Sfeerverslag Verkenningsgesprek circulair bouwen in krimpgebieden

Sfeerverslag Verkenningsgesprek circulair bouwen in krimpgebieden

De sloop van gebouwen in krimpgebieden kost veel geld en hierbij gaan bij ongewijzigd beleid veel grondstoffen verloren. Tegelijkertijd staan we voor een grote (woning)bouwopgave in stedelijke gebieden en moet de bouw verduurzamen. Ligt hier een kans voor circulair bouwen?

Geplaatst: 28 juli 2017

Deel deze pagina

Kan de bouw gebruik maken van sloopmaterialen als grondstof op een manier die iedereen geld oplevert? Wat voor eisen moeten daaraan gesteld worden? Of zijn er andere oplossingen denkbaar? Stichting De Bouwcampus in Delft faciliteerde op woensdag 19 juli deze verkenningstafel samen met secretaris van de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie, Hans Scherpenzeel. Uitgenodigd is een diversiteit aan kennis en kunde, waarvan aanwezig: SIA, Smart Workplace, Aiber, BIMpuls, Rabobank, TNO, Center for People and Buildings en Building Changes.

Wat is de opgave?

Hans opent de verkenningstafel met een video waarin Elphi Nelissen, Decaan TU/e en voorzitter Transitieagenda Ciculaire Bouweconomie, de uitdagingen op het gebied van circulair bouwen uiteenzet. Duidelijk wordt dat de omslag naar een circulaire economie ook consequenties heeft voor bedrijven in de bouwsector: voor enkele bedrijfsonderdelen of voor bedrijven in het geheel. Na afloop van de video legt Hans de vraag op tafel: wat is de opgave op het gebied van woningbouw in krimpgebieden? Met die vraag wordt de discussie afgetrapt.

Het eerste onderwerp dat wordt aangesneden gaat over het slopen van een woning. In de huidige economie betreft het een kostenpost: ca. 30.000 euro. Vooral als niet duidelijk is wat je aan herbruikbaar materiaal overhoudt als je het sloopt. Het in kaart brengen van de materialen die nu ‘opgesloten zitten’ in de gebouwen en de herbruikbaarheid of waarde ervan dient allereerst bepaald te worden. Daarvoor is de ontwikkeling van het materialenpaspoort essentieel (zie ook: Alba Concepts). In vele oude gebouwen zitten materialen die niet wenselijk zijn, zoals asbest. Van veel materialen uit de jaren ‘70 en ‘80 weten we bovendien niet eens wat erin zit dan wel of ze toxisch zijn. De tafel merkt snel op dat daarom informatie van toeleveranciers over de geleverde materialen ten tijde van de bouw zeer wenselijk is. Onder andere met die informatie kan vervolgens onderzoek worden verricht naar hergebruikwaarde van een gebouw. Liefst op een schaalgrootte van 4 á 500 woningen. Maar zijn er zelfs met een aanvankelijk grote schaalgrootte genoeg drivers om over te gaan op dit onderzoek? Leidt dit inzicht tot een circulaire bouw? Er klinkt nog geen overtuiging.

Bewustwording

De stappen om tot een circulaire bouw te komen kennen andere uitdagingen naast het hergebruik van uit sloop voortkomende materialen. Bewustwording dat ons economisch model echt om moet bijvoorbeeld: in het huidige model raken de conventionele grondstoffen gewoonweg op en is de milieubelasting bij de productie van conventionele materialen te hoog. Daarin heeft iedereen een verantwoordelijkheid. Er is echter sprake van een relatief onoverzichtelijk veld van spelers met uiteenlopende en tegenstrijdige belangen. Neem de situatie rond woningen en particulieren: de behoefte van bewoners is lastig te matchen met de urgentie. 'De realiteit is dat bewoners in eerste instantie comfortabel willen wonen tegen een acceptable huur. Duurzaamheid komt op een tweede, zo niet derde plaats. Cirulariteit zit nog nauwelijks tussen de oren. Er ligt een uitdaging om de woonbehoefte (comfortbeleving) te koppelen aan de noodzaak tot verduurzaming/circulariteit', aldus Leontien de Waal (Rabobank). 

