• Start
  • Nieuws
  • Flexibel en tijdelijk bestemmen en vergunnen

Flexibel en tijdelijk bestemmen en vergunnen

Flexibel en tijdelijk bestemmen en vergunnen

Bij diverse gemeenten speelt de wens om (braakliggende) terreinen en (leegstaande) gebouwen tijdelijk een functie te geven, soms buiten de geldende bestemming. Vooralsnog lijkt de omgevingsvergunning voor bouwen weinig flexibel, maar er is ook een crisis- en herstelwet. In de praktijk blijkt dat tijdelijk anders bestemmen op zichzelf wel mogelijk is, maar dat discussie ontstaat over procedures en regelgeving. Het is een opgave om vervolgens gewenste initiatieven daadwerkelijk te realiseren. 

Geplaatst: 25 november 2015

Deel deze pagina

Tijdens de bijeenkomst van het Bestuurlijk Platform Professioneel Opdrachtgeverschap (BPPO) op 6 november kwam het vraagstuk van tijdelijk en flexibel bestemmen, gebruik en vergunnen aan bod. In de vorm van een workshop bracht de gemeente Delft twee casussen in en werden mogelijke oplossingsrichtingen – ook voor andere gemeenten – verkend.

Tijdelijke en flexibele functies in een leegstaand gebouw

Erwin de Vilder (gemeente Delft) vertelt over een leegstaand historisch gebouw in de Delftse binnenstad. Een gebouw waarvan de gemeente geen eigenaar is, maar waar wel tijdelijke functies in gewenst zijn. Er is veel aandacht nodig voor zaken als de vergunbaarheid van de tijdelijke ingrepen, proceduretijd, onderzoeklasten, diverse bevoegde gezagen en financieringsvormen. Het idee is om met de eerste ontwikkelstappen ook ondersteunend te zijn aan de ontwikkelstappen naar de verdere toekomst. Kernvragen bij dit vraagstuk zijn: Waar ligt de grens van de wettelijke mogelijkheden? En hoe is de bestuurlijke afwegingsruimte in relatie tot de regels en kunnen die worden losgelaten?

Leegstaand gebouw: hoe nu verder?

Bovenstaande case wordt in een interactieve sessie besproken en voorzien van suggesties. Onderkend wordt dat er eigenlijk veel kansen en mogelijkheden zijn voor gebouwen en terreinen, binnen ruime maar wel heldere kaders. Het helpen van een initiatiefnemer die nog helemaal niet weet wat hij wil, leidt niet tot voortgang. Op zijn minst is een duidelijke ambitie nodig.

Gesteld wordt dat als de overheid/gemeente geen eigenaar van een gebouw is, dat deze dan ook geen initiatief hoeft te nemen. Wel moet deze een gewenste ontwikkeling faciliteren. Waar het initiatief ligt, daar liggen ook de kosten. Echter wordt ook geconcludeerd dat de overheid wel heel vaak stakeholder is, zeker als de kwaliteit van wonen, werken en leven in de stad aan de orde is. Ook om te bewaken dat een korte termijn ontwikkeling bijdraagt aan een lange termijn visie. Vanuit maatschappelijk perspectief is het ook cruciaal om de kosten- en batenkant van ontwikkelingen in ogenschouw te nemen. Indien de overheid zich positioneert in de maatschappij en met partijen open in gesprek gaat, zal dit bijdragen aan draagvlak en snelheid. Door je bewust te zijn van de stakeholderomgeving kunnen er ook interessante coalities ontstaan, ook met het oog op de financiële kant van het verhaal.

Ontwikkelen experimentele invulling terrein ‘The Green Village’

Jaron Weishut (directeur The Green Village), toont de zeer grensverleggende ambities met het terrein waar een experimentele ‘green village’ tot ontwikkeling komt. The Green Village wil een versnelling bereiken van het traject van laboratorium naar toepassing in de markt, gericht op een duurzame toekomst. Het is een samenwerkingsverband van overheid, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en de onderzoekwereld. De wens is om in een echte woon- en werkomgeving vernieuwende experimenten te doen, zoals waterstof als brandstof, transport en toepassing van gelijkstroom, LED-verlichting, slimme datasystemen en sluiten van de water-kringloop binnen het terrein. Wat lastig is dat de relevante regelgeving onder verantwoordelijkheid valt van een vijftal ministeries.

