waar ruimte is voor experiment.

  1. Supersize (grote sprong + zelf)

Door in de haven van Rotterdam een grootschalige beton-/ asfaltcentrale te maken t.b.v. metropoolregio DenHaagRotterdam ontstaat er lokaal de ruimte om maximaal te verdichten. Op die schaal heeft dit model nog overslaghubs nodig die in elke stad geïntegreerd worden in het stedelijke gebied.

  1. Bouwen aan stedelijk iconen (kleine stappen + samen)

Om strategische ruimte beschikbaar te houden wordt op schaal van de gebieden gemengd maar niet van een kavel. Hierdoor is er ruimte voor transitie naar circulaire economie waarbij de nieuwe industrie zichtbaar wordt. Lokaal kan de openbare ruimte tussen de stedelijke omgeving en de productieomgeving als buffer dienen en gezamenlijk gebruikt worden. Dit scenario vraagt om gebiedsontwikkeling die niet is dichtgetimmerd maar waar ruimte blijft om (verticaal) te verdichten.

  1. Circulaire metropoolregio (grote sprong + samen)

Op schaal van de regio is de haven van Rotterdam de locatie met veel HMC-capaciteit voor recycling en verwerking van stedelijk ‘afval’ en productie. Lokaal voor distributie en onderhoud van producten. Dit biedt de kans om mobiliteit slimmer in te richten. Altijd vol de stad in en met andere goederen vol de stad weer uit. Lokaal kan er binnen de transformatiegebieden menging ontstaan door andere type bedrijven: onderhoud, productie en overslag. Dit vraagt om flexibele kavels en groei.

Dromen over de toekomst en een gezamenlijke stip aan de horizon zetten is goed. Om dit concreet om te zetten naar acties helpt het om handelingsperspectieven op te stellen. Het blijkt dat hoe en met wie je de gedroomde toekomst gaat realiseren van zeer grote invloed is op wat voor stad je kan maken en wat de ontwikkelingsmogelijkheden zijn. In de realiteit zal nooit het pad van slechts een van de vier geschetste perspectieven bewandeld worden. Het ene perspectief kan zich langzaam ontwikkelen tot een andere. Het bewust handelen van betrokken partijen door te denken in scenario’s of handelingsperspectieven zal naar onze mening de vicieuze cirkel van alleen praten en geen actie kunnen doorbreken.

ALTIJD DOEN:

Uit de vier handelingsperspectieven kwam een aantal bouwstenen of maatregelen meerdere keren voor. Deze hebben we aangemerkt als ‘meteen doen, krijg je geen spijt van’:

  • Op regionale schaal:
  • Onderzoeken kruisbestuiving en meerwaarde met omliggende gebiedsontwikkelingen
  • Inzet op regionale (grondstoffen) hubs(s)
  • Optimaliseren transport over water
  • Op lokale schaal:
  • Tijdelijk gebruik rondom centrale
  • Onderzoeken kruisbestuiving en meerwaarde met omliggende gebiedsontwikkelingen
  • Bij uitstek lokale adressering en tastbaar maken circulaire economie
  • Gesprek voortzetten, beginnen met kleine acties

Bekijk hier de presentatie van Sebastian.  

Studio Marco Vermeulen – Bertus van Woerden

Studio Marco Vermeulen – Bertus van Woerden

‘Hoogwaardig wonen rond een betoncentrale’

 

Het grove industriële karakter van een betoncentrale lijkt tegenstrijdig met een hoogwaardig woonklimaat. Toch kunnen omringende woningen dankzij een strategische inpassing volledig worden beschermd tegen de hinder die de industrie veroorzaakt. De noodzakelijke ingrepen kunnen daarbij worden aangewend om kwaliteit toe te voegen en de stad leefbaarder te maken.

Op veel van de bedrijventerreinen die mogelijk als woonwerklocatie kan gelden, bevinden zich betoncentrales met een hoge milieucontour. Verplaatsing van deze centrales is niet wenselijk, omdat nat beton niet over een lange afstand vervoerd kan worden en beschikbaar moet zijn bij bouwactiviteiten in de stad. Deze centrales veroorzaken echter hinder die de kwaliteit van de nieuw te bouwen woningen vermindert, of het wonen in directe nabijheid van een centrale zelfs onmogelijk maakt. Hoewel deze hinder in de nabije toekomst waarschijnlijk zal verminderen door schonere en stillere technieken, zal die niet helemaal verdwijnen.

