Grip op de Maas - vierde bijeenkomst

Grip op de Maas - vierde bijeenkomst

Op 7 december vond de vierde en (voorlopig) laatste bijeenkomst van Grip op de Maas plaats. Vanaf 2 juni tot en met nu hebben de deelnemers een bijzonder proces met elkaar meegemaakt waarin veel is ontdekt. Met deze vierde bijeenkomst wordt de huidige fase afgesloten. De perspectieftrekkers geven een eindpresentatie en de deelnemers kijken terug op het proces van samenwerken: wat hebben we nu meegemaakt, is dit een goede aanpak? Ook wordt alvast vooruitgekeken: Wat nu? Gaan we samen verder en hoe?

Geplaatst: 15 december 2015

Deel deze pagina

Theo van de Gazelle, plaatsvervangend directeur-generaal van Rijkswaterstaat, is enthousiast over de perspectieven die het proces tot nu toe heeft opgeleverd en dat deze in gemengde teams tot stand zijn gekomen. Hij benadrukt nogmaals dat het benaderen van dit type complexe opgaven vanuit een breder perspectief een belangrijk onderdeel is van de strategische visie over vervanging en renovatie van Rijkswaterstaat. Het proces Grip op de Maas is volgens hem dan ook een mooi voorbeeld van de werkwijze die Rijkswaterstaat wil hanteren voor toekomstige vervangingsopgaven.

Perspectieven op systeem de Maas

De perspectieftrekkers en hun teams hebben de laatste weken hard gewerkt om nog een slag te maken in hun perspectieven. In de eindpresentaties wordt duidelijk dat de deelnemers staan te popelen om verder te gaan. Ook blijken de perspectieven vaak complementair aan elkaar.

Zo is een perspectief uitgewerkt hoe de Maas gebruikt kan worden als energieleverancier en energiebuffer. Een ander perspectief trekt de gekanaliseerde Maas en natuurlijke Maas tussen Eijsden en Den Bosch radicaal uit elkaar. Een derde perspectief focust om het in de tijd flexibel aanpassen van de stuwen of anders gezegd het adaptief maken van de assets. Op een nieuwe manier informatie delen, zodat meer burgers actief worden bij het doorontwikkeling van de Maas, is de kern van een ander perspectief. Daarnaast focust een van de perspectieven op beleving, niet in de traditionele zin, maar om de trots op onze kunstwerken weer in het dagelijkse leven een plaats te geven; een opleidingscentrum op de stuw? Tot slot stelde een perspectief de indringende vraag met welk verhaal we een mogelijke ingreep gaan legitimeren. Voor een dergelijke grote opgave als de vervanging van de stuwen in de Maas is een ‘groot’ verhaal nodig.

De presentaties van de perspectieven kun je via onderstaande links downloaden:

In een eerste reflectie op de inhoudelijke oogst van de perspectieven stelt Jannita Robberse, Hoofdingenieur-Directeur Zuid Nederland van Rijkswaterstaat, dat zij erg gecharmeerd is van de brede en andere kijk op de Maas. Zij vindt het goed om te zien dat de omgeving nadrukkelijk wordt meegenomen. De Maas is immers een belangrijk deel van het leven in Limburg. Van de ellende bij hoogwater tot de rust van haar recreatieve mogelijkheden in de zomer. Door in een open sfeer met elkaar te werken aan de Maas ziet Jannita dat er mooie, frisse perspectieven zijn ontstaan. Zij ziet ook zeker meekoppelkansen waardoor de maatschappelijke waarde van de Maas kan worden vergroot. Dit alles bij elkaar maakt het traject Grip op de Maas zeer waardevol. Ook geeft zij aan dat er wellicht nog een gezamenlijke stap nodig is om de oogst goed te overzien en te bekijken hoe perspectieven elkaar versterken of juist bijten.

In het tweede deel van de bijeenkomst wordt het proces dat op De Bouwcampus is doorlopen tegen het licht gehouden. Tijdens de pauze schrijven de deelnemers alvast op hoe zij hier in staan.

Bekijk hier wat de deelnemers hebben opgeschreven.

