• Start
  • Nieuws
  • Risicobeheersing: wat zit er in de ondergrond?

Risicobeheersing: wat zit er in de ondergrond?

Risicobeheersing: wat zit er in de ondergrond?

Ondergrondinformatie is belangrijk in het dagelijks werk van bouwend Nederland. Of je nu op of in de ondergrond bouwt, de rode draad in ieder project - van verkenning via planstudie en uitvoeringsproject tot beheer - is het inschatten van risico’s. Ook de risico’s die in de ondergrond zitten. Hoe meer en sneller informatie over de ondergrond beschikbaar is, hoe beter opdrachtgevers en opdrachtnemers de risico’s kunnen inschatten en beheersen. 

Geplaatst: 15 september 2016

Deel deze pagina

Om bouwend Nederland te voorzien van meer informatie over de ondergrond, heeft de minister van Infrastructuur en Milieu in de wet Basisregistratie Ondergrond (wet BRO) vastgelegd dat bestuursorganen verplicht worden de ondergrondgegevens vast te (laten) leggen, waarna iedereen gebruik kan maken van deze gegevens. Denk hierbij onder andere aan gegevens over sonderingen en grondwater. Door ondergrondgegevens te delen, kan iedereen die te maken heeft met de ondergrond efficiënter opereren. Het helpt overheden, bedrijven en burgers om op feiten gebaseerde beslissingen te nemen over het gebruik van de ondergrond. Bijvoorbeeld in verband met bereikbaarheid, waterveiligheid, warmte- en koudeopslag, aardgasproductie en de winning van aardwarmte.

Samenwerken in de keten

Bestuursorganen, in de wet ook bronhouders genoemd, besteden veelal het bodem- en grondonderzoek uit aan de markt. Om de BRO te laten slagen is niet alleen de overheid aan zet, maar moeten alle betrokken partijen in de keten de handen ineen slaan. Op die manier kunnen we samen de huidige, versnipperde informatievoorziening over de ondergrond verbeteren.

De Landelijke Voorziening Basisregistratie Ondergrond (LV BRO) wordt een centrale database met publieke gegevens van de Nederlandse ondergrond. De wet BRO maakt het mogelijk om bodem- en ondergrondgegevens via een digitaal loket aan te leveren en op te vragen. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en TNO zorgen voor de ontwikkeling van de LV BRO en voor het samenbrengen van de informatie uit bestaande registers, zoals DINO (Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond), NLOG (NL Olie- en Gasportaal) en BIS Nederland (Bodem Informatie Systeem).

Veranderingen contractuele verplichtingen

Het invoeren van de BRO is een grote operatie. Ook in de contracten en processen tussen de markt en bestuursorganen. Het vastleggen van ondergrondgegevens in een centrale database en het borgen van ondergrondgegevens binnen contracten, kennen we in de bouwsector al langer. Het gaat op een aantal punten veranderen en moet straks voldoen aan de wettelijke plichten van de BRO. De overgang naar de BRO is daarmee niet groot, maar vraagt wel discipline.

Bestuursorganen zullen de wettelijke plichten veelal vertalen naar contractuele verplichtingen richting de opdrachtnemer. Er worden nieuwe eisen gesteld aan het formaat, zodat data in Europees verband makkelijker te vergelijken is en beter geschikt is voor hergebruik.

In het kader van een actuele basisregistratie moeten de gegevens sneller aangeleverd worden. In de huidige situatie wordt het aanleveren van gegevens soms uitgesteld tot na afronding van het project. Dat is met de invoering van wet BRO voor ondergrondgegevens verleden tijd. Bestuursorganen moeten de verzamelde ondergrondinformatie namelijk binnen 20 werkdagen nadat de gegevens zijn ingewonnen, aanleveren aan de LV BRO. Het versturen van de gegevens mag een opdrachtnemer namens een bestuursorgaan doen als zij dat zo hebben afgesproken. Vooral de kortere doorlooptijd van het aanleveren van gegevens is een verandering waar iedereen aan zal moeten wennen. Hierdoor geeft de LV BRO een actueler en beter inzicht in de ondergrond en mogelijkheden tot hergebruik van de data. Hierdoor kunnen risico-inschattingen en beheersmaatregelen nog beter worden gemaakt. Het uiteindelijke doel is natuurlijk om te besparen op onderzoek- en faalkosten.

Juist omdat de wet BRO verplichtingen oplegt aan bestuursorganen, maar het werk (grotendeels) door de markt wordt verricht, moeten er heldere afspraken worden gemaakt tussen de overheid en de markt. Rijkswaterstaat, één van de bronhouders, is daarom al aan de slag gegaan. Zij bekijkt wat de wet BRO voor haar en de markt betekent en hoe dit op een eenduidige en vergelijkbare manier in de modelcontracten (bijvoorbeeld D&C, E&C, DBFM en Prestatiecontracten) kan worden opgenomen. Een opdrachtnemer kan in de praktijk immers met meerdere contractvormen te maken krijgen.

Over de BRO

Gezien de complexiteit van de BRO heeft de minister besloten de inwerkingtreding van de wet in vier verschillende stappen (tranches) uit te voeren. Er wordt gestart met een beperkt aantal registratieobjecten. Ieder met toegevoegde waarde voor de uitvoering van werken in de fysieke leefomgeving (denk aan aanleg en onderhoud van wegen, woningen en waterkeringen). In 5 tot 7 jaar wordt de BRO voltooid. Welke registratieobjecten in een volgende tranche worden toegevoegd, is afhankelijk van maatschappelijke en politieke vraagstukken.

Meer informatie is te vinden op: www.basisregistratieondergrond.nl