Tweede verkenningsgesprek mengen wonen-werken

Tweede verkenningsgesprek mengen wonen-werken

Op 18 juni organiseerde De Bouwcampus samen met de Verstedelijkingsalliantie het tweede verkenningsgesprek over het onderwerp ‘mengen van wonen en werken bij stedelijke transformatie’. Hierbij werd voortgeborduurd op de resultaten van het verkenningsgesprek van 4 juni, aan de hand van de casus Delft Schieoevers-Noord.

Deelnemers   

deelnemerslijst

Kennismaken  

Ter introductie op het gesprek gaf Jan Nederveen, vanuit de gemeente Delft betrokken bij de Verstedelijkingsalliantie, een presentatie over de opzet, aanpak en resultaten van de Verstedelijkingsalliantie. De Verstedelijkingsalliantie is opgericht met als doel om de versnelde ontwikkeling van woningbouwlocaties mogelijk te maken. In de zuidelijke Randstad moeten tot 2040 circa 240.000 woningen worden gerealiseerd, waarvan zeker 170.000 in bestaand, stedelijk gebied. De Verstedelijkingsalliantie wil 13 locaties ontwikkelen tot hoogwaardige woon-werk locaties. Eén van de knelpunten die hierbij aan de orde is gekomen, is het mengen van kwalitatief wonen en werken in hoge dichtheden in deze stedelijke gebieden. Benut de agglomoratiekracht van een metropoliaan gebied.

Ter kennismaking tussen de deelnemers werd gevraagd om de samenvatting van de resultaten van het gesprek van 4 juni door te nemen en hierbij één woord/zin te kiezen die hen raakt in relatie tot de uitdaging van het mengen van wonen-werken.

  • Meerdere deelnemers noemen sturingsmechanisme of grip. Hoe blijf je als overheid in staat om in charge te blijven van de ontwikkelingen die op hen afkomen en de ambities deze te realiseren?
  • Kwaliteit van de ontwikkeling, dit in relatie tot diversiteit van functies, het inrichten op de meest passende wijze, de kwaliteit van het landschap en het verbeteren van de omgeving. Ontwikkel kwaliteitsgestuurd i.p.v. vraaggestuurd.
  • Willen, in relatie tot de tegengestelde belangen die er zijn, willen verder kijken dan bestaande regels maar lef hebben om het anders te doen en loskomen van ideeën die nu gelden maar echt anders denken. Overtuigingskracht dat het echt anders kan en ook moet!
  • Flexibiliteit: om creatief met de problemen om te gaan, proactief te reageren en constant te zoeken naar innovaties die in het proces helpen. Durf het experiment met elkaar aan te gaan en verdeel de risico’s op een eerlijke manier.   

Leren van wat er al bestaat
 
werksessie 18 juni 


Als vervolg op deze terugblik werd doorgegaan met wat er allemaal al bedacht en ontworpen is. Door diverse partijen zijn al onderzoeken en oplossingsrichtingen verkend voor de opgave mengen van wonen-werken. Voorbeelden die hierbij aan de orde komen zijn:

Op welke wijze kan de Verstedelijkingsalliantie hier nog aan toevoegen, hoe maakt men zich los van de bestaande ideeën of zijn deze te combineren en kunnen wij tot nieuwe ideeën komen?

Deze paar onderzoeken geven aan, dat allerlei oplossingen op thema’s waar we het ‘altijd’ over hebben als we binnen de gebaande paden blijven, er al zijn. Terwijl de discussies meestal nog op dezelfde manier gevoerd worden. Kunnen we het gebaande pad met elkaar loslaten en vanuit wat we werkelijk wensen dat er in 2040 of 2050 is gebeurd gaan vormgeven aan de regio? Wat voor kansen biedt de regio om het echt anders te doen met elkaar?  

Welk regionaal concept presenteer jij aan de minister als Regionaalbouwmeester? 

