‘Transitiedenken zit in mijn DNA’

‘Transitiedenken zit in mijn DNA’

Op woensdag 12 april won Claudia Reiner, vice-voorzitter van UNETO-VNI, directeur van Caris & Reiner en lid van de Taskforce Bouwagenda, de ABN AMRO Duurzame 50: de prijs die wordt uitgereikt aan de persoon die over genoeg daadkracht, charisma, contacten en visie beschikt om de gebouwde omgeving te verduurzamen. De Bouwcampus ging met haar in gesprek over duurzaamheid, de sector, De Bouwagenda en De Bouwcampus als plek voor (toevallige) ontmoeting. 

Geplaatst: 19 mei 2017

Deel deze pagina

Hoe is het voor jou om deze award te winnen?
‘Het is een eer om deze prijs te winnen, juist omdat sector overstijgend samenwerken hiermee nadruk krijgt. Niet alleen bouwnijverheid en de installatiesector, maar ook daarbuiten. Ik vind het belangrijk dat er zulke initiatieven zijn en dat er een platform is voor het duurzame gedachtengoed. Mijn persoonlijke drijfveer daarin is dat ik impact wil maken op de omgeving waarin we leven. Het winnen van de award geeft nog meer mogelijkheden om het ambassadeurschap breed uit te dragen. We zien dat er nog maar weinig Nederlanders zich bewust zijn van de gevolgen van klimaatverandering en weinig mensen die zien hoe groot de urgentie is om daadwerkelijk aan de slag te gaan met de energietransitie.’

Wanneer ging jij je echt op het onderwerp duurzaamheid storten binnen deze sector?
‘Ik heb een achtergrond in de automotive; een industrie die heel anders functioneert dan de bouw- en installatiesector. Ik ben daar continu doorspekt met verbeterprocessen. Toen ben ik, zonder technische achtergrond, in de installatiebranche terechtgekomen. Toch pakte ik de nodige kennis snel op. Ik vind techniek waanzinnig interessant, ook als je ziet wat techniek doet en hoe dat kan bijdragen aan oplossingen voor de kwaliteit van leven. Vanuit dat besef ben ik in aanraking gekomen met de maatschappelijke opgave die daar uiteindelijk aan ten grondslag ligt.

Wat kunnen ondernemers maatschappelijk gezien nu bijdragen aan de leefomgeving: aan de kwaliteit van wonen, werken en leven in Nederland? Die maatschappelijke vertaalslag weten de van oudsher techneuten in de branche nog niet altijd te maken. Maar ik zie dat er een verdienmodel aan ten grondslag ligt en dat ondernemers daar een hele goede boterham mee kunnen verdienen. Ik hoop dat zij dat de komende tijd meer gaan inzien.’

Transitie

Volgens Claudia leven we momenteel in een transitieperiode, waarin iedereen zich opnieuw aan het uitvinden is. Ook de installatiesector.

Hoe zie jij de toekomst voor je?
‘Ik zie een toekomst voor me met andere oplossingen voor mobiliteit, waarin we in slimme steden en slimme gebouwen leven, die door middel van sensortechnologie bijdragen aan gezondheid, veiligheid, comfort én een beter milieu. Denk bijvoorbeeld aan ons zorgmodel: deze is niet meer toekomstbestendig. Ik las laatst een artikel waarin stond dat het ziekenhuis van de toekomst thuis is. Dat houdt onder andere in dat veel meer technologie thuis kan worden gefaciliteerd, zodat mensen veel langer in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen. Dat houdt ons als sector bezig: hoe gaan wij dat doen? Eén ding is zeker: je zult zorg dan veel meer in de gebouwde omgeving moeten integreren en over je eigen sector heen kijken’

Ben jij altijd bezig met veranderingen?
‘Transitiedenken en bezig zijn met vernieuwing en verandering zit in mijn DNA. Ik vind het ook ontzettend leuk! Maar je merkt dat je soms heel hard tegen muren aanloopt als je sneller wilt veranderen dan je omgeving. Vaak moet je eerst twee stappen terug doen om weer één stap vooruit te komen. Dat is soms demotiverend, maar dat houdt het ook spannend.

Mijn houding tegenover vernieuwing en verandering is voor een groot deel misschien wel gevormd door mijn achtergrond in de automotive. De industrie die heel anders denkt en redeneert: je ontwikkelt iets, vervolgens ga je het prototypen en daarna ga je het optimaliseren. Pas dan breng je het naar de markt. In de bouwnijverheid is men eigenlijk gewend om te denken: ik ga iets ontwikkelen, dan ga ik het op de markt zetten en daar moet ik morgen geld mee verdienen. Dat werkt in de praktijk lang niet altijd zo. Ik pleit dus voor meer innovatieruimte en middelen daarvoor.’