Om toch te kunnen wonen in de directe omgeving van een betoncentrale moet onder andere worden gezocht naar nieuwe manieren waarop deze betoncentrale stedenbouwkundig en architectonisch kan worden ingepast. Daarbij kan een laagstedelijke variant worden onderzocht waarbij een groene bufferzone rond de centrale wordt geplaatst, en een hoogstedelijke variant waarbij de betoncentrale volledig wordt ingepakt met een bouwblok van woningen en voorzieningen.

In de laagstedelijke situatie wordt een deel van de hinder van de betoncentrale weggenomen door een groene geluidswal te plaatsen rond de betoncentrale. Daardoor wordt de hindercontour kleiner en kunnen woningen dichter bij de centrale geplaatst worden dan zonder een wal. De wal zelf dient als recreatief object, voorzien van fiets- en wandelpaden. De groene zone rond de centrale dient als park, waarin overblijfselen van voormalige industriële objecten een recreatieve functie krijgen en bijvoorbeeld onderdak kunnen bieden aan evenementen.

In de hoogstedelijke situatie wordt de betoncentrale omringd met een functie die niet beschermd hoeft te worden tegen hinder, zoals een parkeergarage. Deze functie dient als buffer, en direct daarbuiten wordt een woonprogramma geplaatst. Het geheel wordt voorzien van een transparant ETFE dak, zodat de direct omringende stad volledig tegen de hinder van de centrale beschermd is. Alle industriële activiteiten zoals het mixen van het beton en het lossen van schepen vindt daarbinnen plaats. De volledig afgeschermde binnenruimte biedt mogelijkheden voor meervoudig gebruik. Het dak garandeert een zacht en licht binnenklimaat die de groei van uitheemse plantensoorten mogelijk maakt, waardoor restruimten rond de betoncentrale kunnen dienen als tropische stadstuin. In het weekend, als de betoncentrale niet in gebruik is, kan de ruimte gebruikt worden voor allerlei evenementen die, dankzij de beschermende schil, geen overlast zullen veroorzaken. In de verre toekomst, wanneer de betoncentrale overbodig is geworden, kunnen ook aan de binnenzijde woningen geplaatst worden.

In zowel de laagstedelijke als de hoogstedelijke inpassingsvariant wordt door een strategische inpassing kwaliteit aan de stad toegevoegd en het leefklimaat verbeterd.

Bekijk hier de presentatie van Brutus.

DOOR Architecten en Smartland – Karin Dorrepaal en Roel Wolters

DOOR Architecten en Smartland – Karin Dorrepaal en Roel Wolters

‘Wonen naast HMC-bedrijven, een kansrijke combinatie’

 

DOOR en Smartland focussen zich op de kansen die ontstaan als je woningen met bedrijven in een Hoge Milieu Categorie (HMC4 en hoger) combineert. In eerste instantie lijken deze twee functies slecht samen te gaan. Dit type bedrijven produceert stank, fijnstof, geluid en veel vervoersbewegingen. Wie wil daar nou naast wonen? Zonder aanpassingen waarschijnlijk een enkeling. Maar binnen de 13 verdichtingslocaties in de zuidelijke Randstad zullen tot 2040 zeker 170.000 woningen in bestaand stedelijk gebied tóch een plekje moeten krijgen en op diezelfde locaties staan momenteel veel HMC-bedrijven. Dit betekent dus dat de stad zal (blijven) verdichten, óók op en rondom de bedrijventerreinen. DOOR en Smartland beschouwen de combinatie wonen en HMC-bedrijven als een paradox, een schijnbare tegenstelling. Combineren betekent transformeren. Maar niet alleen de bedrijven. Oók woningen, overige bedrijvigheid en de openbare ruimte en regelgeving zullen anders vormgegeven moeten worden. Alle stakeholders moeten bewegen.

