Verslag Werkconferentie Vakmanschap

Verslag Werkconferentie Vakmanschap

Innovatie in de bouw leidt tot ontwikkelingen die vragen om nieuwe kennis. Om nieuwe kennis succesvol toe te kunnen passen, is een andere manier van opleiden en omscholen nodig. Hoe benutten we het reeds aanwezige vakmanschap optimaal? En hoe zorgen we voor structurele investeringen in vak- en kennisontwikkeling? Tijdens de werkconferentie Vakmanschap op 9 november, exclusief voor partners van stichting De Bouwcampus, is een basis gelegd voor de aanpak van vraagstukken rondom vakmanschap in de bouwsector. De uitkomsten van deze werkconferentie worden ook meegenomen in de uitwerking van de Human Capital agenda.

Vier invalshoeken

Laurens Schrijnen (directeur stichting De Bouwcampus) opent de werkconferentie. Hij vertelt dat vakmanschap een belangrijk thema is voor de bouw en daarom veel aandacht krijgt in De Bouwagenda én op De Bouwcampus. Onder leiding van dagvoorzitter Siebe Bakker starten de presentaties waarmee verschillende aspecten van vakmanschap worden toegelicht.

Human Capital agenda
Claudia Reiner (vicevoorzitter UNETO-VNI & Taskforcelid De Bouwagenda) heeft zich voor vier jaar verbonden aan het thema Human Capital van De Bouwagenda. Zij neemt de deelnemers mee in de vier doelen die centraal staan voor de human value aanpak in de bouw. Het gaat hier over de kwaliteit van leven: we bouwen voor onze maatschappij. De Bouwagenda heeft elf roadmaps, met zes overkoepelende thema’s, waar human capital er één van is. De ambitie rond dit thema is dat de bouw een zeer aantrekkelijke werkgever is en er voldoende goed geschoolde medewerkers zijn. Doelen die hierbij horen zijn: een aantrekkelijke omgeving voor talent op alle niveaus, aanjager van leercultuur en lerende organisaties, flexibel en vraag gestuurde opleidings- en kennisinfrastructuur en samenwerking vanuit complementariteit. Claudia vertelt dat we hard moeten werken aan het imago van de sector om het aantrekkelijk te maken voor alle niveaus. Een leercultuur zit nog niet in ons DNA verankerd; we moeten naar institutionele veranderingen om een leercultuur te krijgen. Onderwerpen als kennisstructuur en onderwijs horen daarbij. Er zijn volop mogelijkheden en we hebben een mooi perspectief.

claudia reiner

Hoe krijgen we de mensen om de maatschappelijke ambities te realiseren?
Het verhaal van Edwin Lokkerbol (directeur Vereniging van Waterbouwers) staat in het teken van een aantrekkelijke bouwsector die bovendien interessant is voor groepen mensen die wij nu bijzonder weinig in de bouw zien. Ook de uitdagingen komen aan bod: er zijn minder jongeren (demografische ontwikkelingen, vergrijzing, perifere gebieden lopen leeg), het aanbod veranderd (de opgave wordt steeds groter en stabiliseert niet), we hebben andere competenties nodig, de aansluiting van MBO/Hbo en bedrijfsleven behoeft aandacht (‘time to market’) en arbeidsmarktberichtgeving in de bouw is verouderd. Edwin geeft een aantal radicale oplossingen, waarbij we kunnen denken aan dat de bouw moet feminiseren en de brancheorganisaties moeten budgetten op een hoop gooien. Maar bovenal kan de sector nog veel leren van de manier waarop jongeren elkaar inmiddels inspireren en informeren via vlogs, of hele (virtuele) werelden bouwen via Minecraft.

Edwin Lokkerbol

Onderzoek als vernieuwer van kennis, vakmanschap en onderwijs
‘Learning communities’ opzetten met mensen van verschillende leeftijden, vanuit verschillende disciplines en achtergronden. Dat is het pleidooi van Judith Schueler (programmamanager Bouw en Infra bij het SIA). Volgens Judith is nieuwsgierigheid een essentieel onderdeel van vakmanschap. Er een soort kiem in nieuwsgierigheid voor een ander. ‘Hoe doe je dat?’, ‘Waarom?’, ‘Welke materialen gebruik je?’, zijn vragen die je aan anderen zou kunnen stellen. Nieuwsgierigheid geeft misschien de luchtigheid voor de sector, omdat soms het gevoel gewekt wordt dat er zoveel móet. Je toont daarmee ook een stukje kwetsbaarheid. Als je mensen die al aan het werk zijn, en willen bijleren, bij elkaar zet met jongeren die gaan leren kom je een heel eind. Je bent met hetzelfde bezig, jong en oud, en allemaal nieuwsgierig onderzoekend. Dan leer je ongelooflijk veel van elkaar. Als we dat soort plekken kunnen creëren, waar nieuwsgierigheid een rol en concrete vorm krijgt, dan kunnen we een stap zetten. Het ontwikkelen van nieuwsgierigheid vraagt om omdenken van het zien van medewerkers in de bouw als ‘handjes’ naar mensen met een nieuwsgierig stel hersenen.

