Stroomversnelling Bruggen (3)

Stroomversnelling Bruggen (3)

VERSLAG DERDE BIJEENKOMST 30 JUNI 2016

Nog net voor de zomervakantie kwamen 20 deelnemers samen om in co-creatie het programma van Stroomversnelling Bruggen verder uit te werken. Het doel van deze bijeenkomst was tweeledig:

  1. Een gezamenlijke scope van de opgave bepalen – welke type bruggen hebben het grootste effect op de beoogde reductie van de Life Cycle Costs (LCC)
  2. Een concreet beeld krijgen van de uitdagingen van probleemeigenaren die clusters van bruggen willen inleggen en bouwers die standaardproducten en processen hiervoor willen ontwikkelen.
Geplaatst: 15 juli 2016

Deel deze pagina

HET TRAJECT STROOMVERSNELLING BRUGGEN

Stroomversnelling Bruggen is een spin-off van de Stroomversnelling Woningen. De Stroomversnelling Woningen had als doel om de jaren ’60 woningen op grote schaal te renoveren door middel van een geïndustrialiseerde aanpak – in plaats van maatwerk juist het marktvolume opzoeken, zodat standaardisatie interessant wordt. Het ‘geheim’ ligt in het sleutel-slot principe: je bedenkt samen hoe het slot eruit moet zien, maar voorwaarde is dat er verschillende sleutels op het slot passen. Het resultaat van Stroomversnelling Woningen is dat de uitvoerende kosten grotendeels gelijk blijven, maar bij de voorbereidingskosten wordt rond de 40% bespaard, omdat telkens hetzelfde principe wordt gehanteerd. Volgens Robert moet dit principe ook mogelijk zijn in andere sectoren, vandaar dat Stroomversnelling Bruggen tot stand kwam.

VOOR CO-CREATIE MOET JE JE EERST OPWARMEN

Voordat de eerste co-creatiesessie startte werden alle deelnemers uitgenodigd om te gaan staan. Katja Oostendorp (De Bouwcampus) stelde voor om even op te warmen en vroeg daarom de deelnemers van jong naar oud een lint te vormen. Deze vraag resulteerde in veel plezier en gelach, mede door de uitspraak: “gevoelsmatig of daadwerkelijk”. Vervolgens werden de diverse generaties afgebakend, aan de hand van de theorie van Aart Bontekoning, zoals te zien in het schema hieronder. Katja concludeerde dat de groep voornamelijk bestond uit verbinders en pragmatici. Daarnaast bleek dat de jongeren (na 1985) sterk in de minderheid waren ten opzichte van de andere generaties.  

AAN DE SLAG

Daarna was het tijd voor het serieuze werk. In de eerste co-creatiesessie werd de deelnemers gevraagd te inventariseren welke type bruggen zich het best lenen voor de beoogde reductie in LCC.  Enkele opties waren al opgeschreven zoals fiets-voetgangersbruggen en parkbruggen. Maar, de deelnemers werden ook uitgedaagd om zelf typen aan te dragen. Tijdens een korte discussie passeerden nog een aantal typen bruggen de revue: betonnen bruggen, spoorbruggen, beweegbare bruggen en een kansenkaart met daarop verschillende typologieën van kunstwerken.

De deelnemers vormden groepjes om de flappen uit te werken, op basis van de onderwerpen die zij interessant vonden. De basis van deze eerste co-creatiesessie was ‘open space’: je gaat bij een flap staan die je interessant vindt, maar blijkt vervolgens de discussie een kant op te gaan die je niet interessant vindt dan ben je vrij om verder te kijken en je aan te sluiten bij een groepje waar de zaken die jij belangrijk vindt meer tot uiting komen. Juist door deze werkwijze was er veel energie in de diverse groepen. Er ontstonden goede discussies en er werd veel opgeschreven.

EEN VOORBEELD UIT EEN ANDERE SECTOR 

MartinSteentjesNa de eerste co-creatiesessie gaf Martin Steentjes een presentatie over industrialisatie in de glastuinbouw. Martin is Technical Director bij Van der Hoeven - Horticultural Projects. Ongeveer tien jaar geleden heeft het bedrijf haar core business verschoven van kassen bouwen naar modulaire kassen bouwen waarbij de aandacht kwam te liggen op klimaatbeheersing in de kas. Het bedrijf is succesvol – in binnen- en buitenland -  omdat zij niet meer alleen een bouwbedrijf is, maar ook klimaatspecialisten in dienst heeft. Op deze wijze onderscheiden zij zich van de concurrentie. Om industrialisatie in het bedrijf toe te passen heeft Van der Hoeven een simpel principe gebruikt. Elke kas bestaat uit een stramienmaat van 1,60 meter. Hierdoor kan de kas als het ware gekopieerd worden naar de behoefte van de opdrachtgever, terwijl de afmeting altijd een veelvoud van de stramienmaat is.