Aan de basis voor deze opgave staat een slimme stedelijke herverkaveling en clustering van bedrijven met een hoge milieucategorie en een zoektocht naar samenwerkingen. Ervan uitgaande dat in toekomst in deze gebieden nog steeds ruimte is voor HMC-bedrijven ontstaat de vraag hoe om te gaan met de hindercontouren die er dan nog steeds zullen bestaan. De studie van DOOR en Smartland heeft geresulteerd in een toolbox van mogelijkheden; mogelijke ingrepen voor bedrijven, woningen en openbare ruimte. Los beschouwd zijn de ingrepen eenvoudig, maar het slim en bewust combineren van eenvoudige ingrepen leidt tot succesvolle menging van wonen en bedrijvigheid. Hoe vinden we die juiste combinatie? Daarvoor zijn gedeelde intenties noodzakelijk. Een gezamenlijke stip aan de horizon. Zij zijn ervan overtuigd dat de groen-blauwe ruimte de sleutel is tot succes, waardoor de combinatie wonen - HMC-bedrijven zal resulteren in een goed stuk stad met een geheel eigen karakter.

In de stad van 2040 zal ruimte schaars zijn, terwijl de stedelijke opgave voor een leefbare en klimaatbestendige stad met ruimte voor groen, water en biodiversiteit alleen maar groter wordt. Deze extra ruimtevraag – een soort bufferzone - is dé manier om HMC-bedrijven en woningen naast elkaar te laten bestaan. De verwachting is dat HMC-locaties zich richting 2040 ontwikkelen als hubs, als plekken midden in de stad waar je grondstoffen kan halen en brengen. Rondom deze hubs zal bufferruimte wenselijk zijn, want hinder zal altijd in meer of mindere mate blijven. En die buffer is een kwaliteit! Het biedt namelijk -naast ruimte voor andere bedrijvigheid- vooral veel licht, ruimte, water en groen… en dat is schaars goed geworden in de stad! Deze groen-blauwe bufferruimte is even eenvoudig als doeltreffend in de stad van 2040. Aan de hand van een fictieve locatie lichten DOOR en Smartland hun toolbox van mogelijkheden toe.

Bekijk hier de presentatie van Karin en Roel.



 

Tafelgesprekken – ronde 1

De presentaties van de twee ontwerpers dienden als input voor de tafelgesprekken. In de eerste ronde gingen de deelnemers in 8 groepen aan de slag met acht verschillende vragen per tafel:

  1. Wat moeten we echt anders doen als we morgen beginnen?

Deze tafel focuste zich op wat we al goed doen en wat we beter kunnen doen.
De positieve kant is dat er momenteel al een groot bewustzijn bestaat over de problemen die op ons afkomen en hier ook al het gesprek over voeren. Nu wordt het tijd om van woorden naar daden te gaan.
Belangrijk om het anders te doen, bespraken de deelnemers aan de tafel de volgende onderwerpen:

15 Groep1

  • Hoeveel kan er gebouwd worden op nieuwe manieren?
    • LEGO-lisering van de bouw
    • Opvolgend gebruik
    • In beeld krijgen welke materialen in een gebouw zitten, middels “madaster”
  • Er zou een integraal beeld moeten komen, deze mist momenteel
  • Kwalitatief bouwen in plaats van kwantitatief
  • Bedrijven moeten niet worden uitgerookt, er moet juist aandacht worden gegeven aan zowel de industrie, als de consumenten en de bouwers
  • Goede eisen en regels stellen.
  • Bepaalde keuzes moeten niet langer worden uitgesteld.
  • Zo snel mogelijk starten en leren van de eerste projecten
  1. De tegenspraaktafel: ‘Als je deze vraag stelt, dan werkt het wel: ……….’

De deelnemers aan deze tafel probeerden anders naar het vraagstuk te kijken. Vragen die aan bod kwamen, waren:

  • Wordt er wel voldoende gesloopt om her te kunnen gebruiken?
  • Zouden er niet ook naar andere ontwikkelconcepten moeten worden gekeken, dan alleen naar de oplossing van de creatieve hotspots?
  1. Wat zijn nieuwe handelsperspectieven of ruimtelijke mogelijkheden bij het ontwikkelen van regionale en lokale grondstoffenhubs?