De Bouwagenda

Sinds begin 2017 ben je ook lid van de Taskforce Bouwagenda. Wat betekent De Bouwagenda voor jou persoonlijk?
‘Zoals de titel van De Bouwagenda al zegt: Bouwen aan de kwaliteit van leven. Die ligt dicht bij mijn persoonlijke drijfveer om impact te maken op de omgeving waarin we leven. Wat ik heel speciaal vind aan De Bouwagenda is dat we daar geen institutionele wijzigingen schuwen: er is een revolutie nodig. Er is lang gediscussieerd over deze term, omdat er mensen zijn die een negatieve associatie hebben met de term revolutie. Maar als je het echt anders wilt gaat doen, dan moet je nu eenmaal heilige huisjes doorbreken. Anders blijf je bouwen zoals je altijd al bouwde. Met name de institutionele veranderingen die ten grondslag liggen aan innovatie en ontwikkeling maakt De Bouwagenda een ander platform dan voorgaande platformen, die ook vernieuwing en verandering in de bouwsector beoogd hebben.’

Hoe zorgen we ervoor dat De Bouwagenda wel de gewenste resultaten bereikt?
‘Ten eerste ligt er een hele omvangrijke investeringsagenda aan ten grondslag. Dat is heel belangrijk. Als je de opgave niet scherp hebt, dan wordt het lastig. Dan krijg je weer verspreiding en versnippering. Ten tweede helpt het dat we voor het eerst vijftig partijen hebben die de neus allemaal dezelfde kant op hebben staan: De Bouwcoalitie. Iedereen binnen deze coalitie onderkent de urgentie en iedereen heeft het gezamenlijke doel scherp. Dat is nodig om daadwerkelijk het verschil te kunnen maken. De praktijk is echter nog weerbarstig. Zeker als er iets misgaat, vallen we toch weer snel in oud gedrag en oude denkmodellen. Het blijft dus een uitdaging de gehele coalitie aan boord te houden van De Bouwagenda.

Een ieder heeft binnen De Bouwcoalitie natuurlijk zijn eigen belang, maar dat maakt helemaal niet uit. Elke partij gaat naar huis met zijn eigen stukje en dat vind ik ook heel gezond. Met De Bouwagenda maken we de taart alleen maar groter en dat betekent dat er ook economisch rendement aan ten grondslag ligt. Dat is een gezond businessmodel. Als alleen ideologie de basis vormt om stappen te nemen, dan blijven we hangen bij slechts een kleine groep in Nederland die nu wil verduurzamen.’

De Bouwagenda opereert vanuit De Bouwcampus. Hoe ervaar jij De Bouwcampus?
‘De Bouwcampus ervaar ik als een hele prettige plek. Ik merk dat er veel dynamiek is en je ontmoet er veel mensen. Als we hier bijeenkomen voor De Bouwagenda, kom ik altijd weer mensen tegen die ik graag even spreek. Daarnaast vind ik de verbinding met jonge mensen die hier gemaakt wordt ontzettend positief en belangrijk. Dat wordt nog eens versterkt doordat De Bouwcampus zich naast de TU Delft bevindt. Deze hele omgeving is een broedplaats van energie, creativiteit en innovatie. Dat is het onderscheidend vermogen van De Bouwcampus.’

Zie jij vanuit Uneto-VNI samenwerkingsmogelijkheden met De Bouwcampus?
‘Ik vind het zeer belangrijk dat kennisinstituten onderling de samenwerking en verbinding zoeken en op die manier het goede voorbeeld geven van datgene waarvan zij zelf pleitbezorger zijn. Ik merk echter dat het ‘t kennisland vaak nog lastig afgaat; vaak prevaleert het eigen belang boven een gezamenlijk belang. Om die reden zou ik vanuit een gezamenlijk belang naar de opgaven willen kijken. Uneto-VNI heeft weliswaar zijn eigen kennisinstituten en zijn eigen O&O-fondsen, maar het lijkt mij de moeite waard eens te onderzoeken waar ruimte bestaat voor eventuele verbinding met het partnernetwerk van De Bouwcampus.’

De Bouwcampus: werkplaats van vernieuwing

Bezoekadres: 
Van der Burghweg 1, 2628 CS Delft
/
 Postadres: 
Postbus 227, 2600 AE Delft
/
 Tel.: 
015 20 26 070