Baatgericht organiseren

Baatgericht organiseren

Krijgt waardegericht denken voldoende ruimte in projecten? Nieuwe ontwikkelingen volgen elkaar steeds sneller op en veranderen onze behoeften in de gebouwde omgeving en infrastructuur. Dit vraagt om een andere functionele prestatie van het project, maar de scope van dit project is vaak al jaren eerder vastgesteld. Hoe voorzie je in deze veranderende behoefte en hoe krijg je elkaar zover dat je de scope kunt bijstellen? Dat allemaal in de waan van de dag en onder de druk van het project die geen ruimte toelaat.

Hoe kunnen we wegblijven van verkokering en stroperigheid tussen organisaties en disciplines in de keten? Van procedures en vasthouden aan oude zekerheden die onbedoeld het creëren van maatschappelijke meerwaarde in de weg staan. Het motto is, helaas, nog maar al te vaak “Samenwerken doen wij het best alleen”.

Geplaatst: 21 december 2015

Deel deze pagina

Door Ingrid Bolier, Gido v.d. Linde en Annoesjka Nienhuis 

Value Engineering

Volgens Lawrence D. Miles, de grondlegger van Value Engineering is 'all cost for function'. Hij kaart hiermee het sturen op waarde aan. Onder waarde wordt de verhouding tussen de mate van presteren (voorzien in behoefte) en de daarmee gemoeide kosten verstaan. Waarde = behoefte / middelen = functionele prestatie / kosten. Een belangrijk onderdeel van waarde is dus kosten: hoe minder kosten, hoe meer waarde. Echter, nu wordt waarde te vaak benaderd vanuit enkel kosten. Sturen op budget is niet hetzelfde als sturen op waarde. Sturen op waarde geeft veel meer ruimte voor win-win situaties. Kunnen we het kostendenken voorgoed loslaten en nog een stap verder zetten van de Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI) naar de Maatschappelijk Meest Voordelige Inschrijving (MMVI)?

 

 

Game changers

Tijdens de bijeenkomst van de ConsulTable* op 27 november 2015 kwamen we tot de conclusie dat de Steve Jobs van deze wereld niet bij het maken van overheidsplannen aan tafel zitten. Terwijl je bij het plannen van bijvoorbeeld een Noord Zuidlijn meer dan 15 jaar vooruit moet kunnen kijken. Een provincie kijkt bij haar infrastructuur onderhoudsplan 10 jaar vooruit. Echter, de vraag of je verkeersborden gaat vervangen als er over 5 jaar zelfrijdende auto’s rondrijden, wordt waarschijnlijk niet gesteld.

Vanuit de ConsulTable denken we dat de echte maatschappelijke meerwaarde wordt gecreëerd door ruimte te geven aan game changers. Om zo’n waardesprong door game change mogelijk te maken is het belangrijk om in de veranderende behoefte te voorzien en ondertussen de voorwaarden voor game changes te initiëren.

  • Als het lastig is om visionairs te betrekken bij de planvorming kan men wel zorgen voor kennisdeling, zodat visionairs de veranderende behoeften kunnen signaleren. Zo kan een gemeente bijvoorbeeld haar niet privacy gevoelige data openbaar maken, zodat er business mee gebouwd kan worden door innovatieve bedrijven/start-ups. In Gent doen ze dit al geruime tijd en verandert de gemeente in overleg met bedrijven zelfs de manier waarop ze hun data bijhouden. Een voorbeeld waar open data toe leidt is Geophy, zij bieden de meest complete, actuele en gevalideerde vastgoeddata ter wereld.
  • Overheden kunnen er ook voor waken dat ze ruimte voor vernieuwing laten in contracten. Zo had de overheid bijna de contracten met de tankstations op de snelwegen zodanig dichtgetimmerd, dat ze afhankelijk was van benzineleveranciers voor het plaatsen van elektrische laadpalen en dat is geen kernproduct van hun. In de tijd van het opstellen van de basis van de contracten werd deze situatie nog helemaal niet voorzien. Elektrisch rijden was een stip aan een verre horizon. Omdat de contracten gingen over specifiek benzineproducten bleek er toch ruimte te zijn om elektrische laadvoorzieningen apart op de markt te zetten. Nu bouwt het bedrijf Fastned netwerk van laadmogelijkheden voor elektrische auto’s. En dit had je als overheid toch niet willen tegenhouden.
  • Ruimte voor game changers biedt je ook door als opdrachtgever andere vragen aan de markt te stellen. Dit gaat over toevoegen van waarde vanuit het standpunt van burger en ondernemer, bovenop de waardetoevoeging die wordt behaald door toepassing van voorschriften, regels en wetten. Een mooi voorbeeld van de reframing van de vraag rond een rijksopgave is de A9 Gaasperdammerweg. De vraag voor hinderbeperking voor omwonenden tijdens de bouwfase (van zo’n 6 jaar) is veranderd naar: ‘Hoe kunnen we een positieve betekenis geven aan de bouwperiode?’. Die laatste vraag biedt meer ruimte om waarde toe te voegen. Als voorbeeld wordt de bouwperiode nu als tijdelijk praktijk lokaal gezien waar meerdere partijen samen in investeren.

Bij een terugtrekkende overheid kan het zelfs nog verder gaan: In Mumbai, India, heeft Daimler een planstudie naar busbanen betaald, omdat zij hun bussen daar willen verkopen. Game changers kunnen de overheid helpen, omdat ze sneller en slimmer om regelgeving heen kunnen – of: de verandering kunnen vestigen – dan de overheid zelf. De overheid heeft naast de mogelijkheid om voorwaarden voor game change te initiëren, natuurlijk ook de verantwoordelijkheid om betrouwbaarheid te bieden voor de maatschappij. Hiervoor is kennisdeling nodig vanuit de game changers zodat een breder publiek de waardesprong kan begrijpen en de angst voor verandering weggenomen kan worden.

Willen we inderdaad meer ruimte geven aan game changers om echte maatschappelijke meerwaarde te creëren? Welke consequenties heeft bovenstaande voor partijen? Wat vindt u van een maatschappelijk meest voordelige inschrijving (MMVI)? We nodigen u graag uit om uw visie met ons te delen!

Meer informatie

Meer informatie over de ConsulTable vind je in het co-creatielab

 

* In 2004 is de ConsulTable gestart binnen het programma van PSIBouw. De ConsulTable maakt deel uit van het netwerk van De Bouwcampus en is een tafel voor adviserend ingenieurs die actief zijn in de sector van de gebouwde omgeving. De tafel bestaat uit circa tien enthousiaste netwerkers en beïnvloeders uit private en publieke consultancybureaus. De tafel komt vijf keer per jaar op wisselende locaties bijeen, waarbij een positief kritische kijk op de eigen rol in de sector niet uit de weg wordt gegaan.