17 Groep3

Deelnemers aan deze tafel richten zich op de nieuwe handelsperspectieven en stelden zichzelf enkele kritische vragen:

  • Waarom gaan grondstoffenstromen nu zo ver weg?
    • Dit komt door gunning op de laagste prijs
    • Men wil niet dat het er tweedehands uit ziet.
    • Een bouwbesluit verbiedt hergebruik of door certificering en interne regels is hergebruik niet mogelijk
    • Dit betreft een organisatievraagstuk: elke partij zou een circulariteitsvisie en harde naleving erop moeten maken
  • Mogelijke handelingsperspectieven kunnen zijn:
    • Werken met een gesloten grondstoffenbalans à ketens verkorten naar lokaal/regionaal
    • Materiaal als economische waarde: bezit wordt rijkdom in plaats van afgeschreven waarde. Dit kan extra gestimuleerd worden middels milieubelasting
    • Differentiatie in hubs: infra en bouw
  1. Met welke belemmeringen of ruimteclaims moet tegelijkertijd rekening worden gehouden?

Deelnemers aan deze tafel benoemden onder andere:

  • Mengen van wonen en werken heeft ook een sociaal aspect, het is belangrijk dat er niet alleen kwetsbare groepen komen te wonen die hierin geen keuze hebben.
  • Het verhuizen van bedrijven zou alleen moeten gebeuren als het echt moet en dit moet worden gefaciliteerd.
  • Er zouden milieucontouren op maat moeten worden gemaakt, beleving is per plek verschillend. De algemene hindercontouren die nu van toepassing zijn missen maatwerk.
  • Klachten mogen alleen worden ingediend als je eerder kwam wonen dan het HMC-bedrijf er kwam. Dit kan gerealiseerd worden middels convenanten, zoals rondom Schiphol.
  1. Hoe kunnen we het regionale en lokale beleid bestuurlijk organiseren, mede met het oog op het denken in milieucategorieën?

19 Groep5

De deelnemers aan deze tafel bogen zich over de bestuurlijke organisatie en kwamen zelfs met een kwadrant. Kortgezegd kwamen zij tot de volgende conclusie:

  • De verstedelijkingsalliantie heeft de verticale verbinding binnen de overheid geregeld. Het is belangrijk ook horizontaal goed te organiseren: de beleidsdomeinen wonen, industrie en klimaat op het gebied van wet- en regelgeving moeten aan elkaar worden gekoppeld. Ook intersectoraal moet verbinding worden gezocht.
  • Het beleid van de overheid zou beter afgestemd moeten worden op de transities waar de industrie zich momenteel mee bezighoudt. Nu krijgen bedrijven claims, terwijl de industrie produceert voor de overheid. Hier zit een paradox.
  1. Hoe regelen we het gebruik van grondstoffen en de inrichting van grondstoffenstromen bij de samenstelling van mogelijke woon-werklocaties?

Deelnemers gingen uitgebreid met elkaar in discussie, waar onder andere de volgende zaken aan bod kwamen:

  • Kunnen we gebruik maken van water? Niet alleen voor de werklocatie, maar ook voor de woonlocatie (personenvervoer)?
  • Een goede regionale grondstoffenhub is van belang, op deze plek kunnen de circulaire grondstoffen worden verzameld en kan bijvoorbeeld het breken van beton plaatsvinden.
  • Waar mogelijk zou gebruik moeten worden gemaakt van een mobiele betoncentrale
  • Momenteel weten we nog niet wat de grondstoffen van de toekomst worden en hoe we daar het beste op kunnen inspelen
  • HMC-bedrijven zitten op goede bereikbare locaties, dat is juist een pluspunt om er naast te wonen.
  1. Hoe kan iedereen zijn rol pakken in de nieuwe samenwerking tussen gemeentes, markt en kennisinstellingen?

Naar voren kwam dat een paar zaken van belang zijn: 21 Groep7 8

  • Respect voor elkaars belangen
  • Bestuurlijk lef hebben
  • Zoet en zuur verdelen
  • Belangen op tafel leggen
  • Snel gezamenlijk één doel als gedeelde noemer bovenaan zetten
  • Gelijkwaardigheid
  • Bewoners als partner beschouwen
  • Van conflictmodel naar samenwerking
  1. Welke onderwerpen zien we over het hoofd die essentieel zijn om doorbraken te realiseren?
  • Adaptief vermogen van de nieuwe voorraad
    • Niet bouwen voor nieuwe leegstand
    • Flexibiliteit
  • Sociale component
    • Circulaire economie – arbeidsperspectief
    • Social return
  • Natuur inclusief bouwen
    • Biodiversiteit
  • Flexibele wendbare ontwikkelprocessen
    • Proces inrichten: sneller inspelen op technische veranderingen
  • Klimaatadaptie
    • Hittestress
    • Waterbestendig


tafelgesprekken – ronde 2

De presentaties van de vijf ontwerpers dienden als input voor de rondetafelgesprekken. Na de tweede ronde werd gesproken over de toepasbaarheid van de ideeën aan de hand van twee vragen