Verstedelijksalliantie totaal kl

In vier groepen werd uiteengegaan en nagedacht over het nieuwe plan: als je los van bestaande structuren en belemmeringen mocht nadenken over de inrichting van 170.000 woningen in combinatie met werken, binnen het gebied van de Verstedelijkingsalliantie, hoe zou je dit dan aanpakken? Hierbij aandacht voor de volgende vragen:

  • In welke essentiële randvoorwaarden moet de Verstedelijkingsalliantie voorzien?
  • Welke mensen/organisaties moeten aan tafel voor het verwezenlijken van je plan?
  • Welke aanpalende domeinen raken de vraag van wonen-werken?
  • Wat betekent het droombeeld voor de woon-werk opgave?     

Regionaalbouwersteam 1: intensiveer & profileer   

werksessie 18 juni 2


Locaties binnen de Verstedelijkingsalliantie worden steeds beter met elkaar verbonden via verbeterde mobiliteit. De opgave wonen-werken dus ook op deze wijze aanvliegen: Ga uit van de huidige kracht van de transformatielocatie en specifieke identiteit van deze locatie en stuur op welke nieuwe kwaliteit je aan deze transformatielocatie wilt geven. Scherper profileren van elk individueel gebied. Bijvoorbeeld: Dordrecht sterke focus maakindustrie, Rotterdam de creatieve industrie en Delft het hart van de innovatie in de Westelijke-Randstad.

Het voelt vreemd om wonen-werken apart van elkaar te noemen, in de toekomst worden deze steeds verder verweven, de huidige categorisering voldoet niet meer: we leven en we zijn. Dit heeft ook impact op de huidige juridische geluids- en milieucontouren. Bij de instantie die wat wil, moet de bewijslast liggen: focus op wat wel kan in plaats van vooraf wat niet. Als oplossingsrichting wordt gedacht over het opheffen van de huidige bestuursstructuren/ sturingsmechanismen. Focus op de regio en de stadsdelen om zowel bottom-up als top-down te sturen. In de regio moet men elkaars type werk gunnen: specialiseer in waar je goed in bent, door verbeterde mobiliteit hoeft niet elke voorziening overal aanwezig te zijn!

Hoe anticipeer je op het mengen van werken-wonen? Vervloei de lagen en regels omtrent het wonen-werken en blijf hierbij flexibel in je ontwikkeling, dit is ook al een trend! Concrete voorbeelden zijn bijvoorbeeld de ontwikkeling van een plint van 6 meter hoog. Hier kan zowel werken als wonen in worden gefaciliteerd.

Regionaalbouwersteam 2: Transformeren als schaakspel   

werksessie 18 juni 1


Transformeren als een schaakbord; een schaakspel impliceert gezamenlijke spelregels en een strategie voor verandering. Een schaakbord impliceert met zwart en wit het wonen en het werken in de regio. De Verstedelijkingsalliantie heeft 13 werklocaties aangewezen om te wonen. Maar zij heeft nog niet 13 woonlocaties aangewezen waar ook gewerkt zal worden, waar bedrijven worden toegevoegd, en dan ook nog woonmilieus die minder geliefd zijn, die kun je op deze manier beter maken. Als Verstedelijkingsalliantie zou je naast een strategie op het toevoegen van woningen ook een strategie op het werken moeten presenteren. Kijk hierbij goed naar de regelgeving, benoem een locatie niet alleen als ‘werkgebied’, maar zoneer op basis van kwaliteit. Bijvoorbeeld: dit gebied heeft een broedplaatsfunctie, hier willen wij alleen industrie 4.0 realiseren.

Voor het realiseren van dit regionale scenario zijn bedrijven zelf belangrijk. Er zijn op de 13 locaties strategisch misplaatste bedrijven, je kan ook in gezamenlijkheid afspraken moeten maken over de toekomstige bedrijvigheid.

Los van deze zwart-wit gedachten in het wonen en werken dien je uit te gaan van de stromen die integraal door het wonen-werken lopen: circulair, warmtenetwerken, afvalstromen, de schaal van betoncentrales. Deze stromen vinden op andere schaalniveaus plaats. Een voorbeeld is dat afvalstromen of chloortransporten bijvoorbeeld niet op stadsniveau kunnen worden opgelost. Voor grootschalige hinderbedrijven heb je het Rijk nodig om een doorbraak te forceren. Tegelijkertijd kunnen landelijke besluiten, zoals de ontwikkeling van een Lpg-station, je lokale ambities dwarsbomen.   