Door Derk van Rees (gemeente Delft) wordt gesteld dat Delft dit maatschappelijk van grote betekenis acht. Het lastige is dat vooraf niet duidelijk is welke experimenten op het terrein van The Green Village gaan plaatsvinden en dat de effecten lastig zijn in te schatten. Het is ook een spanningsveld tussen nieuwe technieken en traditionele regelgeving. In het kader van de crisis- en herstelwet is The Green Village voorgelegd. Kernpunten zijn een flexibele milieuvergunning (niet voor elk experiment een nieuwe vergunning), het ‘uitzetten’ van bepaalde regelgeving en een bestemmingsplan met een brede reikwijdte. Delft vraagt zich af of een slimmere oplossing mogelijk is en of het mogelijk is een regelvrije zone te creëren, maar welk kader ga je dan hanteren?

The Green Village: hoe verder?

Ook The Green Village-casus wordt in een interactieve sessie besproken. The Green Village wil graag experimenteren met duurzaamheid op vernieuwende manieren. Regelgeving kan dan soms belemmerend werken: er is geen regelgeving of de regelgeving houdt geen rekening met de ontwikkeling. Het ministerie van IenM is bereidwillig met hen mee te denken en wil ook de bestaande veiligheidsregels onder de loep nemen. Een belangrijk punt is dat er wel een alternatief kader moet worden ontwikkeld om de veiligheid te waarborgen. Gesuggereerd werd dat dit ondervangen kan worden door het instellen van een commissie van wijze mensen die beoordeelt of iets al dan niet door kan gaan. Deze commissie kan dan beoordelen of iets al dan niet binnen de gedachte achter de wet past. Het zou daarbij mogelijk moeten zijn om een onderscheid te maken tussen twee verschillende groepen bewoners:

1. Nieuwe bewoners op het terrein die mee willen werken aan het experiment en zich bewust zijn van mogelijke gevaren. Voor deze groep kunnen de regels soepel zijn: zij kunnen de risico's inschatten. Met een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kun je de doelgroep specifiek maken. Daarnaast kun je ook aangeven dat bewoners hier maar een beperkte tijd mogen wonen.

2. De omwonenden die er niet per se hebben gekozen om naast een experimenteel gebied te wonen. Voor hen moet je een goede veiligheid waarborgen. Betrek deze groep vroeg bij het project.

Regels zijn er soms zonder duidelijke reden. Als dat zo is, kun je er misschien wel van afwijken. Ga bij andere wet- en regelgeving te rade: vaak zijn er wetten die afwijking mogelijk maken als je er maar voor zorgt dat het doel van de wet vergelijkbaar is met het doel van je regelgeving. Dit kan dienen als inspiratie om verantwoord van de regels af te kunnen wijken.  

Kansen in het omgevingsrecht

Daniëlle Roelands (Pels Rijcken) citeert Joost Zwagerman: “Iets wordt pas onmogelijk als je zelf alle mogelijkheden uitsluit”. Zij geeft aan dat wetgeving speelruimte biedt. Belangrijk is om de eigen wensen helder te maken. Kansen liggen er door de crisis- en herstelwet, de kruimelgevallenregeling Wabo/Bor en de Coördinatieprocedure Wro. Het kan leiden tot kortere en snellere doorlooptijden en  snellere procedures, dus het loont de moeite om daar tijdig bij stil te staan.

Flexibele bestemmingsplannen

Platform31 heeft ervaring met flexibele bestemmingsplannen. Maarten Hoorn vertelt hierover. Vaak wordt gesteld dat regels ontwikkelingen in de weg staan en vertragend werken. De behoefte aan meer flexibiliteit leidt ook tot minder zekerheid over het eindbeeld en minder grip op wat er gebeurt. Als er daarentegen bij ontwikkelingen een groot draagvlak gaat ontstaan, groeien de mogelijkheden. Het is wel belangrijk stil te staan welke rol de gemeenteraad wil spelen. Ervaringen leren dat succesvolle ontwikkelingen voortkomen uit goed nadenken over de gewenste toekomst, veel aandacht krijgen in de voorbereiding, een open communicatie kennen, zeker als er nog grote onzekerheden aanwezig zijn.

Effectieve samenwerking

Vanuit AT Osborne wordt door Jurgen van der Heijden gesteld dat je weliswaar goed moet kijken naar de procedures en de inhoudelijke wensen, maar dat het zeker zo belangrijk is de cultuur van het samenspel tussen stakeholders aandacht te geven. Flexibiliteit en tijdelijkheid kun je niet afdwingen; een ‘vechthouding’ is contraproductief. Onderken daarom in een vroegtijdig stadium de diverse belangen en ontwikkel daaruit ook het meest effectieve samenwerkingsgedrag.

Neem voor meer informatie contact op met Henk Vereijken, procesmanager De Bouwcampus, via 015 20 26 070 of h.vereijken@debouwcampus.nl