  1. Bij een totale transitie, hoe komt dan één grote HMC-4+ locatie er uit te zien?

Een paar zaken kwam hierbij aan bod:

  • Hoe vind je gemeenten die dit willen accommoderen?
  • Naast beton-, afval- of asfaltbedrijven zou je ook willen dat bijvoorbeeld sloopbedrijven plaatsnemen in zo’n locatie
  • Je wilt een nieuw industrieel ecologisch systeem bouwen van bedrijven met in- en uitgaande stromen die elkaar versterken en nodig hebben. Hoe begin je daar mee?
  • Ruimtelijke opbouw: in het midden wil je de zwaarste HMC-bedrijven en dan in stappen afbouwen naar woningbouw
  • Eén HMC4+ locatie geeft kansen om logistieke stromen en mobiliteit te bundelen. Dit is een belangrijk onderdeel voor de locatiekeuze.

Om een HMC 4+ locatie te realiseren is het belangrijk om een goede technologische en economische propositie te hebben, zodat het voor bedrijven interessant wordt. Om de situatie volledig te kunnen veranderen, is het belangrijk dat er een goed programma van eisen wordt opgehaald bij alle belanghebbenden. Het moet een aantrekkelijke propositie zijn voor iedereen om hiermee aan de slag te gaan.

Een goed functionerende ‘regionale’ grondstoffenhub gaat de versnelling van de transitie naar circulair bouwen en ontwikkelen mogelijk maken. Op deze plek zouden de circulaire grondstoffen kunnen worden verzameld en grove materialen kunnen worden verwerkt naar nieuwe fracties en samenstellingen. Daarnaast kan er door een goede en slimme menging van industrieën gebruik worden gemaakt van elkaars reststromen (materiaal, water, energie, e.d.) en ook een logistieke optimalisatie plaatsvinden. Gecombineerd met ook de stedelijke circulaire hubs ontstaat zo een sluitend netwerk waar materialen en producten in zo klein mogelijke kringlopen worden behouden voor de toekomst.


EcoIndustrial

 

 

 

 

 

 

De overheid is één van de belangrijkste afnemers van de zware industrie. Als de overheid meer op circulaire en biobased prestaties gaat uitvragen (in haar aanbestedingen), wordt circulair bouwen gestimuleerd en kunnen bepaalde ontwikkelingen worden afgedwongen en versneld. Goed voorbeeld hiervan schetste Studio Marco Vermeulen; door te kiezen voor hout als basis constructiemateriaal voor alle nieuw te bouwen woningen zal de vraag naar beton verminderen. Aan de resterende vraag naar nat beton kunnen extra eisen worden gesteld (beton op prestatie). Gecombineerd met een CO2 plafond of belasting een stimulans voor de betonindustrie om haar industriële processen aan te passen. Een natuurlijk moment om OOK de hinder te verkleinen als er gekozen wordt om in een binnenstedelijke situatie te blijven produceren. Anders een mooi moment om je productie te verplaatsen naar de circulaire regiohub.

Een vraag die regelmatig op tafel komt is hoeveel procent van de benodigde grondstoffen uit gesloopte gebouwen/ infrastructuur kan komen om volledig circulair te bouwen? Goed om dat nog eens bij Defacto na te vragen. De transitie oplossing is om het ‘tekort’ met hernieuwbaar materiaal (zoals hout) aan te vullen.