Judith Schueler

Aantrekkelijk werkgeverschap begint met loyaal vakmanschap
Paul Mbikayi (directeur Refugee Talent Hub) inspireert de deelnemers door te vertellen over de Nederlandse manier van denken en doen. In de bouwsector heerst een houding die ons in bepaalde mate ervan weerhoudt om open te staan voor arbeidsparticipatie van vluchtelingen. Hij is van mening dat als je praat over human capital, dat je dan iederéén moet benaderen die je kunt krijgen. We moeten iets veranderen in het erkennen van talenten. Heeft iemand bij het schrijven van de Human Capital agenda gedacht aan vluchtelingen als medewerkers? Vluchtelingen hebben talent, maar dat moet ook erkend worden. Zij willen relevant zijn voor de maatschappij. Is de sector bereid de uitdagingen te laten verrijken door een voor ons onbekend soort vakmanschap, afkomstig uit een vreemde cultuur?

paul Mbikayi

Aan de slag

Na deze vier bevlogen presentaties gingen de deelnemers in vier groepen uiteen om dit thema aan werktafels uit te diepen. Naderhand gaf iedere groep een terugkoppeling.

De eerste groep signaleerde twee uitdagingen: de instroom gaat omlaag en uitstroom gaat omhoog, waardoor kennis verloren gaat. Dat moeten we borgen. Hiervoor worden een aantal oplossingen genoemd: de bouw moet een topsector worden en we moeten vertrouwen uitstralen waardoor de sector aantrekkelijk wordt en we mogen trots zijn op de techniek en ambities die we hebben. Beeldvorming is hierbij essentieel waarbij het belangrijk is uit te dragen je in de bouw een bijdrage levert aan de leefomgeving van mensen.

DCK 6128

De volgende groep stelde zichzelf de vraag: ‘Wat is er nodig’? Gedacht werd aan: onderzoek met jongeren en de taal van jongeren gebruiken. Rijkswaterstaat kan meer nog de trots uitdragen via presentaties op scholen. De grootste uitdaging is misschien nog wel het sexy maken van de bouwwereld. En het inzetten van moderne middelen zoals games en storytelling waarbij de nadruk ligt op de vraag: hoe gaat Nederland eruitzien? En hoe ga jij helpen om Nederland beter te maken? Dit kunnen we verspreiden via vlogs en ambassadeurs.

Een derde groep stelde dat er veel aandacht is voor waar wij de mensen vandaan halen. Maar de echte vraag is: hoe ga je om met mensen die er nu zitten? Heb je ruimte om vernieuwing op te zoeken? En zijn we wel nieuwsgierig genoeg naar wat mensen ons echt te bieden hebben? Hoe blijf je de huidige arbeidskrachten relevant houden in plaats van ze als geschikt/ongeschikt te bestempelen? We moeten nieuwsgierigheid stimuleren. En hoe kunnen we brede interesse in opleidingen in stand houden in plaats van specialistische opleidingen? De sleutel is om meer te spelen met de manier waarop wij samenwerken. Waarom afwijzen in plaats van doorverwijzen?

DCK 6169 DCK 6220


De laatste groep vroeg zich af: staat innovatie wel zo hoog op onze prioriteitenlijst? En dan met name het doen van innovatie. Er is inmiddels een stortvloed aan informatie over waar in de bouw geïnnoveerd moet worden. De andere kant daarvan is dat het daardoor lijkt alsof het slecht gaat in de bouw. Over aantrekkelijkheid van de sector gesproken! Ook deze groep geeft aan dat we trotser mogen zijn op onszelf en dat ook uit moeten dragen, op alle mogelijke manieren!

Meer informatie

De presentaties van deze werkconferentie kun je hier bekijken.

Wil je meer informatie over werkconferenties van stichting De Bouwcampus?  Bekijk onze website, of neem contact met ons op via info@debouwcampus.nl of 015 20 26 070.

DCK 6279

Ruimte voor experimenteren

Deel deze pagina