Wanneer de huidige woningvoorraad wordt beschouwd, stuiten wij eigenlijk al snel op heel veel beperkingen. Bestaande woningen zijn nu meestal niet gebouwd om te hergebruiken, waardoor achteraf veel werk verzet moet worden om de levensduurverlenging, functieverandering of herbruikbaarheid van materialen in te schatten en te realiseren. Begint de uitdaging dan bij de nieuwbouw? Bij het ontwerp ervan kan aan de voorkant al veel rekening gehouden worden met de kennis dat in de toekomst het gebouw volledig van functie kan veranderen en herbruikbaar moet zijn. In de toekomst doen zich echter weer hele andere behoeftes voor. Daarmee blijft de uitdaging voor de bestaande woningvoorraad dus bestaan. De verkenningstocht gaat verder en de deelnemers valt op dat de kennis rond circulaire bouw enorm versnipperd is en dat er ook veel in belemmeringen gedacht wordt. Om de discussie een praktische richting te geven wordt gevraagd aan iedere deelnemer wat zijn of haar advies is aan een woningcorporatie in krimpgebied. Wat kunnen zij doen op het gebied van circulair bouwen, rekening houdend met de situatie rond een krimpgebied?

Rekening houden met krimpgebieden

Gekscherend wordt gezegd om woningen in krimpgebieden niet kunstmatig in stand te houden. Het demonteren van oude woningen aldaar, om herbruikbare materialen te winnen, zou vervolgens ten goede moeten komen van nieuwbouw in gebieden waar wel groei plaatsvindt. Een ander advies luidt: “partijen in de bouwketen moeten bij elkaar gebracht worden en een opgave in een krimpregio als voorbeeld stellen. Initieer deze opgave als woningcorporatie en zoek met elkaar naar een manier waarop circulair bouwen haalbaar wordt”. Het is investeren in een leercurve, waarbij de uitkomsten deels onzeker zijn, maar waar mogelijk nieuwe waardes over hergebruik en duurzaamheid ontstaan. Mogelijkerwijs wordt daarmee ook inzichtelijk gemaakt wat de waarde is van de woningen in de context van het krimpgebied, versus het hergebruik van de materialen op plekken waar een duidelijke behoefte is aan nieuwbouw. Onduidelijk is echter of woningcorporaties circulariteit als een uitdaging beschouwen. Een aantal personen twijfelt daaraan: “in het huidige politiek denken over de woningsector is het onwaarschijnlijk dat corporaties een relatief duur experiment aangaan dat vol zit met risico’s”. Bewustwording van de urgentie van een dergelijk experiment is ook hier essentieel om een dergelijke opgave van de grond te krijgen.

Kortom: wat kunnen we nu doen om tot circulaire bouw te komen, te beginnen bij krimpgebieden?

  • Realiseer dat in krimpgebieden geen economische groei is;
  • Onderzoek vervolgens welke materialen in bestaande bouw demontabel en herbruikbaar zijn;
  • Ontwerp nieuwbouw met het idee dat het demontabel moet zijn.

Tijdens deze gesprekken zijn veel inzichten gedeeld. Daaruit zijn meerdere nieuwe vragen ontstaan. Een aantal deelnemers maakt graag nader afspraken om die vragen verder uit te kristalliseren. De grootste uitdaging voor het transitieteam RVO is om de definitie van en de vragen over circulaire bouw nu scherp te krijgen. Naar aanleiding van de verkenningstafel wordt bovendien vooruitgeblikt op de werkconferentie Circulair Bouwen op 14 september aanstaande op De Bouwcampus, waar wij hopelijk met een verscherpt beeld aan de slag kunnen. Wees dan ook vooral welkom om op de werkconferentie mee te denken én mee te werken aan die uitdaging!

De Bouwcampus: werkplaats van vernieuwing

Bezoekadres: 
Van der Burghweg 1, 2628 CS Delft
/
 Postadres: 
Postbus 227, 2600 AE Delft
/
 Tel.: 
015 20 26 070