  1. Is een ingepakt HMC-bedrijf locatie voorstelbaar? Welke inpakstrategie zou werken?
    Ja het is voorstelbaar!

Een aantal zaken die tijdens de gesprekken aan bod kwam, was:

  • Inpakken is waardeverhogend als dit in een kwalitatief groene omgeving gebeurt. Hierin kunnen ook voorzieningen worden opgenomen (zoals een bioscoop). Deze omgeving kan grenzen aan een hogere stedelijke dichtheid.
  • Een geluidsscherm kan ook bestaan uit bos.
  • Als voorbeeldlocatie: de Schieoevers. Verticaal buffergebouw aan de overkant van de Schie tegenover de betoncentrale.
  • Het plan van DOOR/Smartland klinkt aantrekkelijk. Blijft het mengen wonen/werken in de toekomst ook aantrekkelijk?
  • Welke kwaliteit houd je over in de woningen als deze als hinderscherm wordt gebruikt? Wie wil daar wonen? Accepteer dat er mogelijk weerstand is.
  • Geluid dat laag zit, is makkelijker in te pakken in een hal dan geluid dat hoog zit (zoals nu een beton- en asfaltcentrale eruitziet). Zou horizontaal produceren ook mogelijk zijn?
  • Het zal in alle gevallen een bron én gevolgaanpak moeten zijn; aanpassen van het industriële proces om hinder te verlagen en vervolgens het ‘inpakken’ van de resterende hinder.
  • Wat zijn de opties om privaatrechtelijk (“het stinkt en maakt hier herrie maar ik vind het OK”) boven publiekrechtelijk (“het mag niet”) te laten gaan. Regelluwe zones met acceptatie van stank, hinder etc.

28 zaal terugkoppeling


Hoe kan het beste om worden gegaan met de belemmeringen van wonen naast de zware industrie? Momenteel is er al een grote hoeveelheid aan regels. Er wordt voorgesteld om het voorbeeld van Duitsland over te nemen: als je ergens gaat wonen, mag je niet klagen over wat er al staat. Daar tegenover staat of hindercontouren nog voldoen aan de huidige situatie Is het echt nodig om zo ver van de industrie te wonen? Of zouden de hindercontouren heroverwogen kunnen worden?

Het belang wordt benadrukt om altijd met de verschillende partijen in gesprek te blijven gaan om elkaar goed te kunnen begrijpen en zich aan elkaar aan te kunnen passen. We moeten niet in conflicten denken, maar juist gaan samenwerken.

 

Afsluitende woorden

Gido ten Dolle van de Verstedelijkingsalliantie en Alex Veldhof van de Provincie Zuid-Holland gaven beide aan deze middag inspirerende input te hebben gekregen voor het oplossen van een aantal knellende problemen in het woningbouwvraagstuk.

Gido: ‘We zijn samen met overheden en marktpartijen aan de slag gegaan. Er kwamen hele praktische oplossingen naar voren aan de tafels. Goed om te horen dat de industrie ook zegt dat wonen rond hun bedrijf heel leuk kan zijn en dat er methoden zijn waarop dat kan. Hoe vind je elkaar en hoe kom je samen in een doe-stand? De circulaire economie vraagt om nieuwe verdienmodellen, nieuwe bedrijvigheid, maar ook nieuwe ruimte in de stad om dat te organiseren. We hebben het gehad over toekomstige bedrijfsactiviteiten, bijvoorbeeld depots voor nieuwe grondstoffen; wat doet dat met een stad? Er zijn ideeën naar voren gekomen die we prima kunnen meenemen in onze Verstedelijkingsalliantie en ons aanbod naar het Rijk, van hoe gaan we het realiseren en wat hebben we nodig, concreet kunnen maken. We moeten vandaag beginnen en het nu al in onze ruimtelijke plannen verankerd krijgen om er in 2030 klaar voor te zijn.’

Alex: ‘Er gaan de komende tien jaar nog zoveel ontwikkelingen plaatsvinden en zoveel discussies aan de orde zijn. Denk aan klimaatadaptatie en energietransitie, circulariteit niet te vergeten. Daar weten we enigszins wat van, maar dat valt nog best wel tegen. Het gaat allemaal gepaard met nieuwe ruimteclaims. Hoe zich dat gaat ontwikkelen en welke keuzes daar in politieke zin worden gemaakt, dat is nog best onzeker. Het is mooi om te kijken wat er de komende tien jaar gebeurt, maar we moeten ons wel realiseren dat we flexibel moeten zijn, adaptief met een mooi woord, organische ontwikkeling, want dat is echt aan de orde.’