De gedachtegang die Martin schetste sprak sterk tot de verbeelding van de deelnemers. Bij Stroomversnelling Bruggen zijn we namelijk ook op zoek naar een vorm van industrialisatie. Er werden veel vragen gesteld. Onder andere over de wijze waarop Martin naar onze opgave keek. Samen kwam men tot de conclusie dat je bij Stroomversnelling Woningen kunt “draaien” aan twee knoppen: de manier van bouwen en de energiebesparing die daarmee gepaard gaat. Bij de glastuinbouw heb je drie knoppen: de manier van bouwen, energiebesparing en opbrengst, terwijl je bij Stroomversnelling Bruggen met name de knop kostenreductie hebt. Dit gegeven maakt Stroomversnelling Bruggen lastiger, omdat de winst met name te halen is in kostenreductie en niet per se ingaat op minder hinder, meer leefbaarheid of mooiere bruggen. Tot slot gaf Martin de volgende tip mee: “Zorg dat je iets bijzonders hebt om je pool te creëren”. Zoals Van der Hoeven die uniek is in haar niche met de focus op modulair bouwen én klimaatbeheersing.

VERDER MET CO-CREATIE

Co creatieNa de presentatie van Martin ging de groep verder met co-creatie. Volgens het programma zou de tweede co-creatiesessie ingaan op de wijze waarop probleemeigenaren clusters bruggen willen inleggen en hoe bouwers hierop willen ontwikkelen om te komen tot een experiment. Tijdens een groepsdiscussie werd echter gekozen om van dit programmadeel af te wijken.

In de groep was meer behoefte aan het concretiseren van de opgave voor één type brug. De redenering hierachter is dat er bij beweegbare bruggen waarschijnlijk de meeste winst te behalen valt bij het reduceren van LCC.

Wanneer verschillende groepen dezelfde opdracht uitwerken kunnen we in één keer verschillende zienswijzen combineren om de opgave verder te brengen naar een eerste concrete stap. Er werden drie groepjes gevormd met binnen elke groep infrabeheerders, bouwers/toeleveranciers en adviseurs. En als het even kon werd ook gelet op een goede afspiegeling van diverse generaties binnen de groepjes.

De groepjes werkten de eerste stap uit en namen daarna gezamenlijk de resultaten door. De diverse groepjes vullen elkaar op verschillende punten aan:

  • In een groepje werden twee manieren geopperd namelijk top-down en bottom-up. Via de top-down beredenering zouden opdrachtgevers hun areaal moeten bundelen om schaalvoordeel te creëren voor opdrachtnemers. Bottom-up zouden opdrachtnemers een catalogus moeten ontwikkelen met diverse typen bruggen waaruit opdrachtgevers kunnen kiezen. Maar, als het allemaal zo makkelijk was dan was het allang gebeurd.
  • De volgende groep bedacht om een stichting op te richten waarin diverse bruggen worden gebundeld om op deze manier het eigenaarschap over te dragen waardoor men met opdrachtgevers en opdrachtnemers samen tot de functionele eisen kan komen. Het probleem met deze optie is, wie betaalt?
  • De derde groep categoriseerde diverse typen bruggen en beredeneerde dat waarschijnlijk de meeste uniformiteit ligt bij ophaalbruggen. Door in samenwerking met opdrachtgevers bruggen in te brengen kun je massa creëren. Vervolgens zou de markt enkele concepten moeten bedenken om de vervangingsopgave vorm te geven waarna de opdrachtgever uit de uitgewerkte concepten kan kiezen.

Voornaamste conclusie van deze groep was: breng focus aan zodat je massa kunt creëren met eenzelfde type bruggen waardoor het eisenpakket gemakkelijker te bepalen is.

AFRONDING

Aan het einde van de sessie is op een aantal punten vooruitgang geboekt. We hebben allereerst onderzocht bij welke typen bruggen de grootste kans is op een zo groot mogelijke reductie in LCC. Vervolgens is gekeken hoe een eerste stap eruit zou kunnen zien om het experiment in gang te zetten. Het was de bedoeling om aan het einde van deze bijeenkomst groepjes te vormen die als huiswerk een van de type bruggen verder zouden uitwerken. Echter bleek dat bij verschillende deelnemers het commitment nog niet was gewonnen. Een van de gehoorde bezwaren was “nog geen vertrouwen in het proces”. Vanwege de terughoudende houding van de opdrachtgevers hadden de bouwers nog geen vertrouwen dat het experiment daadwerkelijk van de grond zou komen. Aan het eind van de bijeenkomst zijn Emiel de Haan (Van Hattum en Blankevoort) en Henrie van Buuren (Volkerrail) opgestaan en boden aan het proces verder uit te werken. Ook Jan de Boer (De Boer Dc) stond op om zijn verantwoordelijkheid te nemen voor het uitwerken van de fiets- en voetgangersbruggen die in de eerste co-creatiesessie ter sprake kwam. Emiel, Henrie en Jan leveren in overleg met Egon en Katja input voor de volgende bijeenkomst.

Meer informatie over Stroomversnelling Bruggen vind je in het co-creatielab.