Terugkijken: proces van samenwerken

Rijkswaterstaat heeft de opgave Grip op de Maas neergelegd op De Bouwcampus om de denkkracht van experts uit heel Nederland te mobiliseren en op een andere manier - in co-creatie - samen te werken aan deze opgave. De invulling van deze samenwerking is een experiment geweest waarin de deelnemers onderweg hebben ontdekt wat wel en wat niet werkt.

Om te peilen hoe de deelnemers op dit proces terugkijken wordt over verschillende stellingen gedebatteerd.
De stelling: Dit proces is een geslaagd co-creatie proces. Door middel van rode en groene kaarten wordt duidelijk dat de meningen hierover verdeeld zijn. Dit blijkt te maken te hebben met de term 'co-creatie' die verschillend geïnterpreteerd wordt. De aangepaste stelling 'Dit proces is een geslaagd proces' zorgt voor merendeel groene kaarten. De energie die heerst is volgens een van de aanwezigen het resultaat van intrinsieke motivatie en moet bewaard blijven. Het verloop van het proces wordt ook besproken en de chaotische start heeft volgens een van de aanwezigen het resultaat gehad dat ieder uit zijn comfortzone moest komen waardoor er ruimte is gekomen voor creativiteit. Andere deelnemers denken dat de start anders had gekund door meer duidelijkheid te geven over het doel. De mogelijkheid om te focussen op een specifiek perspectief op de Maas (zonder meteen te willen verbinden) heeft eveneens een positief effect gehad op het proces, aldus de deelnemers. Wel zou het goed zijn andere sectoren te betrekken en meer voort te bouwen op plannen en ervaringen die er al zijn.

Vooruitkijken: Wat nu?

In het laatste deel van het debat is ingegaan op de vraag: Wat nu? Ga je verder en hoe wil je verder gaan? Bij het stellen van de vraag kleurt de zaal overtuigend groen. Een enkeling zegt niet verder te willen gaan, bijvoorbeeld vanwege de beperkte input die men kan geven in dit stadium. Anderen stellen door te willen gaan zolang niet in het oude denken wordt vervallen met doelen, budgetten en eisen. Met name de kwetsbare opstelling van De Bouwcampus wordt hierbij als positief genoemd. Het feit dat het proces zich net zoals de perspectieven van meet af aan en in gezamenlijke afstemming heeft ontwikkeld zorgt voor enthousiasme om door te gaan. Desondanks is er ook behoefte aan een stip aan de horizon om naar toe te werken, hoe en wat wordt in samenspraak bepaald, maar we gaan verder. Want eigenlijk zijn we pas net begonnen. En zijn we niet allemaal aangestoken door het stuw-virus?

Afsluiting

Theo van de Gazelle is positief verrast door de openheid van de groep naar elkaar. Voor de zomer van 2016 wil hij meer helderheid wanneer Rijkswaterstaat het 'instrument Bouwcampus' wel of juist niet inzet. Hij spreekt uit dat Rijkswaterstaat een aantal andere kunstwerken gaat vervangen en dat De Bouwcampus hier mogelijk een rol bij kan spelen. Daarnaast benadrukt hij dat De Bouwcampus niet alleen voor Rijkswaterstaat beschikbaar is, maar dat alle partners van De Bouwcampus de gelegenheid hebben opgaven neer te leggen. Rijkswaterstaat denkt ook graag mee met vragen van marktpartijen.

Wim van Hengel, projectleider stuwen in de Maas, voegt hieraan toe dat het proces wat betreft de perspectieven op de Maas nog niet klaar is en dat we midden in een stap zitten. Hij nodigt de perspectieftrekkers en het voorbereidingsteam uit om deze stap samen op De Bouwcampus af te maken. Jannita Robberse onderschrijft dit en benadrukt dat dan kan blijken of nog een gezamenlijke vervolgstap nodig is of dat dit een voorlopige afronding is.

Majorie Jans, teamleider De Bouwcampus, bedankt de perspectieftrekkers, de leden van het voorbereidingsteam en de deelnemers voor hun bijdrage en inspanningen tijdens het co-creatieproces. De resultaten van het proces worden gebundeld in een oogstboekje. Met dit boekje onder de arm gaan we volgend jaar weer samen verder voor meer Grip op de Maas!