Regionaalbouwersteam 3: de openbare ruimte als rode draad 

werksessie 18 juni 3


Wat zien wij als een ideale leefomgeving zonder restricties? De rode draad is de kwaliteit van de openbare ruimte, waar je als overheid ook op wilt sturen, welke kwaliteit wil je zien op een locatie, dit is dus breder dan de focus op mengen van functies. Je wilt gebruikmaken van de kwaliteit die reeds op de locatie aanwezig is. Dus maak effectief gebruik van het water en het groen dat aanwezig is. Het maken van één overkoepelend plan neigt naar ‘blauwdruk’ denken, dit is iets wat juist niet effectief is voor de gewenste transformatie, aangezien elke locatie zijn eigen specifieke kenmerken heeft. Mogelijke ideeën die genoemd worden om de transformatie naar wonen-werken mogelijk te maken is de oprichting van een gezamenlijke investeringsmaatschappij of revolverend fonds door de partners binnen de Verstedelijkingsalliantie. Hiermee kun je voorwaarden scheppen voor de kwaliteit van de ontwikkelingen maar vergt tegelijkertijd een grote financiële inspanning. De kracht van de Verstedelijkingsalliantie zit hem in het zoeken naar de gemeenschappelijke deler en het toevoegen van een beleidsinstrument dat dit gemeenschappelijk belang dient. Een extra bestuurslaag toevoegen is hierbij niet nodig.

Regionaalbouwersteam 4: van parels naar een parelketting  

werksessie 18 juni 4


Uitgaan van de bestaande mobiliteits-as en uitbreiding door middel van doorontwikkeling HOV en regionaal snel(fietspad) langs de bestaande lijn. Hierbij is de nieuwe bebouwing zo ontworpen dat deze een stuk flexibeler wordt in zijn (toekomstig) gebruik en wordt uitgegaan van een duurzame industrie zonder uitstoot, hier moeten toekomstige bedrijven in voorzien. In de omgang met de zware industrie een focus op verplaatsing naar bestaande locaties (Dordrecht+Roterdamse Haven). Zware industrie die op andere locaties binnen de Verstedelijkingsalliantie is gepositioneerd moet naar deze locaties worden verplaatst. Andere bedrijven met uitstoot verplaatst richting de as van de bestaande snelwegen. Wonen moet gebeuren op basis van de kwaliteit van de locatie zelf: genius loci. Voor ontwikkeling van de stad moet anders worden gekeken naar parkeernormen en autogebruik. Randvoorwaarden zijn het behoud van bedrijvigheid in de regio. Een Verstedelijkingsalliantie-makelaar die de locaties kent en samen met het bedrijfsleven kijkt op welke locatie deze het best kan worden gevestigd. Welk type bedrijf voegt wat aan de locatie toe? En hierbij ook aandacht voor het compenseren van bedrijven die moeten verplaatsen.   

En nu verder!

Als sluitstuk van de discussie wordt teruggekeken naar de aanpak van de vier groepen. Het blijft een ingewikkeld en complex vraagstuk. Het aanpakken hiervan moet met een brede coalitie gebeuren en integraal, met bestaande en potentiële bedrijvigheid, met potentiële bewoners. Vernieuwende woon-werk locaties vragen zowel procesmatige innovaties als ook een focus op een andere vraag. Welke kwaliteit wensen wij in deze nieuwe woon-werk omgevingen? Hierbij ook aandacht voor de verschillende overheidslagen (Rijk, Provincie, Gemeenten) en de rol die zij spelen.

Wat ontbreekt aan de huidige discussie is de focus op alle soorten bedrijvigheid met alle soorten wonen. In het vervolgtraject zou aandacht kunnen zijn voor:

  • Welk type wonen is te mengen met infrastructuur en werken (studenten/tijdelijk wonen)?
  • Welk type bedrijvigheid valt wel te mengen met wonen en hoe doen wij dit dan?
  • Welk type bedrijvigheid valt nooit te mengen maar zal in een circulaire economie eindig zijn: bijvoorbeeld de afvalstromen en betonstromen?
  • Identificeren van de huidige bedrijvigheid in de gehele regio, wat kan geclusterd worden en wat niet?
Ruimte voor experimenteren

Deel deze pagina