Joost Schrijnen sluit de bijeenkomst af met de oproep: “Vorm een front als privaat en publiek in het gesprek met het Rijk over de verstedelijkingsstrategie!”

Vervolg: Doorbraaktafels*

* Geen onderdeel van de slotbijeenkomst. Opbrengsten van die dag vertaald naar het vervolgtraject.

Tijdens de bijeenkomst is veel input opgehaald waar een vervolg aan moet wordt gegeven. De provincie Zuid-Holland wil dat vervolg middels ‘doorbraaktafels’ met de markt verder gaan uitwerken. Op deze wijze gaan de provincie, gemeentes en marktpartijen aan de slag met het oplossen van specifieke knelpunten die het realiseren van de woningbouwopgave in de weg staan. De Provincie Zuid-Holland wil samen met de Verstedelijkingsalliantie verkennen of en zo ja hoe, zij haar rol en instrumenten beter kan inzetten om te helpen de gebiedstransformaties versneld en beter -gericht op duurzame groei- te realiseren.

In Nederland moeten voor 2040 één miljoen nieuwe woningen gebouwd worden (los van de renovatieopgave van 5.000 woningen per week). De minister van BZK heeft aangegeven dat er per jaar 75.000 nieuwe woningen bijgebouwd moeten worden. Driekwart van de woningzoekenden zoekt een woning in een binnenstedelijk milieu. Per jaar worden er nu gemiddeld tussen de 30.000 - 45.000 woningen gebouwd, het tekort loopt steeds verder op. De minister wil daarom per regio woondeals sluiten om deze aantallen zeker te stellen.

De Verstedelijkingsalliantie Zuid-Holland heeft ruimte gevonden om 170.000 woningen binnenstedelijk te bouwen.

De provincie Zuid-Holland wil als onderdeel van haar woondeal aan de slag met een aantal prioritaire belemmeringen (zie Stec rapportage). Hiervoor worden doorbraaktafels ingezet met als doel deze belemmeringen weg te nemen en met als einddoel woningen binnenstedelijk te kunnen bouwen in een hoger tempo en tegen lagere kosten. De economische functies van de gebieden worden gerespecteerd en zullen met dezelfde belangen worden ingepast.

Het voorstel van De Bouwcampus richt zich op twee doorbraaktafels:

  1. Het oplossen van het bouwcapaciteit vraagstuk (tekort aan uitvoeringscapaciteit in de bouw), met als gevolg verhoging bouwkosten en vertraging processen.
  2. Balans tussen wonen en werken op de locaties waarbij de focus ligt op het mengen van wonen en werken (HMC 4+ bedrijven).

De start van de doorbraaktafels is een onderdeel van de Woondeal tussen het Rijk en de regio die voor de zomer van 2019 wordt ondertekend. Daarnaast zal de Woondeal onder meer afspraken bevatten om met elkaar tot een goede spreiding en realisatie van een betaalbaar aanbod te komen, om kansen voor specifieke doelgroepen te verbeteren en om de handen verder ineen te slaan rondom de voorbereiding van het voorgenomen Verstedelijkingsakkoord dit najaar. 

In de 4e bestuurlijke Verstedelijkingsconferentie in het najaar worden de behaalde doorbraken en resultaten van de doorbraaktafels gepresenteerd.

 

Meer informatie of benieuwd hoe jij kan bijdragen?
Info via info@debouwcampus.nl

01 Gebouw
02 Inloop
03 Inloop
04 Inloop
05 Zaal
06 Opening JoostSchijnen
07 Vraaggesprek
08 Vraaggesprek
09 Zaal
10 AttoHarsta
11 AnneloesNillesen
12 MarcoVermeulen
13 Zaal
14 SebastianvanBerkel
15 Groep1
16 Groep2
17 Groep3
18 Groep4
19 Groep5
20 Groep6
21 Groep7 8
22 BertusvanWoerden
23 KarinDorrepaal
24 RoelWolters
25 Zoomgroep
26 Zoomgroep
27 Zaal Terugkoppeling
28 Zaal Terugkoppeling
29 Joost Terugkoppeling
30 Afsluiting
31 Borrel
32 Borrel
33 Borrel
34 Borrel